Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 11 - Lancering van een nieuw product: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 11 - Lancering van een nieuw product' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) onderzoek, studie;
(verb) onderzoeken, bestuderen
Voorbeeld:
(verb) bedenken, uitdenken, ontwerpen
Voorbeeld:
(adjective) revolutionair, baanbrekend;
(noun) revolutionair, opstandeling
Voorbeeld:
(adjective) innovatief, vernieuwend
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap, reportage;
(verb) kenmerken, bevatten, een prominente rol spelen
Voorbeeld:
(noun) inspiratie, ingave, idee
Voorbeeld:
(adverb) voldoende, genoeg
Voorbeeld:
(noun) octrooi, patent;
(verb) patenteren, octrooieren;
(adjective) duidelijk, klaarblijkelijk
Voorbeeld:
(verb) voorzien, zich voorstellen
Voorbeeld:
(verb) verlengen, uitbreiden, aanbieden
Voorbeeld:
(adjective) volgend, daaropvolgend;
(noun) aanhang, volgers, publiek;
(preposition) na, volgend op
Voorbeeld:
(verb) van plan zijn, beoogen, bestemmen
Voorbeeld:
(verb) verlenen, toestaan, toestemmen;
(noun) subsidie, toelage
Voorbeeld:
(verb) toestaan, toelaten, mogelijk maken
Voorbeeld:
(verb) inspecteren, controleren, nazien
Voorbeeld:
(verb) verbeteren, vooruitgaan
Voorbeeld:
(adverb) steeds, meer en meer
Voorbeeld:
(verb) investeren, besteden
Voorbeeld:
(adjective) diverse, verschillende, allerlei
Voorbeeld:
(noun) upgrade, verbetering;
(verb) upgraden, verbeteren
Voorbeeld:
(noun) handleiding, instructieboekje;
(adjective) handmatig, hand-
Voorbeeld:
(verb) verkennen, ontdekken, onderzoeken
Voorbeeld:
(noun) antwoord, reactie, respons
Voorbeeld:
(noun) uiterlijk, verschijning, optreden
Voorbeeld:
(adjective) succesvol, geslaagd
Voorbeeld:
(verb) vasthouden, dragen, tegenhouden;
(noun) greep, houvast, wacht
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;
(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;
(adjective) vooraf, voorlopig
Voorbeeld:
(adjective) betrouwbaar, degelijk
Voorbeeld:
(noun) kwaliteit, eigenschap, kenmerk;
(adjective) kwaliteits-, uitstekend
Voorbeeld:
(adjective) huiselijk, huishoudelijk, binnenlands;
(noun) huishoudster, dienstbode
Voorbeeld:
(noun) ontwikkeling, gebeurtenis, wijk
Voorbeeld:
(noun) beschikbaarheid, verkrijgbaarheid, vrije tijd
Voorbeeld:
(verb) updaten, bijwerken, op de hoogte brengen;
(noun) update, bijwerking, laatste informatie
Voorbeeld:
(adjective) nauwkeurig, precies, correct
Voorbeeld:
(adjective) ingewikkeld, complex, moeilijk te begrijpen
Voorbeeld:
(adjective) bedreven, bekwaam, ervaren;
(past participle) voltooid, bereikt, uitgevoerd
Voorbeeld:
(noun) aanvraag, vraag, onderzoek
Voorbeeld:
(noun) indicatie, teken, aanwijzing
Voorbeeld:
(noun) fabrikant, producent
Voorbeeld:
(adjective) compatibel, verenigbaar
Voorbeeld:
(adjective) superieur, hoger, beter;
(noun) meerdere, superieur
Voorbeeld:
(adjective) absoluut, volledig, onvoorwaardelijk
Voorbeeld:
(verb) verbreden, uitbreiden
Voorbeeld:
(noun) corrosie, roest, aantasting
Voorbeeld: