Vocabulaireverzameling Ruimte in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Ruimte' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) universum, kosmos, wereld
Voorbeeld:
(noun) kosmos, universum, cosmea
Voorbeeld:
(noun) sterrenstelsel, melkwegstelsel, grote groep
Voorbeeld:
(noun) astronomie
Voorbeeld:
(noun) Melkweg
Voorbeeld:
(noun) zonnestelsel
Voorbeeld:
(noun) lucht- en ruimtevaart;
(adjective) lucht- en ruimtevaart-
Voorbeeld:
(noun) zwaartekracht, gravitatie, ernst
Voorbeeld:
(noun) astronoom, sterrenkundige
Voorbeeld:
(noun) sterrenbeeld, constellatie, verzameling
Voorbeeld:
(adjective) zonne-, zon, op zonne-energie
Voorbeeld:
(adjective) maan-, lunair
Voorbeeld:
(noun) Oerknal
Voorbeeld:
(noun) zwart gat, bodemloze put
Voorbeeld:
(noun) komeet
Voorbeeld:
(adjective) kosmisch, enorm, gigantisch
Voorbeeld:
(noun) meteoor, vallende ster
Voorbeeld:
(noun) meteoriet
Voorbeeld:
(noun) verduistering, eclips, verdwijning;
(verb) overtreffen, overschaduwen
Voorbeeld:
(noun) vreemdeling, buitenlander, alien;
(adjective) vreemd, onbekend, buitenlands
Voorbeeld:
(noun) satelliet, maan, natuurlijke satelliet;
(adjective) satelliet, afhankelijk
Voorbeeld:
(noun) baan, omloopbaan, invloedssfeer;
(verb) omlopen, ronddraaien
Voorbeeld:
(noun) rotatie, draaiing, afwisseling
Voorbeeld:
(noun) astronaut
Voorbeeld:
(noun) ruimtevaartuig, ruimteschip
Voorbeeld:
(noun) raket, rucola;
(verb) omhoogschieten, snel stijgen
Voorbeeld:
(noun) missie, opdracht, doel;
(verb) opdracht geven, uitzenden
Voorbeeld:
(verb) lanceren, starten, afschieten;
(noun) lancering, start
Voorbeeld:
(noun) aftelling;
(verb) aftellen
Voorbeeld:
(noun) ongeïdentificeerd vliegend object, ufo
Voorbeeld:
(noun) zeereis, ruimtereis, reis;
(verb) reizen, varen, een reis maken
Voorbeeld:
(abbreviation) NASA, National Aeronautics and Space Administration
Voorbeeld:
(noun) lichtjaar, lichtjaren, enorm verschil
Voorbeeld:
(noun) straal, lichtstraal, straaltje;
(verb) stralen, uitstralen
Voorbeeld: