Vocabulaireverzameling Familie en relaties in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Familie en relaties' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) kennis, bekendheid
Voorbeeld:
(noun) band, strook, bereik;
(verb) banden, vastbinden, verenigen
Voorbeeld:
(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(noun) overspel, echtbreuk
Voorbeeld:
(noun) affaire, zaak, gebeurtenis
Voorbeeld:
(noun) bondgenoot, steunpilaar;
(verb) verenigen, zich verbinden
Voorbeeld:
(noun) voorouder, voorloper, prototype
Voorbeeld:
(noun) afkomst, voorouders, geslacht
Voorbeeld:
(noun) tak, filiaal, vestiging;
(verb) vertakken, splitsen
Voorbeeld:
(noun) clan, stam, groep
Voorbeeld:
(adjective) adoptie, adoptief
Voorbeeld:
(adjective) biraciaal, van twee rassen
Voorbeeld:
(phrasal verb) bedriegen, ontrouw zijn, spieken
Voorbeeld:
(noun) breuk, uiteenvallen
Voorbeeld:
(adjective) broederlijk
Voorbeeld:
(noun) broederschap, genootschap
Voorbeeld:
(noun) metgezel, gezel, kompaan
Voorbeeld:
(noun) gezelschap, vriendschap
Voorbeeld:
(adjective) compatibel, verenigbaar
Voorbeeld:
(verb) co-parenten, samen opvoeden;
(noun) co-ouder, mede-ouder
Voorbeeld:
(noun) voogdij, ouderschapsgezag, hechtenis
Voorbeeld:
(noun) afstammeling, nakomeling
Voorbeeld:
(adjective) ver, afgelegen, afstandelijk
Voorbeeld:
(noun) zielsverwant
Voorbeeld:
(noun) das, stropdas, gelijkspel;
(verb) binden, vastmaken, gelijkspelen
Voorbeeld:
(verb) socialiseren, omgaan met mensen, opvoeden tot maatschappelijk aanvaardbaar gedrag
Voorbeeld:
(noun) familie, verwanten
Voorbeeld:
(noun) naaste familie, dichtstbijzijnde verwant
Voorbeeld:
(noun) verwantschap, familieband, verbondenheid
Voorbeeld:
(noun) ouderschap, opvoeding
Voorbeeld:
(adjective) moederlijk, maternaal, van moederskant
Voorbeeld:
(adjective) vaderlijk, van vaderskant
Voorbeeld:
(adjective) intiem, vertrouwelijk, privé;
(verb) doorschemeren, aangeven
Voorbeeld:
(verb) erven, overerven, overnemen
Voorbeeld:
(noun) erfgoed, erfenis, cultureel erfgoed
Voorbeeld:
(noun) ex, voormalige partner;
(prefix) uit, van
Voorbeeld:
(adjective) exclusief, beperkt, uitsluitend;
(noun) exclusief, primeur
Voorbeeld:
(verb) associëren, verbinden, zich aansluiten bij;
(noun) partner, collega;
(adjective) geassocieerd, adjunct
Voorbeeld: