Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - B2 - Letter I in Oxford 5000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - B2 - Letter I' in 'Oxford 5000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) icoon, symbool, pictogram
Voorbeeld:
(noun) ID, identiteitsbewijs, id
Voorbeeld:
(adjective) identiek, hetzelfde
Voorbeeld:
(noun) illusie, gezichtsbedrog, waanidee
Voorbeeld:
(noun) immigratie, inwijking, douane
Voorbeeld:
(adjective) immuun, afweer, vrijgesteld
Voorbeeld:
(noun) werktuig, gereedschap;
(verb) implementeren, uitvoeren
Voorbeeld:
(noun) implicatie, gevolgtrekking, strekking
Voorbeeld:
(noun) stimulans, prikkel, aansporing
Voorbeeld:
(verb) opnemen, integreren, omvatten
Voorbeeld:
(adjective) incorrect, fout
Voorbeeld:
(noun) onafhankelijkheid, zelfstandigheid
Voorbeeld:
(noun) index, register, maatstaf;
(verb) indexeren, registeren, aanpassen
Voorbeeld:
(noun) indicatie, teken, aanwijzing
Voorbeeld:
(adjective) onvermijdelijk, onafwendbaar
Voorbeeld:
(adverb) onvermijdelijk, noodzakelijkerwijs
Voorbeeld:
(verb) afleiden, concluderen
Voorbeeld:
(noun) inflatie, opblazing, zwelling
Voorbeeld:
(noun) informatie, info
Voorbeeld:
(noun) infrastructuur
Voorbeeld:
(noun) inwoner, bewoner
Voorbeeld:
(verb) erven, overerven, overnemen
Voorbeeld:
(noun) inkt;
(verb) inkten, tatoeëren
Voorbeeld:
(noun) innovatie, vernieuwing, nieuwigheid
Voorbeeld:
(adjective) innovatief, vernieuwend
Voorbeeld:
(noun) invoer, input, bijdrage;
(verb) invoeren, ingeven
Voorbeeld:
(verb) invoegen, insteken, toevoegen;
(noun) inlage, bijlage
Voorbeeld:
(noun) inspecteur, controleur, inspecteur van politie
Voorbeeld:
(noun) installatie, montage, installatiekunst
Voorbeeld:
(adjective) onmiddellijk, direct, instant;
(noun) moment, ogenblik
Voorbeeld:
(adverb) onmiddellijk, direct, ogenblikkelijk
Voorbeeld:
(verb) integreren, samenvoegen, inburgeren
Voorbeeld:
(adjective) intellectueel;
(noun) intellectueel, denker
Voorbeeld:
(verb) interageren, op elkaar inwerken
Voorbeeld:
(noun) interactie, wisselwerking
Voorbeeld:
(noun) interpretatie, uitleg, uitvoering
Voorbeeld:
(noun) interval, tussenruimte, tussenpoos
Voorbeeld:
(verb) binnenvallen, invaseren, binnendringen
Voorbeeld:
(noun) invasie, instroom, bezetting
Voorbeeld:
(noun) investeerder
Voorbeeld:
(verb) isoleren, afzonderen, afschermen
Voorbeeld:
(adjective) geïsoleerd, afgelegen, afgezonderd
Voorbeeld: