Avatar of Vocabulary Set Natuurkunde en scheikunde

Vocabulaireverzameling Natuurkunde en scheikunde in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Natuurkunde en scheikunde' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

vacuum

/ˈvæk.juːm/

(noun) vacuüm, stofzuiger;

(verb) stofzuigen

Voorbeeld:

Scientists created a near-perfect vacuum in the lab.
Wetenschappers creëerden een bijna perfect vacuüm in het laboratorium.

bond

/bɑːnd/

(noun) band, verbinding, obligatie;

(verb) binden, hechten, een band opbouwen

Voorbeeld:

The prisoner was held by a strong bond.
De gevangene werd vastgehouden door een sterke band.

composition

/ˌkɑːm.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) samenstelling, opbouw, compositie

Voorbeeld:

The composition of the soil affects plant growth.
De samenstelling van de bodem beïnvloedt de plantengroei.

distill

/dɪˈstɪl/

(verb) destilleren, samenvatten

Voorbeeld:

They distill water to remove impurities.
Ze destilleren water om onzuiverheden te verwijderen.

compress

/kəmˈpres/

(verb) comprimeren, samenpersen, drukken;

(noun) kompres, verband

Voorbeeld:

The machine can compress large bales of hay.
De machine kan grote balen hooi comprimeren.

dark matter

/dɑːrk ˈmæt.ər/

(noun) donkere materie

Voorbeeld:

Scientists are still trying to understand the nature of dark matter.
Wetenschappers proberen nog steeds de aard van donkere materie te begrijpen.

antimatter

/ˈæn.t̬iˌmæt̬.ɚ/

(noun) antimaterie

Voorbeeld:

Scientists are studying antimatter to understand the early universe.
Wetenschappers bestuderen antimaterie om het vroege heelal te begrijpen.

catalyst

/ˈkæt̬.əl.ɪst/

(noun) katalysator, aanjager

Voorbeeld:

Enzymes act as biological catalysts in the body.
Enzymen fungeren als biologische katalysatoren in het lichaam.

accelerate

/ekˈsel.ɚ.eɪt/

(verb) versnellen, bespoedigen

Voorbeeld:

The car began to accelerate as it entered the highway.
De auto begon te versnellen toen hij de snelweg opreed.

alkali

/ˈæl.kəl.aɪ/

(noun) alkali, base

Voorbeeld:

Sodium hydroxide is a strong alkali.
Natriumhydroxide is een sterke alkali.

solvent

/ˈsɑːl.vənt/

(adjective) solvent, betaalkrachtig;

(noun) oplosmiddel

Voorbeeld:

The company remained solvent despite the economic downturn.
Het bedrijf bleef solvent ondanks de economische neergang.

ammonia

/əˈmoʊ.ni.ə/

(noun) ammoniak

Voorbeeld:

The strong smell of ammonia filled the air.
De sterke geur van ammoniak vulde de lucht.

charcoal

/ˈtʃɑːr.koʊl/

(noun) houtskool;

(adjective) houtskoolkleurig, antraciet

Voorbeeld:

We used charcoal to grill the burgers.
We gebruikten houtskool om de hamburgers te grillen.

charged

/tʃɑːrdʒd/

(adjective) geladen, gespannen;

(past participle) in rekening gebracht, aangerekend, aangeklaagd;

(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen

Voorbeeld:

The battery is fully charged.
De batterij is volledig opgeladen.

conductor

/kənˈdʌk.tɚ/

(noun) dirigent, geleider, conducteur

Voorbeeld:

The conductor raised his baton, and the orchestra began to play.
De dirigent hief zijn baton, en het orkest begon te spelen.

crystal

/ˈkrɪs.təl/

(noun) kristal, kristalglas;

(adjective) kristalhelder, doorzichtig

Voorbeeld:

The chandelier was adorned with sparkling crystals.
De kroonluchter was versierd met sprankelende kristallen.

ion

/ˈaɪ.ɑːn/

(noun) ion

Voorbeeld:

Sodium chloride dissolves in water to form sodium ions and chloride ions.
Natriumchloride lost op in water en vormt natriumionen en chlorideionen.

electromagnetic

/iˌlek.troʊ.mæɡˈnet̬.ɪk/

(adjective) elektromagnetisch

Voorbeeld:

Light is a form of electromagnetic radiation.
Licht is een vorm van elektromagnetische straling.

nuclear fission

/ˈnuːkliər ˈfɪʃən/

(noun) kernsplijting

Voorbeeld:

The power plant uses nuclear fission to generate electricity.
De energiecentrale gebruikt kernsplijting om elektriciteit op te wekken.

nuclear fusion

/ˌnuː.klɪər ˈfjuː.ʒən/

(noun) kernfusie

Voorbeeld:

Scientists are working to harness nuclear fusion as a clean energy source.
Wetenschappers werken eraan om kernfusie te benutten als een schone energiebron.

evaporate

/ɪˈvæp.ə.reɪt/

(verb) verdampen, vervliegen, verdwijnen

Voorbeeld:

The water will evaporate quickly in the sun.
Het water zal snel verdampen in de zon.

aluminum

/əˈluː.mə.nəm/

(noun) aluminium

Voorbeeld:

Most soda cans are made of aluminum.
De meeste frisdrankblikjes zijn gemaakt van aluminium.

alloy

/ˈæl.ɔɪ/

(noun) legering;

(verb) legeren

Voorbeeld:

Brass is an alloy of copper and zinc.
Messing is een legering van koper en zink.

magnetic

/mæɡˈnet̬.ɪk/

(adjective) magnetisch, aantrekkelijk

Voorbeeld:

The compass needle is magnetic.
De kompasnaald is magnetisch.

friction

/ˈfrɪk.ʃən/

(noun) wrijving, frictie

Voorbeeld:

The car tires need good friction to grip the road.
De autobanden hebben goede wrijving nodig om grip op de weg te krijgen.

corrosion

/kəˈroʊ.ʒən/

(noun) corrosie, roest, aantasting

Voorbeeld:

The bridge showed signs of severe corrosion due to saltwater exposure.
De brug vertoonde tekenen van ernstige corrosie als gevolg van blootstelling aan zout water.

mass

/mæs/

(noun) massa, klomp, menigte;

(verb) verzamelen, samenpakken;

(adjective) massaal, grootschalig

Voorbeeld:

A huge mass of rock blocked the road.
Een enorme massa rots blokkeerde de weg.

density

/ˈden.sə.t̬i/

(noun) dichtheid, massadichtheid

Voorbeeld:

The population density in the city center is very high.
De bevolkingsdichtheid in het stadscentrum is erg hoog.

velocity

/vəˈlɑː.sə.t̬i/

(noun) snelheid, velociteit

Voorbeeld:

The car reached a high velocity on the highway.
De auto bereikte een hoge snelheid op de snelweg.

lead

/liːd/

(noun) leiding, voorbeeld, voorsprong;

(verb) leiden, gidsen, aanvoeren

Voorbeeld:

She took the lead in organizing the event.
Zij nam de leiding bij het organiseren van het evenement.

graphite

/ˈɡræf.aɪt/

(noun) grafiet

Voorbeeld:

Pencil 'lead' is actually made of graphite and clay.
Potlood 'lood' is eigenlijk gemaakt van grafiet en klei.

mercury

/ˈmɝː.kjə.ri/

(noun) kwik, Mercurius

Voorbeeld:

The old thermometer contained mercury.
De oude thermometer bevatte kwik.

nickel

/ˈnɪk.əl/

(noun) nikkel, nickel, vijf cent;

(verb) vernikkelen

Voorbeeld:

Stainless steel contains nickel.
Roestvrij staal bevat nikkel.

plasma

/ˈplæz.mə/

(noun) plasma

Voorbeeld:

The doctor ordered a plasma transfusion for the patient.
De dokter beval een plasmatransfusie voor de patiënt.

uranium

/jʊˈreɪ.ni.əm/

radioactive

/ˌreɪ.di.oʊˈæk.tɪv/

(adjective) radioactief

Voorbeeld:

The waste material is highly radioactive and must be handled with extreme care.
Het afvalmateriaal is zeer radioactief en moet met uiterste voorzichtigheid worden behandeld.

thermal

/ˈθɝː.məl/

(adjective) thermisch, warmte-, thermo;

(noun) thermieke, opstijgende luchtstroom

Voorbeeld:

The house has excellent thermal insulation.
Het huis heeft uitstekende thermische isolatie.

static

/ˈstæt̬.ɪk/

(adjective) statisch, onveranderlijk;

(noun) ruis, statische ruis

Voorbeeld:

The population remained static for decades.
De bevolking bleef decennia lang statisch.

synthetic

/sɪnˈθet̬.ɪk/

(adjective) synthetisch, kunstmatig, onecht

Voorbeeld:

This fabric is made from synthetic fibers.
Deze stof is gemaakt van synthetische vezels.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland