Vocabulaireverzameling Natuurkunde en scheikunde in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Natuurkunde en scheikunde' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) vacuüm, stofzuiger;
(verb) stofzuigen
Voorbeeld:
(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(noun) samenstelling, opbouw, compositie
Voorbeeld:
(verb) destilleren, samenvatten
Voorbeeld:
(verb) comprimeren, samenpersen, drukken;
(noun) kompres, verband
Voorbeeld:
(noun) donkere materie
Voorbeeld:
(noun) antimaterie
Voorbeeld:
(noun) katalysator, aanjager
Voorbeeld:
(verb) versnellen, bespoedigen
Voorbeeld:
(noun) alkali, base
Voorbeeld:
(adjective) solvent, betaalkrachtig;
(noun) oplosmiddel
Voorbeeld:
(noun) ammoniak
Voorbeeld:
(noun) houtskool;
(adjective) houtskoolkleurig, antraciet
Voorbeeld:
(adjective) geladen, gespannen;
(past participle) in rekening gebracht, aangerekend, aangeklaagd;
(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen
Voorbeeld:
(noun) dirigent, geleider, conducteur
Voorbeeld:
(noun) kristal, kristalglas;
(adjective) kristalhelder, doorzichtig
Voorbeeld:
(noun) ion
Voorbeeld:
(adjective) elektromagnetisch
Voorbeeld:
(noun) kernsplijting
Voorbeeld:
(noun) kernfusie
Voorbeeld:
(verb) verdampen, vervliegen, verdwijnen
Voorbeeld:
(noun) aluminium
Voorbeeld:
(noun) legering;
(verb) legeren
Voorbeeld:
(adjective) magnetisch, aantrekkelijk
Voorbeeld:
(noun) wrijving, frictie
Voorbeeld:
(noun) corrosie, roest, aantasting
Voorbeeld:
(noun) massa, klomp, menigte;
(verb) verzamelen, samenpakken;
(adjective) massaal, grootschalig
Voorbeeld:
(noun) dichtheid, massadichtheid
Voorbeeld:
(noun) snelheid, velociteit
Voorbeeld:
(noun) leiding, voorbeeld, voorsprong;
(verb) leiden, gidsen, aanvoeren
Voorbeeld:
(noun) grafiet
Voorbeeld:
(noun) kwik, Mercurius
Voorbeeld:
(noun) nikkel, nickel, vijf cent;
(verb) vernikkelen
Voorbeeld:
(noun) plasma
Voorbeeld:
(adjective) radioactief
Voorbeeld:
(adjective) thermisch, warmte-, thermo;
(noun) thermieke, opstijgende luchtstroom
Voorbeeld:
(adjective) statisch, onveranderlijk;
(noun) ruis, statische ruis
Voorbeeld:
(adjective) synthetisch, kunstmatig, onecht
Voorbeeld: