Avatar of Vocabulary Set Soorten Financiële, Bank- en Effectenrekeningen

Vocabulaireverzameling Soorten Financiële, Bank- en Effectenrekeningen in Financiën en Bankwezen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Soorten Financiële, Bank- en Effectenrekeningen' in 'Financiën en Bankwezen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

bank account

/ˈbæŋk əˌkaʊnt/

(noun) bankrekening

Voorbeeld:

I need to open a new bank account.
Ik moet een nieuwe bankrekening openen.

current account

/ˌkɝː.ənt əˈkaʊnt/

(noun) betaalrekening, zichtrekening, lopende rekening

Voorbeeld:

I need to check the balance of my current account.
Ik moet het saldo van mijn betaalrekening controleren.

joint account

/ˌdʒɔɪnt əˈkaʊnt/

(noun) gezamenlijke rekening

Voorbeeld:

They opened a joint account to manage their household expenses.
Ze openden een gezamenlijke rekening om hun huishoudelijke uitgaven te beheren.

debit card

/ˈdeb.ɪt ˌkɑːrd/

(noun) betaalpas, debetkaart

Voorbeeld:

I paid for the groceries with my debit card.
Ik betaalde de boodschappen met mijn betaalpas.

credit card

/ˈkred.ɪt ˌkɑːrd/

(noun) creditcard

Voorbeeld:

I paid for the groceries with my credit card.
Ik betaalde de boodschappen met mijn creditcard.

prepaid card

/ˌpriːˈpeɪd ˌkɑːrd/

(noun) prepaidkaart, vooruitbetaalde kaart

Voorbeeld:

I bought a prepaid card for my trip abroad.
Ik kocht een prepaidkaart voor mijn reis naar het buitenland.

checking account

/ˈtʃek.ɪŋ əˌkaʊnt/

(noun) betaalrekening, zichtrekening

Voorbeeld:

I need to deposit my paycheck into my checking account.
Ik moet mijn salaris storten op mijn betaalrekening.

foreign currency account

/ˈfɔːrən ˈkɜːrənsi əˈkaʊnt/

(noun) vreemde valuta rekening

Voorbeeld:

Many international businesses use a foreign currency account to manage their transactions.
Veel internationale bedrijven gebruiken een vreemde valuta rekening om hun transacties te beheren.

balance

/ˈbæl.əns/

(noun) evenwicht, balans, saldo;

(verb) balanceren, in evenwicht houden, afwegen

Voorbeeld:

She lost her balance and fell.
Ze verloor haar evenwicht en viel.

transaction

/trænˈzæk.ʃən/

(noun) transactie, zakelijke deal, afhandeling

Voorbeeld:

The bank processed the transaction quickly.
De bank verwerkte de transactie snel.

withdrawal

/wɪðˈdrɑː.əl/

(noun) terugtrekking, intrekking, opname

Voorbeeld:

The withdrawal of troops from the region was completed.
De terugtrekking van troepen uit de regio was voltooid.

deposit

/dɪˈpɑː.zɪt/

(noun) storting, deposito, aanbetaling;

(verb) deponeren, neerleggen, afzetten

Voorbeeld:

I made a large deposit into my savings account.
Ik heb een grote storting gedaan op mijn spaarrekening.

transfer

/ˈtræns.fɝː/

(verb) overdragen, overbrengen, verplaatsen;

(noun) overdracht, overplaatsing, verplaatsing

Voorbeeld:

Please transfer the files to the new folder.
Gelieve de bestanden naar de nieuwe map te verplaatsen.

interest

/ˈɪn.trɪst/

(noun) interesse, aandacht, rente;

(verb) interesseren, boeien

Voorbeeld:

She showed great interest in the new project.
Ze toonde grote interesse in het nieuwe project.

statement

/ˈsteɪt.mənt/

(noun) verklaring, uitspraak, afschrift

Voorbeeld:

The witness gave a detailed statement to the police.
De getuige gaf een gedetailleerde verklaring aan de politie.

branch

/bræntʃ/

(noun) tak, filiaal, vestiging;

(verb) vertakken, splitsen

Voorbeeld:

The bird landed on a high branch.
De vogel landde op een hoge tak.

IBAN

/ˈaɪ.bæn/

(abbreviation) Internationaal Bankrekeningnummer

Voorbeeld:

Please provide your IBAN for the international transfer.
Gelieve uw IBAN op te geven voor de internationale overschrijving.

swift

/swɪft/

(adjective) snel, vlug;

(noun) gierzwaluw

Voorbeeld:

The gazelle is known for its swift movements.
De gazelle staat bekend om zijn snelle bewegingen.

stock market

/ˈstɑːk ˌmɑːr.kɪt/

(noun) aandelenmarkt, beurs

Voorbeeld:

The stock market closed higher today.
De aandelenmarkt sloot vandaag hoger.

stock exchange

/ˈstɑːk ɪksˌtʃeɪndʒ/

(noun) beurs, effectenbeurs

Voorbeeld:

The stock exchange closed early due to the holiday.
De beurs sloot vroeg vanwege de feestdag.

share

/ʃer/

(noun) deel, aandeel;

(verb) delen, meedelen

Voorbeeld:

Everyone received an equal share of the profits.
Iedereen ontving een gelijk deel van de winst.

portfolio

/ˌpɔːrtˈfoʊ.li.oʊ/

(noun) portfolio, map, beleggingsportefeuille

Voorbeeld:

She carried her artwork in a large portfolio.
Ze droeg haar kunstwerken in een grote portfolio.

dividend

/ˈdɪv.ə.dend/

(noun) dividend, winstuitkering, deeltal

Voorbeeld:

The company announced a quarterly dividend of 50 cents per share.
Het bedrijf kondigde een kwartaaldividend van 50 cent per aandeel aan.

stock index

/ˈstɑːk ˌɪn.deks/

(noun) aandelenindex, beursindex

Voorbeeld:

The Dow Jones Industrial Average is a well-known stock index.
De Dow Jones Industrial Average is een bekende aandelenindex.

market order

/ˈmɑːrkɪt ˌɔːrdər/

(noun) marktorder

Voorbeeld:

He placed a market order to buy 100 shares of the stock.
Hij plaatste een marktorder om 100 aandelen van het aandeel te kopen.

limit order

/ˈlɪmɪt ˌɔːrdər/

(noun) limietorder

Voorbeeld:

He placed a limit order to buy 100 shares at $50.
Hij plaatste een limietorder om 100 aandelen te kopen voor $50.

bull market

/bʊl ˈmɑːr.kɪt/

(noun) bullmarkt, stijgende markt

Voorbeeld:

Investors are optimistic about the current bull market.
Beleggers zijn optimistisch over de huidige bullmarkt.

bear market

/ˈber ˌmɑːr.kɪt/

(noun) bearmarkt

Voorbeeld:

Investors are worried about the current bear market.
Beleggers maken zich zorgen over de huidige bearmarkt.

derivative

/dɪˈrɪv.ə.t̬ɪv/

(noun) afgeleide, derivaat, derivaten;

(adjective) afgeleid, derivatief

Voorbeeld:

His new song is a derivative of an old folk tune.
Zijn nieuwe lied is een afgeleide van een oude volksmelodie.

option

/ˈɑːp.ʃən/

(noun) optie, keuze, koopoptie

Voorbeeld:

You have two options: stay or leave.
Je hebt twee opties: blijven of weggaan.

futures

/ˈfjuː.tʃərz/

(plural noun) futures

Voorbeeld:

He trades in corn futures.
Hij handelt in maïsfutures.

margin

/ˈmɑːr.dʒɪn/

(noun) marge, rand, winstmarge;

(verb) marges aanbrengen

Voorbeeld:

Write your notes in the margin of the page.
Schrijf je aantekeningen in de marge van de pagina.

short selling

/ˈʃɔːrt ˌsel.ɪŋ/

(noun) short selling, short gaan

Voorbeeld:

He made a fortune through short selling during the market downturn.
Hij verdiende een fortuin met short selling tijdens de marktdaling.

initial public offering

/ɪˌnɪʃ.əl ˌpʌb.lɪk ˈɔːf.ər.ɪŋ/

(noun) eerste openbare aanbieding, beursgang

Voorbeeld:

The tech startup announced its initial public offering next month.
De tech-startup kondigde volgende maand zijn eerste openbare aanbieding aan.

dividend yield

/ˈdɪv.ɪ.dɛnd ˌjiːld/

(noun) dividendrendement

Voorbeeld:

Investors often look at the dividend yield to assess a stock's income potential.
Beleggers kijken vaak naar het dividendrendement om het inkomenspotentieel van een aandeel te beoordelen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland