Vocabulaireverzameling Overige (Off) in Phrasal Verbs met 'Off' & 'In': Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Overige (Off)' in 'Phrasal Verbs met 'Off' & 'In'' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrasal verb) afkoelen, kalmeren
Voorbeeld:
(phrasal verb) opgewonden raken van, geil worden van, genieten van
Voorbeeld:
(phrasal verb) lummelen, rondhangen, nietsdoen
Voorbeeld:
(phrasal verb) helpen afdoen
Voorbeeld:
(phrasal verb) stabiliseren, gelijk blijven
Voorbeeld:
(phrasal verb) leven van, afhankelijk zijn van
Voorbeeld:
(phrasal verb) stoppen, tussenstop maken
Voorbeeld:
(noun) overdracht, overgave, handoff
Voorbeeld:
(phrasal verb) afgeven, uitstoten
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitzwaaien, afscheid nemen van, verslaan
Voorbeeld:
(phrasal verb) verkopen, afstoten
Voorbeeld:
(phrasal verb) verzenden, wegsturen, van het veld sturen;
(noun) afscheid, uitzwaai
Voorbeeld:
(phrasal verb) wegdommelen, indommelen
Voorbeeld:
(phrasal verb) in slaap vallen, wegdommelen, afzetten
Voorbeeld:
(phrasal verb) in slaap vallen, dommelen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitslapen
Voorbeeld:
(phrasal verb) afromen, het beste eruit halen
Voorbeeld:
(phrasal verb) opscheppen, pronken, tentoonspreiden
Voorbeeld:
(phrasal verb) irriteren, kwaad maken, oprotten
Voorbeeld:
(phrasal verb) afschrikken, wegjagen
Voorbeeld:
(phrasal verb) irriteren, boos maken, afvinken
Voorbeeld:
(phrasal verb) brutaal zijn, grote mond hebben
Voorbeeld:
(phrasal verb) luidkeels zijn mening geven, klagen, aftellen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitfoeteren, de les lezen
Voorbeeld:
(phrasal verb) aftoetsen, bespreken, afkaatsen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitklokken, afstempelen
Voorbeeld:
(phrasal verb) opnoemen, opsommen
Voorbeeld:
(phrasal verb) tippen, informeren, waarschuwen
Voorbeeld:
(phrasal verb) afnemen, verminderen, minderen
Voorbeeld:
(phrasal verb) afnemen, verminderen
Voorbeeld:
(phrasal verb) wegsterven, vervagen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitwerken, verdwijnen, afnemen
Voorbeeld:
(phrasal verb) afreageren, kwijtraken, afwerken
Voorbeeld:
(phrasal verb) afwimpelen, negeren, afborstelen
Voorbeeld:
(phrasal verb) weglachen, bagatelliseren
Voorbeeld:
(phrasal verb) afschudden, negeren
Voorbeeld:
(phrasal verb) afschrijven, waardeloos verklaren, als verloren beschouwen;
(noun) afschrijving, waardevermindering
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich voeden met, eten van, gedijen op
Voorbeeld: