Vocabulaireverzameling Zekerheid 2 in Zekerheid en Twijfel: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Zekerheid 2' in 'Zekerheid en Twijfel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) fluitje van een cent, makkie, singel;
(verb) vastmaken, aansingelen, verzekeren
Voorbeeld:
(noun) beton;
(adjective) concreet, tastbaar;
(verb) betonneren
Voorbeeld:
(adverb) concreet, feitelijk, tastbaar
Voorbeeld:
(noun) vertrouwen, zelfvertrouwen, zelfverzekerdheid
Voorbeeld:
(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd
Voorbeeld:
(adverb) zelfverzekerd, vol vertrouwen
Voorbeeld:
(noun) veroordeling, overtuiging, geloof
Voorbeeld:
(adjective) overtuigd, zeker;
(verb) overtuigen, doen geloven
Voorbeeld:
(phrasal verb) rekenen op, vertrouwen op
Voorbeeld:
(verb) kruischecken, controleren;
(noun) kruiscontrole, tegencontrole
Voorbeeld:
(adverb) beslist, ongetwijfeld, vastberaden
Voorbeeld:
(adjective) definitief, duidelijk, bepaald
Voorbeeld:
(adverb) zeker, beslist, duidelijk
Voorbeeld:
(phrasal verb) afhangen van, rekenen op
Voorbeeld:
(phrasal verb) afhangen van, rekenen op
Voorbeeld:
(adjective) dogmatisch, leerstellig
Voorbeeld:
(adverb) dogmatisch
Voorbeeld:
(verb) verzekeren, ervoor zorgen
Voorbeeld:
(noun) uitgemaakte zaak, vaststaand feit
Voorbeeld:
(idiom) iets duidelijk maken, iets rechtzetten
Voorbeeld:
(noun) garantie, waarborg, zekerheid;
(verb) garanderen, waarborgen, zekerstellen
Voorbeeld:
(noun) borg, garant
Voorbeeld:
(idiom) voor lief nemen, als vanzelfsprekend beschouwen
Voorbeeld: