Betekenis van het woord neighbor in het Nederlands

Wat betekent neighbor in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

neighbor

US /ˈneɪ.bɚ/
UK /ˈneɪ.bər/
"neighbor" picture

Zelfstandig Naamwoord

buur, buurman, buurvrouw

a person living next door to or very near to the speaker or person referred to

Voorbeeld:
Our neighbor brought us a pie.
Onze buurman bracht ons een taart.
She's a good neighbor, always willing to help.
Ze is een goede buurvrouw, altijd bereid om te helpen.

Werkwoord

grenzen aan, naast liggen

be next to or very near (another place)

Voorbeeld:
The park neighbors the school.
Het park grenst aan de school.
Our property neighbors a large forest.
Ons eigendom grenst aan een groot bos.
Gerelateerd Woord: