Vocabulaireverzameling Menselijke eigenschappen en uiterlijk in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Menselijke eigenschappen en uiterlijk' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) behendigheid, vaardigheid
Voorbeeld:
(noun) eetlust, trek, verlangen
Voorbeeld:
(noun) handigheid, lateraliteit
Voorbeeld:
(noun) energie, kracht, levenskracht
Voorbeeld:
(noun) persoonlijkheid, karakter, beroemdheid
Voorbeeld:
(noun) levendigheid, vivaciteit
Voorbeeld:
(noun) moed, standvastigheid, zielskracht
Voorbeeld:
(noun) uithoudingsvermogen, conditie
Voorbeeld:
(noun) uitstraling, houding, gedrag
Voorbeeld:
(noun) vindingrijkheid, inventiviteit
Voorbeeld:
(noun) adolescentie, puberteit
Voorbeeld:
(noun) intimiteit, vertrouwelijkheid, nabijheid
Voorbeeld:
(adjective) opmerkzaam, alert, aandachtig
Voorbeeld:
(adjective) ijverig, vlijtig, arbeidzaam
Voorbeeld:
(adjective) capabel, bekwaam, in staat
Voorbeeld:
(adjective) gierig, zuinig
Voorbeeld:
(adjective) reclusief, teruggetrokken
Voorbeeld:
(noun) maagd, meisje;
(adjective) eerste, maagdelijk, inaugureel
Voorbeeld:
(adjective) vermoeid, moe, verveeld;
(verb) vermoeien, afmatten
Voorbeeld:
(adjective) log, zwaar, lomp
Voorbeeld:
(adjective) vermoeid, uitgeput;
(verb) vermoeien, uitputten
Voorbeeld:
(adjective) hartelijk, vriendelijk;
(noun) siroop, likeur, hartversterker
Voorbeeld:
(adjective) moedig, dapper
Voorbeeld:
(adjective) geheimzinnig, terughoudend
Voorbeeld:
(adjective) bedreven, bekwaam, vaardig
Voorbeeld:
(adjective) loom, traag, lusteloos
Voorbeeld:
(adjective) enthousiast, ijverig, verwoed
Voorbeeld:
(adjective) onverzadigbaar, vretend, hartstochtelijk
Voorbeeld:
(adjective) nonchalant, onverschillig, laconiek
Voorbeeld:
(adjective) koppig, eigenwijs, hardnekkig
Voorbeeld:
(adjective) onstuimig, luidruchtig
Voorbeeld:
(adjective) rebellieus, opstandig
Voorbeeld:
(adjective) gedreven, ambitieus;
(past participle) gereden, gedreven
Voorbeeld:
(adjective) sociaal, gezellig
Voorbeeld:
(adjective) gemakkelijk, ontspannen, tolerant
Voorbeeld:
(adjective) uitbundig, enthousiast, levendig
Voorbeeld:
(adjective) onbewogen, onverstoorbaar, stolid
Voorbeeld:
(adjective) parmantig, vlot, stevig
Voorbeeld:
(adjective) vreeswekkend, geducht
Voorbeeld:
(adjective) meedogenloos, onbarmhartig
Voorbeeld:
(adjective) gehandicapt
Voorbeeld:
(adjective) patriottisch, vaderlandslievend
Voorbeeld:
(adjective) op je hoede, voorzichtig, argwanend
Voorbeeld:
(adjective) eenzaam, verlaten, afgelegen;
(phrase) in je eentje
Voorbeeld:
(adjective) verstandig, voorzichtig, prudent
Voorbeeld:
(noun) houding, gestalte, standpunt;
(verb) poseren, zich aanstellen, doen alsof
Voorbeeld:
(noun) gelaat, gezichtsuitdrukking;
(verb) gedogen, toestaan
Voorbeeld:
(noun) gestalte, lengte, aanzien
Voorbeeld:
(noun) slankheid, geringheid, beperktheid
Voorbeeld:
(noun) grimas, grijns;
(verb) grimassen trekken, grijnzen
Voorbeeld:
(verb) leunen, hellen, leunen op;
(adjective) slank, mager, schaars
Voorbeeld:
(adjective) slap, futloos, slank
Voorbeeld:
(adjective) elegant, gracieus, stijlvol
Voorbeeld:
(adjective) sjofel, vervallen, armoedig
Voorbeeld:
(adjective) gekneusd, beurs, gekwetst;
(past tense) kneusde, beurste
Voorbeeld:
(adjective) slordig, onverzorgd, onnet;
(adverb) slordig, onverzorgd, onnet
Voorbeeld: