Avatar of Vocabulary Set 800 punten

Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 28 - Klassiek: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 28 - Klassiek' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

architecture

/ˈɑːr.kə.tek.tʃɚ/

(noun) architectuur, bouwkunst, structuur

Voorbeeld:

She studied architecture at university.
Ze studeerde architectuur aan de universiteit.

canopy

/ˈkæn.ə.pi/

(noun) baldakijn, luifel, overkapping;

(verb) overkappen, bedekken

Voorbeeld:

The bed was adorned with a beautiful silk canopy.
Het bed was versierd met een prachtige zijden baldakijn.

cast a shadow

/kæst ə ˈʃæd.oʊ/

(idiom) een schaduw werpen over, overschaduwen;

(phrase) een schaduw werpen

Voorbeeld:

The news of the accident cast a shadow over the entire party.
Het nieuws van het ongeluk wierp een schaduw over het hele feest.

column

/ˈkɑː.ləm/

(noun) kolom, zuil, pilaar

Voorbeeld:

The data is organized into three columns.
De gegevens zijn georganiseerd in drie kolommen.

courtyard

/ˈkɔːrt.jɑːrd/

(noun) binnenplaats, hof

Voorbeeld:

The old palace had a beautiful courtyard with a fountain.
Het oude paleis had een prachtige binnenplaats met een fontein.

cupboard

/ˈkʌb.ɚd/

(noun) kast, opbergkast

Voorbeeld:

She put the dishes back in the cupboard.
Ze zette de afwas terug in de kast.

cut the grass

/kʌt ðə ɡræs/

(phrase) het gras maaien

Voorbeeld:

I need to cut the grass before it rains.
Ik moet het gras maaien voordat het gaat regenen.

dedication ceremony

/ˌded.ɪˈkeɪ.ʃən ˈser.ə.moʊ.ni/

(noun) inwijdingsceremonie, openingsceremonie

Voorbeeld:

The mayor will speak at the dedication ceremony for the new library.
De burgemeester zal spreken tijdens de inwijdingsceremonie van de nieuwe bibliotheek.

doorway

/ˈdɔːr.weɪ/

(noun) deuropening, drempel

Voorbeeld:

She stood in the doorway, watching the rain.
Ze stond in de deuropening, kijkend naar de regen.

dresser

/ˈdres.ɚ/

(noun) commode, ladekast, kleder

Voorbeeld:

She folded her clothes and put them neatly in the dresser.
Ze vouwde haar kleren op en legde ze netjes in de commode.

emergency exit

/ɪˈmɜːr.dʒən.si ˈek.sɪt/

(noun) nooduitgang

Voorbeeld:

In case of fire, please use the nearest emergency exit.
In geval van brand, gebruik alstublieft de dichtstbijzijnde nooduitgang.

erect

/ɪˈrekt/

(adjective) rechtop, opgericht;

(verb) oprichten, bouwen

Voorbeeld:

The soldier stood erect at attention.
De soldaat stond rechtop in de houding.

every hour on the hour

/ˈev.ri ˈaʊ.ɚ ɒn ðə ˈaʊ.ɚ/

(idiom) elk uur op het hele uur

Voorbeeld:

The bus leaves every hour on the hour.
De bus vertrekt elk uur op het hele uur.

faucet

/ˈfɑː.sət/

(noun) kraan

Voorbeeld:

Please turn off the faucet after washing your hands.
Draai de kraan dicht na het wassen van je handen.

floor plan

/ˈflɔːr plæn/

(noun) plattegrond

Voorbeeld:

The architect presented the new floor plan for the office building.
De architect presenteerde de nieuwe plattegrond voor het kantoorgebouw.

flooring

/ˈflɔːr.ɪŋ/

(noun) vloerbedekking, vloer

Voorbeeld:

We chose hardwood flooring for the living room.
We kozen hardhouten vloerbedekking voor de woonkamer.

front door

/ˌfrʌnt ˈdɔːr/

(noun) voordeur

Voorbeeld:

Please close the front door when you leave.
Sluit alstublieft de voordeur als u weggaat.

hallway

/ˈhɑːl.weɪ/

(noun) gang, hal

Voorbeeld:

She walked down the hallway to her office.
Ze liep door de gang naar haar kantoor.

hammering

/ˈhæm.ɚ.ɪŋ/

(noun) gehamer, klopgeluid, afstraffing;

(adjective) bonzend, dreunend

Voorbeeld:

The constant hammering from the construction site was very annoying.
Het constante gehamer van de bouwplaats was erg irritant.

handrail

/ˈhænd.reɪl/

(noun) leuningen, handgreep

Voorbeeld:

Please hold onto the handrail when going down the stairs.
Houd alstublieft de leuningen vast bij het afdalen van de trap.

home improvement

/hoʊm ɪmˈpruːv.mənt/

(noun) woningverbetering, huisrenovatie

Voorbeeld:

They spent the weekend working on home improvement projects.
Ze brachten het weekend door met het werken aan woningverbeteringsprojecten.

lamppost

/ˈlæmp.poʊst/

(noun) lantaarnpaal

Voorbeeld:

The old lamppost cast a long shadow on the street.
De oude lantaarnpaal wierp een lange schaduw op straat.

lean against the fence

/liːn əˈɡenst ðə fens/

(phrase) tegen het hek leunen

Voorbeeld:

He decided to lean against the fence while waiting for the bus.
Hij besloot om tegen het hek te leunen terwijl hij op de bus wachtte.

light bulb

/ˈlaɪt bʌlb/

(noun) gloeilamp, lamp, eureka-moment

Voorbeeld:

The light bulb in the lamp needs to be replaced.
De gloeilamp in de lamp moet worden vervangen.

make repairs

/meɪk rɪˈpɛrz/

(collocation) reparaties uitvoeren, herstellen

Voorbeeld:

The landlord promised to make repairs to the leaking roof.
De huisbaas beloofde reparaties uit te voeren aan het lekkende dak.

make the bed

/meɪk ðə bed/

(phrase) het bed opmaken

Voorbeeld:

Please make the bed before you leave for school.
Gelieve het bed op te maken voordat je naar school gaat.

multistory

/ˈmʌl.tiˌstɔːr.i/

(adjective) met meerdere verdiepingen, meerlaags

Voorbeeld:

They parked their car in a multistory parking garage.
Ze parkeerden hun auto in een parkeergarage met meerdere verdiepingen.

outdoor wall

/ˈaʊtˌdɔːr wɔːl/

(noun) buitenmuur

Voorbeeld:

We installed new lights on the outdoor wall of the house.
We hebben nieuwe lampen geïnstalleerd op de buitenmuur van het huis.

plug in

/plʌɡ ɪn/

(phrasal verb) inpluggen, aansluiten, betrekken

Voorbeeld:

Don't forget to plug in your phone before you go to bed.
Vergeet niet je telefoon in te pluggen voordat je naar bed gaat.

pole

/poʊl/

(noun) paal, stok, hengel;

(verb) duwen met een stok, staken

Voorbeeld:

The flag was raised on a tall pole.
De vlag werd gehesen aan een hoge paal.

private residence

/ˈpraɪ.vət ˈrez.ə.dəns/

(noun) privéwoning, particuliere woning

Voorbeeld:

The party was held at a private residence in the hills.
Het feest werd gehouden in een privéwoning in de heuvels.

put away

/pʊt əˈweɪ/

(phrasal verb) opruimen, wegleggen, wegwerken

Voorbeeld:

Please put away your toys after you finish playing.
Gelieve je speelgoed op te ruimen nadat je klaar bent met spelen.

rebuild

/ˌriːˈbɪld/

(verb) herbouwen, wederopbouwen, herstellen

Voorbeeld:

They plan to rebuild the old bridge.
Ze zijn van plan de oude brug te herbouwen.

repairperson

/rɪˈperˌpɜːr.sən/

(noun) reparateur, hersteller

Voorbeeld:

The repairperson fixed the leaking pipe in the kitchen.
De reparateur heeft de lekkende leiding in de keuken gerepareerd.

spread on

/sprɛd ɑn/

(phrasal verb) smeren op, insmeren

Voorbeeld:

She used a knife to spread butter on the toast.
Ze gebruikte een mes om boter op de toast te smeren.

staircase

/ˈster.keɪs/

(noun) trap, trappenhuis

Voorbeeld:

The grand staircase led up to the ballroom.
De grote trap leidde naar de balzaal.

stairway

/ˈster.weɪ/

(noun) trap, trappenhuis

Voorbeeld:

The old house had a grand wooden stairway leading to the second floor.
Het oude huis had een grote houten trap die naar de tweede verdieping leidde.

storage cabinet

/ˈstɔːr.ɪdʒ ˌkæb.ən.ət/

(noun) opbergkast

Voorbeeld:

We need a new storage cabinet for the office supplies.
We hebben een nieuwe opbergkast nodig voor de kantoorbenodigdheden.

switch on

/swɪtʃ ɑːn/

(phrasal verb) aanzetten, inschakelen

Voorbeeld:

Please switch on the light.
Gelieve het licht aan te doen.

turn on its side

/tɜrn ɑn ɪts saɪd/

(phrase) op zijn kant leggen, kantelen

Voorbeeld:

You need to turn the box on its side to make it fit through the door.
Je moet de doos op zijn kant leggen om hem door de deur te laten passen.

undergo renovation

/ˌʌndərˈɡoʊ ˌrenəˈveɪʃn/

(collocation) een renovatie ondergaan, verbouwd worden

Voorbeeld:

The old theater is currently undergoing renovation to restore its original beauty.
Het oude theater ondergaat momenteel een renovatie om zijn oorspronkelijke schoonheid te herstellen.

windowsill

/ˈwɪn.doʊ.sɪl/

(noun) vensterbank

Voorbeeld:

She placed a potted plant on the windowsill.
Ze zette een potplant op de vensterbank.

construct

/kənˈstrʌkt/

(verb) bouwen, construeren, opbouwen;

(noun) construct, bouwsel

Voorbeeld:

They plan to construct a new bridge over the river.
Ze zijn van plan een nieuwe brug over de rivier te bouwen.

describe

/dɪˈskraɪb/

(verb) beschrijven, omschrijven

Voorbeeld:

Can you describe the suspect?
Kun je de verdachte beschrijven?

desirable

/dɪˈzaɪr.ə.bəl/

(adjective) wenselijk, aantrekkelijk, begeerlijk

Voorbeeld:

A good work ethic is a highly desirable trait in an employee.
Een goede werkethiek is een zeer wenselijke eigenschap bij een werknemer.

structure

/ˈstrʌk.tʃɚ/

(noun) structuur, opbouw, bouwwerk;

(verb) structureren, opbouwen

Voorbeeld:

The structure of the human body is incredibly complex.
De structuur van het menselijk lichaam is ongelooflijk complex.

access road

/ˈæk.ses ˌroʊd/

(noun) toegangsweg, oprit

Voorbeeld:

The new factory has a dedicated access road.
De nieuwe fabriek heeft een speciale toegangsweg.

arrange the furniture

/əˈreɪndʒ ðə ˈfɜːrnɪtʃər/

(phrase) meubilair schikken, meubels neerzetten

Voorbeeld:

We need to arrange the furniture before the guests arrive.
We moeten het meubilair schikken voordat de gasten arriveren.

be arranged on the patio

/biː əˈreɪndʒd ɑːn ðə ˈpætioʊ/

(phrase) opgesteld staan op het terras, gerangschikt zijn op de patio

Voorbeeld:

The outdoor chairs are arranged on the patio for the party.
De buitenstoelen staan opgesteld op het terras voor het feest.

built-in

/ˌbɪltˈɪn/

(adjective) ingebouwd, geïntegreerd, ingeboren

Voorbeeld:

The new car has a built-in navigation system.
De nieuwe auto heeft een ingebouwd navigatiesysteem.

carpentry

/ˈkɑːr.pɪn.tri/

(noun) timmerwerk, schrijnwerk

Voorbeeld:

He learned carpentry from his grandfather.
Hij leerde timmerwerk van zijn grootvader.

fire alarm

/ˈfaɪər əˌlɑːrm/

(noun) brandalarm

Voorbeeld:

The fire alarm went off, and everyone evacuated the building.
Het brandalarm ging af en iedereen evacueerde het gebouw.

fire extinguisher

/ˈfaɪər ɪkˌstɪŋ.ɡwɪʃ.ər/

(noun) brandblusser

Voorbeeld:

Always know the location of the nearest fire extinguisher.
Weet altijd waar de dichtstbijzijnde brandblusser is.

fitting room

/ˈfɪtɪŋ ruːm/

(noun) paskamer, kleedkamer

Voorbeeld:

I'll take these jeans to the fitting room to see if they fit.
Ik neem deze jeans mee naar de paskamer om te kijken of ze passen.

fixture

/ˈfɪks.tʃɚ/

(noun) armatuur, vast onderdeel, inrichting

Voorbeeld:

The bathroom fixtures include a sink, toilet, and shower.
De badkamerarmaturen omvatten een wastafel, toilet en douche.

homebuilder

/ˈhoʊmˌbɪl.dɚ/

(noun) huizenbouwer, woningbouwer

Voorbeeld:

The homebuilder completed the construction of the new housing estate ahead of schedule.
De huizenbouwer voltooide de bouw van de nieuwe woonwijk eerder dan gepland.

housekeeping

/ˈhaʊs.kiː.pɪŋ/

(noun) huishouden, huishouding, beheer

Voorbeeld:

She takes care of all the housekeeping duties.
Zij zorgt voor alle huishoudelijke taken.

housewares

/ˈhaʊs.werz/

(plural noun) huishoudelijke artikelen, huisraad

Voorbeeld:

The department store has a large section for housewares.
Het warenhuis heeft een grote afdeling voor huishoudelijke artikelen.

housing development

/ˈhaʊ.zɪŋ dɪˈvel.əp.mənt/

(noun) woningbouwproject, woonwijk

Voorbeeld:

The new housing development will include a park and a community center.
De nieuwe woningbouwproject zal een park en een gemeenschapscentrum omvatten.

in error

/ɪn ˈer.ɚ/

(phrase) per abuis, foutief

Voorbeeld:

The money was paid into your account in error.
Het geld is per abuis op uw rekening gestort.

overprice

/ˌoʊ.vɚˈpraɪs/

(verb) te duur prijzen, overprijzen

Voorbeeld:

The hotel tends to overprice its rooms during the peak season.
Het hotel heeft de neiging om de kamers te duur te prijzen tijdens het hoogseizoen.

reinforce

/ˌriː.ɪnˈfɔːrs/

(verb) versterken, verstevigen, aanvullen

Voorbeeld:

The builders will reinforce the concrete with steel bars.
De bouwers zullen het beton versterken met stalen staven.

resident

/ˈrez.ə.dənt/

(noun) inwoner, bewoner, resident;

(adjective) ingezeten, wonend

Voorbeeld:

She has been a resident of this city for over 20 years.
Ze is al meer dan 20 jaar inwoner van deze stad.

restoration

/ˌres.təˈreɪ.ʃən/

(noun) restauratie, herstel, renovatie

Voorbeeld:

The restoration of the old painting took months.
De restauratie van het oude schilderij duurde maanden.

scrubbing

/ˈskrʌbɪŋ/

(noun) schrobben, poetsen

Voorbeeld:

The kitchen floor needed a good scrubbing.
De keukenvloer had een goede schrobbeurt nodig.

skyscraper

/ˈskaɪˌskreɪ.pɚ/

(noun) wolkenkrabber

Voorbeeld:

The city skyline is dominated by towering skyscrapers.
De skyline van de stad wordt gedomineerd door torenhoge wolkenkrabbers.

space-saving

/ˈspeɪsˌseɪ.vɪŋ/

(adjective) ruimtebesparend

Voorbeeld:

We bought a space-saving dining table for our small apartment.
We hebben een ruimtebesparende eettafel gekocht voor ons kleine appartement.

tenant

/ˈten.ənt/

(noun) huurder, bewoner

Voorbeeld:

The tenant signed a one-year lease agreement.
De huurder tekende een huurovereenkomst voor één jaar.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland