Vocabulaireverzameling Eenheid 4: Leven in het verleden in Graad 9: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 4: Leven in het verleden' in 'Graad 9' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) Noordpoolgebied, Arctische regio;
(adjective) Arctisch, pool-, ijskoud
Voorbeeld:
(adjective) blootsvoets;
(adverb) blootsvoets
Voorbeeld:
(verb) zich gedragen, functioneren
Voorbeeld:
(noun) hondenslee;
(verb) met een hondenslee reizen
Voorbeeld:
(adjective) koepelvormig, gewelfd;
(verb) overkoepelen, koepelvormig maken
Voorbeeld:
(adverb) naar het centrum, in het centrum;
(noun) centrum, binnenstad;
(adjective) centraal, binnenstedelijk
Voorbeeld:
(noun) verf, kleurstof;
(verb) verven, kleuren
Voorbeeld:
(phrasal verb) uit eten gaan, buitenshuis eten
Voorbeeld:
(verb) vermaken, onderhouden, overwegen
Voorbeeld:
(noun) evenement, gebeurtenis, voorval
Voorbeeld:
(adjective) face-to-face, persoonlijk;
(adverb) face-to-face, persoonlijk
Voorbeeld:
(noun) faciliteit, voorziening, aanleg
Voorbeeld:
(noun) iglo
Voorbeeld:
(adjective) analfabeet, onwetend, ongeletterd;
(noun) analfabeet
Voorbeeld:
(noun) levensstijl
Voorbeeld:
(noun) luidspreker, speaker
Voorbeeld:
(noun) gelegenheid, keer, viering;
(verb) veroorzaken, teweegbrengen
Voorbeeld:
(noun) paal, post, bericht;
(verb) plaatsen, aanplakken, posten;
(preposition) na, post-
Voorbeeld:
(adjective) afgelegen, ver, gering;
(noun) afstandsbediening
Voorbeeld:
(noun) snack, tussendoortje;
(verb) snacken, tussendoor eten
Voorbeeld:
(noun) straatverkoper, venter
Voorbeeld:
(adjective) streng, strik, strikt
Voorbeeld:
(adjective) tijdrovend
Voorbeeld:
(verb) behandelen, verwerken, traktatie geven;
(noun) traktatie, verwennerij, rondje
Voorbeeld:
(adjective) gewend aan;
(modal verb) vroeger, gewoonlijk
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitbeelden, acteren, zich afreageren
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitsterven, verdwijnen
Voorbeeld:
(phrasal verb) doorgeven, overdragen, overlijden
Voorbeeld: