Avatar of Vocabulary Set Mogelijkheid en Waarschijnlijkheid

Vocabulaireverzameling Mogelijkheid en Waarschijnlijkheid in Zekerheid en Twijfel: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Mogelijkheid en Waarschijnlijkheid' in 'Zekerheid en Twijfel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

a priori

/ˌeɪ praɪˈɔːraɪ/

(adjective) a priori, voorafgaand;

(adverb) a priori, vooraf

Voorbeeld:

It is difficult to make a priori assumptions about human behavior.
Het is moeilijk om a priori aannames te doen over menselijk gedrag.

as likely as not

/æz ˈlaɪkli æz nɑːt/

(idiom) hoogstwaarschijnlijk, waarschijnlijk wel

Voorbeeld:

As likely as not, he'll be late again.
Hoogstwaarschijnlijk zal hij weer te laat zijn.

could

/kʊd/

(modal verb) kon, zou kunnen, kan

Voorbeeld:

She could run very fast when she was younger.
Ze kon heel snel rennen toen ze jonger was.

easily

/ˈiː.zəl.i/

(adverb) gemakkelijk, eenvoudig, veruit

Voorbeeld:

She can easily lift that box.
Ze kan die doos gemakkelijk optillen.

expected

/ɪkˈspek.tɪd/

(adjective) verwacht;

(past participle) verwachten

Voorbeeld:

The expected arrival time is 3 PM.
De verwachte aankomsttijd is 15.00 uur.

I dare say

/aɪ der saɪ/

(phrase) ik durf te zeggen, waarschijnlijk, ik ben ervan overtuigd

Voorbeeld:

“Is it true you’re leaving?” “I dare say it is.”
“Is het waar dat je weggaat?” “Ik durf te zeggen van wel.”

likely

/ˈlaɪ.kli/

(adjective) waarschijnlijk, aannemelijk, geschikt;

(adverb) waarschijnlijk, vermoedelijk

Voorbeeld:

It's likely to rain tomorrow.
Het is waarschijnlijk dat het morgen gaat regenen.

look

/lʊk/

(verb) kijken, zoeken, lijken;

(noun) blik, uitstraling, uiterlijk

Voorbeeld:

She looked at him and smiled.
Ze keek naar hem en glimlachte.

might

/maɪt/

(modal verb) zou kunnen, misschien;

(noun) kracht, macht

Voorbeeld:

It might rain later.
Het zou kunnen regenen later.

no doubt

/noʊ daʊt/

(adverb) ongetwijfeld, zonder twijfel

Voorbeeld:

He will no doubt succeed in his new venture.
Hij zal ongetwijfeld slagen in zijn nieuwe onderneming.

ought to

/ˈɔːt tə/

(modal verb) zou moeten, behoort te

Voorbeeld:

You ought to apologize for your behavior.
Je zou je moeten verontschuldigen voor je gedrag.

outlook

/ˈaʊt.lʊk/

(noun) levenshouding, gezichtspunt, perspectief;

(trademark) Outlook, Microsoft Outlook

Voorbeeld:

She has a positive outlook on life.
Ze heeft een positieve levenshouding.

paradoxical

/ˌper.əˈdɑːk.sɪ.kəl/

(adjective) paradoxaal, tegenstrijdig

Voorbeeld:

It's paradoxical that standing is more tiring than walking.
Het is paradoxaal dat staan vermoeiender is dan lopen.

perhaps

/pɚˈhæps/

(adverb) misschien, wellicht

Voorbeeld:

Perhaps it will rain tomorrow.
Misschien regent het morgen.

possibility

/ˌpɑː.səˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) mogelijkheid, optie, kans

Voorbeeld:

There are many possibilities for your future career.
Er zijn veel mogelijkheden voor je toekomstige carrière.

possible

/ˈpɑː.sə.bəl/

(adjective) mogelijk, haalbaar, potentieel

Voorbeeld:

It is possible to finish the project by Friday.
Het is mogelijk om het project voor vrijdag af te ronden.

presumably

/prɪˈzuː.mə.bli/

(adverb) vermoedelijk, waarschijnlijk

Voorbeeld:

Presumably, he'll be here by noon.
Vermoedelijk zal hij hier tegen de middag zijn.

presumption

/prɪˈzʌmp.ʃən/

(noun) vermoeden, aanname, aanmatiging

Voorbeeld:

Under the presumption of innocence, a person is considered innocent until proven guilty.
Onder het vermoeden van onschuld wordt een persoon als onschuldig beschouwd totdat het tegendeel bewezen is.

probabilistic

/ˌprɑː.bə.bəlˈɪs.tɪk/

(adjective) probabilistisch, waarschijnlijkheids-

Voorbeeld:

The weather forecast uses a probabilistic model to predict rain.
De weersvoorspelling gebruikt een probabilistisch model om regen te voorspellen.

probability

/ˌprɑː.bəˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) waarschijnlijkheid, kans, kansberekening

Voorbeeld:

There is a high probability of rain tomorrow.
Er is een grote waarschijnlijkheid van regen morgen.

probable

/ˈprɑː.bə.bəl/

(adjective) waarschijnlijk, aannemelijk

Voorbeeld:

It's probable that he will win the election.
Het is waarschijnlijk dat hij de verkiezingen zal winnen.

probably

/ˈprɑː.bə.bli/

(adverb) waarschijnlijk, vermoedelijk

Voorbeeld:

It's probably going to rain later.
Het gaat waarschijnlijk later regenen.

a safe bet

/ə seɪf bet/

(idiom) veilige gok, zekerheidje

Voorbeeld:

It's a safe bet that the new restaurant will be popular.
Het is een veilige gok dat het nieuwe restaurant populair zal zijn.

set

/set/

(verb) zetten, leggen, plaatsen;

(noun) set, reeks, stand;

(adjective) vastgesteld, vast

Voorbeeld:

She set the book on the table.
Ze zette het boek op tafel.

stand a chance

/stænd ə tʃæns/

(idiom) een kans maken, een mogelijkheid hebben

Voorbeeld:

Do you think we stand a chance against such a strong opponent?
Denk je dat we een kans maken tegen zo'n sterke tegenstander?

suspected

/səˈspek.tɪd/

(adjective) verdacht, vermoedelijk, mogelijk;

(verb) verdenken, vermoeden

Voorbeeld:

The police arrested a suspected thief.
De politie arresteerde een verdachte dief.

well

/wel/

(adverb) goed, ruim;

(adjective) goed, gezond;

(interjection) nou, wel;

(noun) put, bron;

(verb) opwellen, stromen

Voorbeeld:

She sings very well.
Ze zingt heel goed.

will

/wɪl/

(modal verb) zullen, willen, van plan zijn;

(noun) wil, wilskracht, testament;

(verb) vermaken, nalaten

Voorbeeld:

I will be there by 5 PM.
Ik zal er om 17.00 uur zijn.

odds

/ɑːdz/

(plural noun) kansen, waarschijnlijkheid, noteringen

Voorbeeld:

The odds are good that she will win the election.
De kansen zijn goed dat ze de verkiezingen zal winnen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland