Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - C1 - Letter F in Oxford 5000 - C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - C1 - Letter F' in 'Oxford 5000 - C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) vergemakkelijken, bevorderen
Voorbeeld:
(noun) factie, groepering
Voorbeeld:
(noun) faculteit, docenten, vermogen
Voorbeeld:
(verb) vervagen, verbleken, verdwijnen;
(noun) vervaging, afname
Voorbeeld:
(noun) eerlijkheid, billijkheid, lichtheid
Voorbeeld:
(adjective) fataal, dodelijk, noodlottig
Voorbeeld:
(noun) lot, bestemming, uitkomst;
(verb) voorbestemd, gedoemd
Voorbeeld:
(adjective) gunstig, positief, voordelig
Voorbeeld:
(noun) prestatie, daad, kunststukje
Voorbeeld:
(noun) feminist, feministe;
(adjective) feministisch
Voorbeeld:
(noun) vezel, voedingsvezel
Voorbeeld:
(adjective) woest, hevig, fel
Voorbeeld:
(noun) filmmaker, cineast
Voorbeeld:
(noun) filter;
(verb) filteren, uitfilteren
Voorbeeld:
(adjective) fijn, uitstekend, goed;
(noun) boete, geldstraf;
(verb) beboeten, een boete opleggen;
(adverb) prima, goed
Voorbeeld:
(noun) vuurwapen, geweer
Voorbeeld:
(verb) passen, zitten, passen bij;
(noun) pasvorm, passing, aanval;
(adjective) fit, in vorm, geschikt
Voorbeeld:
(noun) armatuur, vast onderdeel, inrichting
Voorbeeld:
(noun) gebrek, fout, tekortkoming;
(verb) beschadigen, aantasten, bederven
Voorbeeld:
(adjective) gebrekkig, defect, onvolmaakt
Voorbeeld:
(verb) vluchten, ontvluchten, ontwijken
Voorbeeld:
(noun) vloot, wagenpark, marinevloot;
(adjective) vlug, snel;
(verb) vliegen, snel voorbijgaan
Voorbeeld:
(noun) vlees, lichaam, vruchtvlees;
(verb) uitwerken, verdiepen
Voorbeeld:
(noun) flexibiliteit, buigzaamheid, aanpassingsvermogen
Voorbeeld:
(verb) floreren, gedijen, zwaaien;
(noun) zwaai, gebaar, fanfare
Voorbeeld:
(noun) vloeistof, fluïdum;
(adjective) vloeibaar, fluïde, vloeiend
Voorbeeld:
(noun) beelden, filmmateriaal
Voorbeeld:
(noun) buitenlander, vreemdeling
Voorbeeld:
(verb) smeden, vormen, vervalsen;
(noun) smidse, smederij
Voorbeeld:
(noun) formule, rekenregel, recept
Voorbeeld:
(verb) formuleren, opstellen, bereiden
Voorbeeld:
(adverb) voort, verder, naar voren
Voorbeeld:
(adjective) aanstaand, komend, naderend
Voorbeeld:
(verb) bevorderen, stimuleren, pleegzorgen;
(adjective) pleeg-, pleegzorg-
Voorbeeld:
(adjective) breekbaar, fragiel, kwetsbaar
Voorbeeld:
(noun) franchise, licentie, stemrecht;
(verb) franchisen, licentiëren, stemrecht verlenen
Voorbeeld:
(adverb) eerlijk gezegd, openhartig, ronduit
Voorbeeld:
(adjective) gefrustreerd, teleurgesteld
Voorbeeld:
(adjective) frustrerend, teleurstellend
Voorbeeld:
(noun) frustratie, teleurstelling, belemmering
Voorbeeld:
(adjective) functioneel, bruikbaar, werkend
Voorbeeld:
(noun) fondsenwerving, geldinzameling
Voorbeeld:
(noun) begrafenis, uitvaart
Voorbeeld: