Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 3 - Office Masters: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 3 - Office Masters' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) de spiegel afstellen, de spiegel aanpassen
Voorbeeld:
(noun) voorafgaande reservering, voorboeking
Voorbeeld:
(phrase) een afspraak maken, een afspraak regelen
Voorbeeld:
(noun) prikbord, mededelingenbord, online forum
Voorbeeld:
(phrasal verb) terugbellen, terugroepen, intrekken
Voorbeeld:
(adjective) verward, in de war, ongeordend
Voorbeeld:
(noun) deadline, uiterste datum
Voorbeeld:
(noun) boodschap, klusje, karwei
Voorbeeld:
(phrase) een uitnodiging doen toekomen, uitnodigen
Voorbeeld:
(phrase) een vergunning krijgen, een toelating verkrijgen
Voorbeeld:
(phrasal verb) inleveren, overhandigen
Voorbeeld:
(phrase) een dag vrij hebben, een vrije dag nemen
Voorbeeld:
(idiom) een lange dag hebben, een vermoeiende dag hebben
Voorbeeld:
(phrasal verb) leiden, aan het hoofd staan van
Voorbeeld:
(phrase) haast hebben, haastig, graag willen
Voorbeeld:
(phrase) op alfabetische volgorde
Voorbeeld:
(idiom) geluk hebben, het treffen
Voorbeeld:
(idiom) aan iemand overlaten, de verantwoordelijkheid geven aan
Voorbeeld:
(idiom) iets aan iemand overladen, iets bij iemand achterlaten
Voorbeeld:
(noun) lijst, opsomming, vermelding
Voorbeeld:
(phrase) een beslissing nemen, een oordeel vellen, bellen
Voorbeeld:
(phrase) een correctie aanbrengen, verbeteren
Voorbeeld:
(phrase) een laatste wijziging aanbrengen
Voorbeeld:
(phrase) nota nemen van, aantekening maken van
Voorbeeld:
(idiom) indruk maken, een indruk achterlaten
Voorbeeld:
(phrasal verb) doorgaan met, verdergaan met
Voorbeeld:
(phrase) op zakenreis
Voorbeeld:
(phrase) op wekelijkse basis, wekelijks
Voorbeeld:
(phrase) voor zaken, zakelijk
Voorbeeld:
(phrase) in functie, aan het werk
Voorbeeld:
(idiom) de telefoon opnemen
Voorbeeld:
(verb) schrobben, boenen, schrappen;
(noun) schrobbeurt, boenbeurt, struikgewas;
(adjective) onbelangrijk, minderwaardig
Voorbeeld:
(noun) afdichting, zegel, stempel;
(verb) verzegelen, afdichten, bezegelen
Voorbeeld:
(phrase) in de microfoon spreken
Voorbeeld:
(phrase) telefoneren, aan de telefoon spreken
Voorbeeld:
(phrase) in de rij staan
Voorbeeld:
(idiom) een bericht aannemen, een boodschap noteren
Voorbeeld:
(phrasal verb) uit elkaar halen, demonteren, vernietigen
Voorbeeld:
(noun) nutsbedrijf, nutsleverancier
Voorbeeld:
(adjective) verworven, aangeleerd
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, aanpassen aan, zich aanpassen
Voorbeeld:
(verb) besturen, beheren, toedienen
Voorbeeld:
(adjective) administratief, klerikaal, kerkelijk
Voorbeeld:
(adjective) doorslaggevend, overtuigend, afdoend
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, wissen, schrappen
Voorbeeld:
(noun) hoofdartikel, editoriaal;
(adjective) redactioneel
Voorbeeld:
(adjective) eindeloos, onbegrensd, onophoudelijk
Voorbeeld:
(phrase) bij iemands afwezigheid, tijdens iemands afwezigheid
Voorbeeld:
(phrase) expres, opzettelijk
Voorbeeld:
(adverb) overzee, naar het buitenland;
(adjective) overzees, buitenlands
Voorbeeld:
(verb) waarnemen, percipiëren, beseffen
Voorbeeld:
(noun) herinnering, aandenken
Voorbeeld:
(verb) streven, zich inspannen, strijden
Voorbeeld:
(verb) vertalen, omzetten, overbrengen
Voorbeeld:
(noun) bestuurskamer, vergaderzaal
Voorbeeld:
(verb) vertrouwd maken, bekend maken
Voorbeeld:
(phrase) persoonlijk, in eigen persoon
Voorbeeld:
(preposition) inclusief, met inbegrip van
Voorbeeld:
(phrase) op tijd, punctueel
Voorbeeld:
(noun) paniek;
(verb) panikeren, in paniek raken
Voorbeeld:
(adjective) achterstallig, vervallen, over tijd
Voorbeeld:
(phrasal verb) voorstellen, naar voren brengen, voordragen
Voorbeeld:
(phrase) beschouwen als, zien als
Voorbeeld:
(idiom) terugbellen
Voorbeeld:
(adjective) secretarieel
Voorbeeld:
(idiom) de leiding nemen over, de verantwoordelijkheid nemen voor
Voorbeeld:
(phrase) verantwoordelijkheid op zich nemen
Voorbeeld:
(idiom) al zijn/haar inspanningen steken in, zich volledig inzetten voor
Voorbeeld: