Vocabulaireverzameling Gezondheid in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Gezondheid' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) krachtig, energiek, levendig
Voorbeeld:
(noun) geluid, klank, zeestraat;
(verb) klinken, luiden, lijken;
(adjective) gezond, deugdelijk, verstandig;
(adverb) diep, grondig
Voorbeeld:
(adjective) gezond, heilzaam, deugdelijk
Voorbeeld:
(adjective) hartelijk, uitbundig, stevig
Voorbeeld:
(idiom) gezond en wel, fit en vitaal
Voorbeeld:
(adjective) vitaal, essentieel, cruciaal
Voorbeeld:
(adjective) stevig, levendig, snel
Voorbeeld:
(adjective) levendig, bruisend, helder
Voorbeeld:
(adjective) valide, gezond
Voorbeeld:
(noun) flauwte, bewusteloosheid;
(verb) flauwvallen, bewusteloos worden;
(adjective) zwak, vaag, onduidelijk
Voorbeeld:
(adjective) verspild, verloren, uitgemergeld;
(past participle) verspilde, verloren
Voorbeeld:
(adjective) ongeschikt, onbruikbaar, onfit
Voorbeeld:
(adjective) licht, bleek;
(verb) verbleken, in het niet vallen;
(noun) grens, omheining
Voorbeeld:
(adjective) ziek, aangedaan
Voorbeeld:
(adjective) ziekelijk, zwak, misselijkmakend
Voorbeeld:
(adjective) gebrekkig, zwak
Voorbeeld:
(adjective) zwak, breekbaar, teer
Voorbeeld:
(adverb) slecht, inferieur, arm
Voorbeeld:
(idiom) onder de weersomstandigheden, niet lekker
Voorbeeld:
(adjective) bedlegerig
Voorbeeld:
(adjective) koortsig, koortsachtig, hectisch
Voorbeeld:
(adjective) geïnfecteerd, besmet;
(verb) infecteerde, besmette
Voorbeeld:
(adjective) besmettelijk, infectieus, aanstekelijk
Voorbeeld:
(adjective) besmettelijk, aanstekelijk
Voorbeeld:
(adjective) verlamd, gehandicapt, invalide
Voorbeeld:
(adjective) vervallen, bouwvallig, gebrekkig
Voorbeeld:
(adjective) lusteloos, apathisch
Voorbeeld:
(adjective) misselijk, misselijkmakend, walgelijk
Voorbeeld:
(verb) bezweken, toegaven, overleden
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, steunen, handhaven
Voorbeeld:
(adjective) lethargisch, traag, loom
Voorbeeld: