Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 6 - Vrije dag: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 6 - Vrije dag' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verzameling, collectie, inzameling
Voorbeeld:
(noun) tentoonstelling, expositie, uiting
Voorbeeld:
(noun) beroemdheid, ster, faam
Voorbeeld:
(verb) leven, wonen, verblijven;
(adjective) live, rechtstreeks, levend;
(adverb) live, rechtstreeks
Voorbeeld:
(verb) improviseren, uit de mouw schudden, uitvinden
Voorbeeld:
(adjective) populair, geliefd, volks-
Voorbeeld:
(noun) donatie, schenking, bijdrage
Voorbeeld:
(plural noun) alumni, oud-studenten
Voorbeeld:
(noun) cadeau, geschenk, heden;
(adjective) aanwezig, huidig;
(verb) presenteren, aanbieden, geven
Voorbeeld:
(noun) toegang, toelating, bekentenis
Voorbeeld:
(noun) banket, feestmaal;
(verb) banketteren, feestvieren
Voorbeeld:
(noun) jubileum, verjaardag
Voorbeeld:
(adjective) vereist, noodzakelijk;
(verb) vereisen, eisen
Voorbeeld:
(verb) slagen, succes hebben, opvolgen
Voorbeeld:
(noun) rust, pauze, rest;
(verb) rusten, uitrusten, liggen
Voorbeeld:
(noun) fondsenwerving, geldinzameling
Voorbeeld:
(noun) cv, curriculum vitae;
(verb) hervatten, doorgaan
Voorbeeld:
(noun) kwestie, probleem, punt;
(verb) uitgeven, uitreiken, verstrekken
Voorbeeld:
(noun) abonnement, lidmaatschap, inschrijving
Voorbeeld:
(verb) verschijnen, opduiken, lijken
Voorbeeld:
(verb) begeleiden, meegaan met, vergezellen
Voorbeeld:
(noun) editie, uitgave, oplage
Voorbeeld:
(adverb) specifiek, precies, uitdrukkelijk
Voorbeeld:
(adjective) anoniem, naamloos, onopvallend
Voorbeeld:
(verb) plegen, begaan, verbinden
Voorbeeld:
(adjective) informatief, leerzaam
Voorbeeld:
(noun) publiek, toehoorders, lezerspubliek
Voorbeeld:
(noun) auteur, schrijver;
(verb) schrijven, opstellen
Voorbeeld:
(noun) aantekening, notitie, briefje;
(verb) opmerken, noteren, opschrijven
Voorbeeld:
(noun) antiek, oudheid;
(adjective) antiek, oud
Voorbeeld:
(noun) manuscript, handschrift
Voorbeeld:
(adjective) gunstig, voordelig, heilzaam
Voorbeeld:
(adjective) aanstaand, komend, naderend
Voorbeeld:
(verb) lenen, uitlenen, geven
Voorbeeld:
(adjective) huidig, actueel;
(noun) stroom, stroming, elektrische stroom
Voorbeeld:
(adjective) lokaal, plaatselijk;
(noun) lokale bewoner, plaatselijke, stoptrein
Voorbeeld:
(noun) verscheidenheid, variatie, variëteit
Voorbeeld:
(noun) pleitbezorger, voorstander, advocaat;
(verb) pleiten voor, voorstaan
Voorbeeld:
(noun) bijdrager, donateur, medewerker
Voorbeeld:
(verb) trotseren, weigeren te gehoorzamen, tarten
Voorbeeld:
(adjective) fascinerend, boeiend, interessant
Voorbeeld:
(noun) vertoning, tentoonstelling;
(adjective) te zien, draaiend
Voorbeeld: