Betekenis van het woord pocket in het Nederlands
Wat betekent pocket in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
US /ˈpɑː.kɪt/
UK /ˈpɒk.ɪt/
Zelfstandig Naamwoord
1.
zak
a small bag sewn into or on clothing, for carrying small articles, and typically having an opening at the top or side
Voorbeeld:
•
He put his keys in his pocket.
Hij stopte zijn sleutels in zijn zak.
•
My jeans have deep pockets.
Mijn spijkerbroek heeft diepe zakken.
Synoniem:
2.
enclave, gebied
a small isolated group or area
Voorbeeld:
•
There are still pockets of resistance in the city.
Er zijn nog steeds enclaves van verzet in de stad.
•
We found a small pocket of clear water in the swamp.
We vonden een kleine poel helder water in het moeras.
Werkwoord
in zijn zak steken, op zak steken
to put something into one's pocket
Voorbeeld:
•
He carefully pocketed the change.
Hij stak het wisselgeld voorzichtig in zijn zak.
•
She pocketed the winning lottery ticket.
Ze stak het winnende loterijticket in haar zak.
Synoniem:
Gerelateerd Woord: