Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 24 - Eerste dag na promotie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 24 - Eerste dag na promotie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(idiom) arm in arm
Voorbeeld:
(noun) ervaren werknemer, ervaren medewerker
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich afwenden van, van iets afgekeerd zijn
Voorbeeld:
(phrasal verb) invallen voor, vervangen
Voorbeeld:
(phrase) een promotie krijgen, bevorderd worden
Voorbeeld:
(idiom) een voorschot geven
Voorbeeld:
(verb) knielen
Voorbeeld:
(noun) taalverwerving
Voorbeeld:
(phrase) één stoel opschuiven
Voorbeeld:
(phrasal verb) opklimmen, vooruitgaan, opschuiven
Voorbeeld:
(adjective) pas aangekomen, nieuw gearriveerd
Voorbeeld:
(phrase) duidelijk gekwalificeerd, klaarblijkelijk bekwaam
Voorbeeld:
(noun) paviljoen, tent, vleugel
Voorbeeld:
(noun) personeelsbeheer, personeelsmanagement
Voorbeeld:
(noun) achterkant, achterzijde;
(adjective) achterste;
(verb) fokken, houden, opvoeden
Voorbeeld:
(noun) regionaal directeur
Voorbeeld:
(verb) herpositioneren, verplaatsen;
(noun) herpositionering, verplaatsing
Voorbeeld:
(noun) gepensioneerde
Voorbeeld:
(noun) pensioen, aftreden, pensioenperiode
Voorbeeld:
(noun) senior executive, topfunctionaris
Voorbeeld:
(noun) reservesleutel
Voorbeeld:
(phrase) vervroegd met pensioen gaan
Voorbeeld:
(idiom) nota nemen, opletten;
(phrase) noteren, opschrijven
Voorbeeld:
(idiom) plaatsnemen, zijn plaats innemen, vervangen
Voorbeeld:
(phrasal verb) overnemen, de controle overnemen, overheersen
Voorbeeld:
(noun) presteerder, succesvolle persoon
Voorbeeld:
(adjective) bewonderd, gerespecteerd;
(verb) bewonderd, geprezen
Voorbeeld:
(phrase) als gevolg van, door
Voorbeeld:
(verb) kiezen, verkiezen, besluiten;
(adjective) gekozen, uitverkoren;
(noun) de uitverkorenen, de gekozenen
Voorbeeld:
(adjective) incompetent, onbekwaam;
(noun) incompetent persoon, onbenul
Voorbeeld:
(adjective) kundig, deskundig, goed geïnformeerd
Voorbeeld:
(adverb) namelijk, dat wil zeggen
Voorbeeld:
(adverb) vlakbij, dichtbij;
(adjective) nabijgelegen, dichtbijzijnd
Voorbeeld:
(verb) nomineren, voordragen
Voorbeeld:
(noun) promotie, reclame, bevordering
Voorbeeld:
(phrasal verb) aanvragen, indienen
Voorbeeld:
(adjective) aanbevelenswaardig, raadzaam
Voorbeeld:
(adverb) speciaal, in het bijzonder
Voorbeeld:
(phrasal verb) invallen voor, vervangen
Voorbeeld:
(noun) staat, toestand;
(verb) verklaren, stellen
Voorbeeld:
(adjective) technisch onderlegd, technologievaardig
Voorbeeld:
(adverb) ongetwijfeld, zeker
Voorbeeld:
(phrasal verb) aspireren naar, streven naar
Voorbeeld:
(noun) ontslag, afwijzing, afzetting
Voorbeeld:
(verb) machtigen, bevoegdheid geven, versterken
Voorbeeld:
(phrasal verb) doorgaan, vooruitgaan, verdergaan
Voorbeeld:
(verb) verhogen, versterken, intensiveren
Voorbeeld:
(noun) immigrant
Voorbeeld:
(noun) initiatief, daadkracht, plan
Voorbeeld:
(adjective) interdepartementaal, tussen afdelingen
Voorbeeld:
(noun) bezuiniging op banen, banenverlies
Voorbeeld:
(phrasal verb) ontslaan, afvloeien, met rust laten
Voorbeeld:
(noun) met name genoemde vertegenwoordiger, aangewezen vertegenwoordiger
Voorbeeld:
(noun) nieuwe afspraak, nieuwe benoeming, nieuwe aanstelling
Voorbeeld:
(noun) officiële titel
Voorbeeld:
(phrase) op aanbeveling van
Voorbeeld:
(phrasal verb) laten liggen, voorbij laten gaan
Voorbeeld:
(verb) preken, prediken, verkondigen
Voorbeeld:
(noun) voorganger, voorloper
Voorbeeld:
(adjective) provinciaal, bekrompen;
(noun) provinciaal, plattelander
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitstellen, verschuiven, zich verzetten
Voorbeeld:
(noun) ritueel, ceremonie, gewoonte;
(adjective) ritueel
Voorbeeld:
Voorbeeld:
I ran for the bus but it drove off.
(noun) vlekje, spatje, deeltje
Voorbeeld:
(adjective) leidinggevend, toezichthoudend
Voorbeeld:
(phrasal verb) weigeren, terugsturen, wegkijken
Voorbeeld:
(verb) onderschatten
Voorbeeld:
(adjective) onderbemand, met te weinig personeel
Voorbeeld: