Vocabulaireverzameling Recensies en kritieken in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Recensies en kritieken' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) wegen, afwegen, beoordelen
Voorbeeld:
(verb) evalueren, beoordelen, schatten
Voorbeeld:
(verb) herbeoordelen, heroverwegen
Voorbeeld:
(verb) beoordelen, inschatten, vaststellen
Voorbeeld:
(verb) diskwalificeren, uitsluiten
Voorbeeld:
(adjective) minderwaardig, inferieur, lager;
(noun) ondergeschikte, mindere
Voorbeeld:
(adjective) saai, langdradig, vervelend
Voorbeeld:
(adjective) somber, naargeestig, belabberd
Voorbeeld:
(adjective) catastrofaal, cataclismisch
Voorbeeld:
(adjective) dringend, ernstig, verschrikkelijk
Voorbeeld:
(adjective) walgelijk, afschuwelijk;
(verb) in opstand komen, doen walgen
Voorbeeld:
(adjective) onjuist, foutief
Voorbeeld:
(adjective) inefficiënt, onproductief
Voorbeeld:
(adjective) ongepast, onbehoorlijk, onjuist
Voorbeeld:
(adjective) ongeschikt, onbruikbaar, onfit
Voorbeeld:
(adjective) zielig, pathetisch, waardeloos
Voorbeeld:
(adjective) ongunstig, nadelig, schadelijk
Voorbeeld:
(adjective) onopvallend, gewoon, onbeschrijfelijk
Voorbeeld:
(adjective) rampzalig, desastreus
Voorbeeld:
(adjective) flagrant, schokkend
Voorbeeld:
(adjective) vreselijk, akelig, naar
Voorbeeld:
(adjective) onfris, onappetijtelijk, onwelriekend
Voorbeeld:
(adjective) vies, vuil, stinkend;
(noun) overtreding, fout;
(verb) overtreden, een overtreding begaan
Voorbeeld:
(adjective) grotesk, afzichtelijk, bizar;
(noun) groteske, misvormd figuur
Voorbeeld:
(adjective) prullig, slecht gemaakt, inferieur
Voorbeeld:
(adjective) alledaags, saai, gewoon
Voorbeeld:
(adjective) somber, saai, triest
Voorbeeld:
(adjective) vies, vuil, obsceen
Voorbeeld:
(adjective) gammel, brak, onbetrouwbaar
Voorbeeld:
(adjective) afschuwelijk, vreselijk, lijkbleek;
(adverb) vreselijk, afschuwelijk
Voorbeeld:
(adjective) walgelijk, afschuwelijk, vies
Voorbeeld:
(adjective) saai, vervelend, bot;
(verb) verdoffen, temperen
Voorbeeld:
(adjective) saai, eentonig, grauw;
(noun) vaalbruin, grijsbruin
Voorbeeld: