Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 28 - Klassiek: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 28 - Klassiek' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) fauteuil, leunstoel;
(adjective) fauteuil-, theoretisch
Voorbeeld:
(noun) plafond, limiet
Voorbeeld:
(noun) schoonmaak, opruiming, zuivering
Voorbeeld:
(noun) decoratie, versiering, onderscheiding
Voorbeeld:
(noun) hek, omheining, heler;
(verb) omheinen, afzetten, schermen
Voorbeeld:
(noun) vloer, verdieping;
(verb) vloeren, verbijsteren
Voorbeeld:
(noun) lijst, kozijn, frame;
(verb) lijsten, inlijsten, formuleren
Voorbeeld:
(noun) meubels, meubilair
Voorbeeld:
(noun) garage, werkplaats;
(verb) in de garage zetten, stallen
Voorbeeld:
(noun) verwarmingssysteem, verwarming
Voorbeeld:
(noun) lobby, belangengroep, hal;
(verb) lobbyen, beïnvloeden
Voorbeeld:
(noun) verbouwing, renovatie, herinrichting;
(verb) verbouwen, renoveren, herinrichten
Voorbeeld:
(noun) dakterras, dak
Voorbeeld:
(noun) touw, kabel;
(verb) vastbinden, vastmaken met touw
Voorbeeld:
(noun) stok, tak, lat;
(verb) plakken, kleven, steken
Voorbeeld:
(noun) tank, reservoir;
(verb) mislukken, instorten
Voorbeeld:
(noun) veranda, galerij
Voorbeeld:
(noun) bureaublad, desktopcomputer, desktop
Voorbeeld:
(verb) wonen, verblijven
Voorbeeld:
(noun) open haard, schoorsteenmantel
Voorbeeld:
(noun) hitte, warmte, hartstocht;
(verb) verwarmen, opwarmen
Voorbeeld:
(adjective) zelfgemaakt, huisgemaakt
Voorbeeld:
(verb) bewonen, leven in
Voorbeeld:
(verb) lichter maken, verlichten, oplichten
Voorbeeld:
(noun) buur, buurman, buurvrouw;
(verb) grenzen aan, naast liggen
Voorbeeld:
(adjective) stedelijk, urbaan
Voorbeeld:
(noun) wasmachine
Voorbeeld: