Avatar of Vocabulary Set Zekerheid 2

Vocabulaireverzameling Zekerheid 2 in Zekerheid en Twijfel: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Zekerheid 2' in 'Zekerheid en Twijfel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

cinch

/sɪntʃ/

(noun) fluitje van een cent, makkie, singel;

(verb) vastmaken, aansingelen, verzekeren

Voorbeeld:

Learning to ride a bike was a cinch for him.
Leren fietsen was een fluitje van een cent voor hem.

concrete

/ˈkɑːn.kriːt/

(noun) beton;

(adjective) concreet, tastbaar;

(verb) betonneren

Voorbeeld:

The bridge was built with reinforced concrete.
De brug is gebouwd met gewapend beton.

concretely

/kɑːnˈkriːt.li/

(adverb) concreet, feitelijk, tastbaar

Voorbeeld:

Can you explain concretely what you mean?
Kunt u concreet uitleggen wat u bedoelt?

confidence

/ˈkɑːn.fə.dəns/

(noun) vertrouwen, zelfvertrouwen, zelfverzekerdheid

Voorbeeld:

She has great confidence in her team's abilities.
Ze heeft veel vertrouwen in de capaciteiten van haar team.

confident

/ˈkɑːn.fə.dənt/

(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd

Voorbeeld:

She felt confident about her presentation.
Ze voelde zich zelfverzekerd over haar presentatie.

confidently

/ˈkɑːn.fə.dənt.li/

(adverb) zelfverzekerd, vol vertrouwen

Voorbeeld:

She answered the questions confidently.
Ze beantwoordde de vragen zelfverzekerd.

conviction

/kənˈvɪk.ʃən/

(noun) veroordeling, overtuiging, geloof

Voorbeeld:

The jury returned a conviction after only two hours of deliberation.
De jury kwam na slechts twee uur beraadslaging tot een veroordeling.

convinced

/kənˈvɪnst/

(adjective) overtuigd, zeker;

(verb) overtuigen, doen geloven

Voorbeeld:

I am convinced that he is telling the truth.
Ik ben overtuigd dat hij de waarheid spreekt.

count on

/kaʊnt ɑːn/

(phrasal verb) rekenen op, vertrouwen op

Voorbeeld:

You can always count on me for support.
Je kunt altijd op mij rekenen voor steun.

cross-check

/ˌkrɔsˈtʃek/

(verb) kruischecken, controleren;

(noun) kruiscontrole, tegencontrole

Voorbeeld:

Always cross-check your facts before publishing.
Controleer altijd je feiten voordat je publiceert.

decidedly

/dɪˈsaɪ.dɪd.li/

(adverb) beslist, ongetwijfeld, vastberaden

Voorbeeld:

The new policy is decidedly unpopular.
Het nieuwe beleid is beslist impopulair.

definite

/ˈdef.ən.ət/

(adjective) definitief, duidelijk, bepaald

Voorbeeld:

We need a definite answer by tomorrow.
We hebben morgen een definitief antwoord nodig.

definitely

/ˈdef.ən.ət.li/

(adverb) zeker, beslist, duidelijk

Voorbeeld:

I will definitely be there on time.
Ik zal er zeker op tijd zijn.

depend on

/dɪˈpend ɑːn/

(phrasal verb) afhangen van, rekenen op

Voorbeeld:

You can always depend on me for help.
Je kunt altijd op mij rekenen voor hulp.

depend upon

/dɪˈpend əˈpɑːn/

(phrasal verb) afhangen van, rekenen op

Voorbeeld:

You can always depend upon me for support.
Je kunt altijd op mij rekenen voor steun.

dogmatic

/dɑːɡˈmæt̬.ɪk/

(adjective) dogmatisch, leerstellig

Voorbeeld:

He was too dogmatic in his views to consider alternative solutions.
Hij was te dogmatisch in zijn opvattingen om alternatieve oplossingen te overwegen.

dogmatically

/dɑːɡˈmæt̬.ɪ.kəl.i/

(adverb) dogmatisch

Voorbeeld:

He dogmatically asserted his opinion, refusing to consider other viewpoints.
Hij beweerde zijn mening dogmatisch, weigerend andere standpunten te overwegen.

ensure

/ɪnˈʃʊr/

(verb) verzekeren, ervoor zorgen

Voorbeeld:

The new system will ensure that all data is secure.
Het nieuwe systeem zal ervoor zorgen dat alle gegevens veilig zijn.

foregone conclusion

/fɔːrˈɡɔːn kənˈkluːʒən/

(noun) uitgemaakte zaak, vaststaand feit

Voorbeeld:

The election result was a foregone conclusion long before the votes were counted.
De verkiezingsuitslag was een uitgemaakte zaak lang voordat de stemmen geteld waren.

get something straight

/ɡet ˈsʌmθɪŋ streɪt/

(idiom) iets duidelijk maken, iets rechtzetten

Voorbeeld:

Let's get something straight: I'm in charge here.
Laten we iets duidelijk maken: ik heb hier de leiding.

guarantee

/ˌɡer.ənˈtiː/

(noun) garantie, waarborg, zekerheid;

(verb) garanderen, waarborgen, zekerstellen

Voorbeeld:

The television comes with a two-year guarantee.
De televisie wordt geleverd met twee jaar garantie.

guarantor

/ˌɡer.ənˈtɔːr/

(noun) borg, garant

Voorbeeld:

My father acted as a guarantor for my student loan.
Mijn vader trad op als borg voor mijn studielening.

take it for granted

/teɪk ɪt fɔːr ˈɡræn.tɪd/

(idiom) voor lief nemen, als vanzelfsprekend beschouwen

Voorbeeld:

Don't take it for granted that she'll always be there for you.
Neem het niet voor lief dat ze er altijd voor je zal zijn.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland