Betekenis van het woord "play off" in het Nederlands

Wat betekent "play off" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

play off

US /pleɪ ɔf/
UK /pleɪ ɒf/
"play off" picture

Frasaal Werkwoord

1.

uitspelen, tegen elkaar opzetten

to make two people or groups compete against each other in order to get an advantage for yourself

Voorbeeld:
The manager tried to play off the two departments against each other to get more work done.
De manager probeerde de twee afdelingen tegen elkaar uit te spelen om meer werk gedaan te krijgen.
She's always trying to play her friends off against each other.
Ze probeert altijd haar vrienden tegen elkaar uit te spelen.
2.

uitspelen, gebruikmaken van

to use something to your advantage, especially in a clever or subtle way

Voorbeeld:
He managed to play off his charm to win over the audience.
Hij wist zijn charme uit te spelen om het publiek voor zich te winnen.
The comedian would often play off the audience's reactions.
De komiek wist vaak in te spelen op de reacties van het publiek.
3.

play-off spelen, beslissende wedstrijd spelen

to have a decisive game or match to determine a winner, especially after a tie

Voorbeeld:
The two teams will play off for the championship title tomorrow.
De twee teams zullen morgen een play-off spelen voor de kampioenstitel.
If the scores are tied, they will have to play off to decide the winner.
Als de scores gelijk zijn, moeten ze een play-off spelen om de winnaar te bepalen.