Avatar of Vocabulary Set Onderdelen van Maaltijden

Vocabulaireverzameling Onderdelen van Maaltijden in Eten, Drinken en Serveren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Onderdelen van Maaltijden' in 'Eten, Drinken en Serveren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

afters

/ˈæf.tɚz/

(noun) nagerecht, toetje

Voorbeeld:

What's for afters tonight?
Wat is er vanavond als nagerecht?

antipasto

/ˌæn.t̬iˈpɑː.stoʊ/

(noun) antipasto, voorgerecht

Voorbeeld:

We started our dinner with a delicious antipasto platter.
We begonnen ons diner met een heerlijke antipasto schotel.

aperitif

/əˌper.əˈtiːf/

(noun) aperitief

Voorbeeld:

We started the evening with a refreshing aperitif.
We begonnen de avond met een verfrissend aperitief.

appetizer

/ˈæp.ə.taɪ.zɚ/

(noun) voorgerecht, aperitief

Voorbeeld:

We ordered spring rolls as an appetizer.
We bestelden loempia's als voorgerecht.

course

/kɔːrs/

(noun) koers, richting, loop;

(verb) stromen, vloeien

Voorbeeld:

The ship altered its course to avoid the storm.
Het schip veranderde zijn koers om de storm te vermijden.

crudités

/ˈkruːdɪteɪ/

(noun) crudités, rauwkost

Voorbeeld:

The party platter included a colorful assortment of crudités with hummus.
De feestschotel bevatte een kleurrijk assortiment crudités met hummus.

dessert

/dɪˈzɝːt/

(noun) nagerecht, dessert

Voorbeeld:

What's for dessert tonight?
Wat is er vanavond als nagerecht?

entree

/ˈɑːn.treɪ/

(noun) hoofdgerecht, toegang, entree

Voorbeeld:

For my entrée, I chose the grilled salmon.
Als hoofdgerecht koos ik de gegrilde zalm.

fixings

/ˈfɪksɪŋz/

(plural noun) toevoegingen, ingrediënten, garnituren

Voorbeeld:

We're having roast chicken with all the fixings.
We eten gebraden kip met alle toevoegingen.

helping

/ˈhel.pɪŋ/

(noun) hulp, assistentie, portie;

(adjective) helpende, ondersteunend

Voorbeeld:

Thank you for your helping hand.
Bedankt voor je helpende hand.

hors d'oeuvre

/ˌɔːr ˈdɜːrv/

(noun) hors d'oeuvre, voorgerecht

Voorbeeld:

We were served delicious hors d'oeuvres at the reception.
We kregen heerlijke hors d'oeuvres geserveerd op de receptie.

leftovers

/ˈleft.oʊ.vərz/

(plural noun) restjes, overblijfselen, restanten

Voorbeeld:

We had leftovers for lunch the next day.
We hadden de volgende dag restjes voor de lunch.

main course

/ˌmeɪn ˈkɔːrs/

(noun) hoofdgerecht

Voorbeeld:

For the main course, I'll have the roasted chicken.
Als hoofdgerecht neem ik de gebraden kip.

portion

/ˈpɔːr.ʃən/

(noun) deel, portie, aandeel;

(verb) verdelen, portioneren

Voorbeeld:

He ate a large portion of the cake.
Hij at een grote portie van de taart.

pudding

/ˈpʊd.ɪŋ/

(noun) pudding, hartige pudding

Voorbeeld:

For dessert, we had chocolate pudding.
Als toetje hadden we chocoladepudding.

side dish

/ˈsaɪd dɪʃ/

(noun) bijgerecht

Voorbeeld:

The steak comes with a choice of two side dishes.
De biefstuk wordt geserveerd met een keuze uit twee bijgerechten.

side order

/ˈsaɪd ˌɔːr.dər/

(noun) bijgerecht

Voorbeeld:

I'd like the steak with a side order of mashed potatoes.
Ik wil graag de biefstuk met een bijgerecht aardappelpuree.

starter

/ˈstɑːr.t̬ɚ/

(noun) starter, startmotor, voorgerecht

Voorbeeld:

He was the starter for the marathon.
Hij was de starter van de marathon.

sweet

/swiːt/

(adjective) zoet, lief, aangenaam;

(noun) snoepje, lekkernij

Voorbeeld:

The cake was perfectly sweet.
De cake was perfect zoet.

dish

/dɪʃ/

(noun) schaal, schotel, bord;

(verb) onthullen, verspreiden, opscheppen

Voorbeeld:

She placed the cooked vegetables on a serving dish.
Ze legde de gekookte groenten op een serveerschaal.

al desko

/æl ˈdɛskoʊ/

(adverb) aan het bureau, op kantoor

Voorbeeld:

Many office workers prefer to eat al desko to save time.
Veel kantoormedewerkers eten liever aan hun bureau om tijd te besparen.

celebratory

/ˌsel.əˈbreɪ.t̬ɚ.i/

(adjective) feestelijk, vierend

Voorbeeld:

The team had a celebratory dinner after winning the championship.
Het team had een feestelijk diner na het winnen van het kampioenschap.

hearty

/ˈhɑːr.t̬i/

(adjective) hartelijk, uitbundig, stevig

Voorbeeld:

He gave a hearty laugh.
Hij gaf een hartelijke lach.

heavy

/ˈhev.i/

(adjective) zwaar, intens, diep;

(adverb) hevig, zwaar

Voorbeeld:

The box was too heavy for him to lift alone.
De doos was te zwaar voor hem om alleen op te tillen.

light

/laɪt/

(noun) licht, lamp, lichtbron;

(verb) aansteken, verlichten;

(adjective) licht

Voorbeeld:

The room was filled with natural light.
De kamer was gevuld met natuurlijk licht.

on the side

/ɑːn ðə saɪd/

(phrase) ernaast, naast, apart

Voorbeeld:

He works as a teacher, but he also does some freelance writing on the side.
Hij werkt als leraar, maar doet ook wat freelance schrijfwerk ernaast.

substantial

/səbˈstæn.ʃəl/

(adjective) aanzienlijk, substantieel, belangrijk

Voorbeeld:

The company made a substantial profit this quarter.
Het bedrijf maakte dit kwartaal een aanzienlijke winst.

entremets

/ˈɑːntrəmeɪ/

(noun) tussengerecht, dessert, nagerecht

Voorbeeld:

The chef prepared a delicate lemon sorbet as an entremets.
De chef bereidde een delicate citroensorbet als tussengerecht.

jardiniere

/ˌʒɑːr.dɪnˈɪr/

(noun) jardinière, plantenbak

Voorbeeld:

She placed the fern in a beautiful ceramic jardiniere.
Ze plaatste de varen in een prachtige keramische jardinière.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland