Vocabulaireverzameling Eenheid 8: Onafhankelijk worden in Graad 11: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 8: Onafhankelijk worden' in 'Graad 11' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) bereiken, behalen, volbrengen
Voorbeeld:
(noun) oppassen, babysitten;
(verb) oppassend, babysittend
Voorbeeld:
(verb) combineren, verenigen, samenvoegen;
(noun) maaidorser, combine
Voorbeeld:
(noun) vertrouwen, zelfvertrouwen, zelfverzekerdheid
Voorbeeld:
(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd
Voorbeeld:
(noun) honden uitlaten, hondenwandeling
Voorbeeld:
(noun) onafhankelijkheid, zelfstandigheid
Voorbeeld:
(adjective) onafhankelijk, zelfstandig, afzonderlijk;
(noun) onafhankelijke, zelfstandige
Voorbeeld:
(noun) leerling, student
Voorbeeld:
(noun) levensvaardigheid
Voorbeeld:
(verb) beheren, leiden, redden
Voorbeeld:
(verb) meten, opmeten, bedragen;
(noun) maatstaf, meetmethode, maatregel
Voorbeeld:
(noun) zakgeld
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, afnemen, wegnemen
Voorbeeld:
(noun) verantwoordelijkheid, plicht, taken
Voorbeeld:
(adjective) verantwoordelijk, verantwoordelijk voor, oorzaak van
Voorbeeld:
(adjective) zelfgemotiveerd
Voorbeeld:
(noun) zelfstudie, zelfonderwijs;
(verb) zelf studeren, zelf onderwijzen
Voorbeeld:
(noun) takenlijst, to-dolijst
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich verplaatsen, rondkomen, omzeilen
Voorbeeld:
(phrasal verb) aanpakken, omgaan met, zaken doen met
Voorbeeld:
(phrasal verb) bedenken, verzinnen, opleveren
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitvoeren, verrichten
Voorbeeld:
(phrase) gebruik maken van, benutten
Voorbeeld:
(idiom) af en toe, nu en dan
Voorbeeld:
(idiom) op pad, actief
Voorbeeld: