Vocabulaireverzameling Macht en bestuur in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Macht en bestuur' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) trouw, loyaliteit
Voorbeeld:
(noun) coalitie, verbond
Voorbeeld:
(noun) lobby, belangengroep, hal;
(verb) lobbyen, beïnvloeden
Voorbeeld:
(noun) bondgenoot, steunpilaar;
(verb) verenigen, zich verbinden
Voorbeeld:
(noun) monarch, vorst, soeverein
Voorbeeld:
(noun) toetreding, troonsbestijging, ambtsaanvaarding
Voorbeeld:
(noun) opvolger, erfgenaam
Voorbeeld:
(noun) dynastie, vorstenhuis, machtsfamilie
Voorbeeld:
(noun) despotisme, tirannie
Voorbeeld:
(noun) dictator
Voorbeeld:
(noun) stemrecht, kiesrecht, stem
Voorbeeld:
(noun) hervorming, verbetering;
(verb) hervormen, verbeteren
Voorbeeld:
(noun) guerrilla, guerrillastrijder;
(adjective) guerrilla, guerrillastrijd
Voorbeeld:
(noun) opstand, rebellie, muiterij
Voorbeeld:
(noun) muiterij, opstand;
(verb) muiten
Voorbeeld:
(verb) in opstand komen, revolteren, walgen;
(noun) opstand, revolte
Voorbeeld:
(noun) opruiing, oproer, rebellie
Voorbeeld:
(noun) opstand, rebellie, oproer
Voorbeeld:
(noun) slavernij, dienstbaarheid, dwangarbeid
Voorbeeld:
(noun) vrijheid, speelruimte, verlof
Voorbeeld:
(noun) bevrijding, vrijlating, emancipatiebeweging
Voorbeeld:
(noun) onafhankelijkheid, zelfstandigheid
Voorbeeld:
(noun) regime, bewind, systeem
Voorbeeld:
(adjective) tiranniek
Voorbeeld:
(adjective) verplicht, bindend, dwingend
Voorbeeld:
(adjective) opruiend, seditieus
Voorbeeld:
(adjective) keizerlijk, imperiaal, imperiaal (maatsysteem)
Voorbeeld:
(adjective) marine-, scheeps-
Voorbeeld:
(verb) opgeven, afstaan
Voorbeeld:
(verb) vorderen, beslag leggen op
Voorbeeld:
(verb) aftreden, afstand doen van
Voorbeeld:
(verb) handhaven, afdwingen
Voorbeeld:
(noun) bevel, opdracht, beheersing;
(verb) bevelen, gebieden, bevel voeren over
Voorbeeld:
(verb) boycotten, boycot;
(noun) boycot
Voorbeeld:
(verb) domineren, overheersen
Voorbeeld:
(verb) usurperen, onrechtmatig in bezit nemen
Voorbeeld:
(verb) recht geven op, gerechtigd zijn tot, betitelen
Voorbeeld:
(verb) koloniseren, zich vestigen
Voorbeeld:
(verb) ratificeren, bekrachtigen
Voorbeeld:
(noun) goedkeuring, toestemming, sanctie;
(verb) sanctioneren, goedkeuren, straffen
Voorbeeld:
(verb) verwerpen, terugdraaien, overrulen
Voorbeeld:
(verb) bijvoegen, annexeren, inlijven;
(noun) aanbouw, bijgebouw
Voorbeeld:
(adjective) onderdrukt, vertrapt
Voorbeeld: