Avatar of Vocabulary Set B2 - Letter M

Vocabulaireverzameling B2 - Letter M in Oxford 3000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Letter M' in 'Oxford 3000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

maintain

/meɪnˈteɪn/

(verb) onderhouden, in stand houden, handhaven

Voorbeeld:

It's important to regularly maintain your car.
Het is belangrijk om uw auto regelmatig te onderhouden.

majority

/məˈdʒɔː.rə.t̬i/

(noun) meerderheid, meerderjarigheid, volwassenheid

Voorbeeld:

The majority of people voted for the new policy.
De meerderheid van de mensen stemde voor het nieuwe beleid.

make

/meɪk/

(verb) maken, bereiden, doen;

(noun) makelij, merk

Voorbeeld:

She likes to make her own clothes.
Ze houdt ervan om haar eigen kleding te maken.

map

/mæp/

(noun) kaart;

(verb) karteren, in kaart brengen

Voorbeeld:

We used a map to find our way through the city.
We gebruikten een kaart om onze weg door de stad te vinden.

mass

/mæs/

(noun) massa, klomp, menigte;

(verb) verzamelen, samenpakken;

(adjective) massaal, grootschalig

Voorbeeld:

A huge mass of rock blocked the road.
Een enorme massa rots blokkeerde de weg.

massive

/ˈmæs.ɪv/

(adjective) massief, enorm, aanzienlijk

Voorbeeld:

The building has a massive oak door.
Het gebouw heeft een massieve eiken deur.

master

/ˈmæs.tɚ/

(noun) meester, heer, beheerser;

(verb) beheersen, onder de knie krijgen, overwinnen;

(adjective) meesterlijk, deskundig

Voorbeeld:

The master of the house greeted his guests.
De meester van het huis begroette zijn gasten.

matching

/ˈmætʃ.ɪŋ/

(adjective) bijpassend, overeenkomend;

(noun) matching, overeenkomst

Voorbeeld:

She wore a blue dress with matching shoes.
Ze droeg een blauwe jurk met bijpassende schoenen.

material

/məˈtɪr.i.əl/

(noun) materiaal, stof, informatie;

(adjective) materieel, stoffelijk

Voorbeeld:

The dress was made of a soft, flowing material.
De jurk was gemaakt van een zachte, vloeiende stof.

maximum

/ˈmæk.sə.məm/

(noun) maximum, hoogste;

(adjective) maximaal, hoogst

Voorbeeld:

The car can reach a maximum speed of 200 km/h.
De auto kan een maximale snelheid van 200 km/u bereiken.

means

/miːnz/

(noun) middel, wijze, middelen;

(verb) betekenen, bedoelen, van plan zijn

Voorbeeld:

He achieved his goals by fair means.
Hij bereikte zijn doelen met eerlijke middelen.

measurement

/ˈmeʒ.ɚ.mənt/

(noun) meting, maat, afmeting

Voorbeeld:

The accurate measurement of ingredients is crucial for baking.
De nauwkeurige meting van ingrediënten is cruciaal voor het bakken.

medium

/ˈmiː.di.əm/

(noun) medium, middel, helderziende;

(adjective) medium, gemiddeld

Voorbeeld:

Television is a powerful medium for advertising.
Televisie is een krachtig medium voor reclame.

melt

/melt/

(verb) smelten, verzachten, wegsmelten;

(noun) dooi, smelt

Voorbeeld:

The ice cream started to melt in the sun.
Het ijs begon te smelten in de zon.

military

/ˈmɪl.ə.ter.i/

(noun) leger, krijgsmacht;

(adjective) militair, krijgs-

Voorbeeld:

He joined the military after high school.
Hij ging na de middelbare school bij het leger.

mineral

/ˈmɪn.ər.əl/

(noun) mineraal, voedingsstof;

(adjective) mineraal

Voorbeeld:

Quartz is a common mineral found in many rocks.
Kwarts is een veelvoorkomend mineraal dat in veel gesteenten wordt gevonden.

minimum

/ˈmɪn.ə.məm/

(noun) minimum, het minste;

(adjective) minimaal, geringst

Voorbeeld:

The minimum age for voting is 18.
De minimumleeftijd om te stemmen is 18 jaar.

minister

/-stɚ/

(noun) minister, dominee, predikant;

(verb) verzorgen, dienen

Voorbeeld:

The Prime Minister announced new policies.
De premier kondigde nieuw beleid aan.

minor

/ˈmaɪ.nɚ/

(adjective) klein, gering, onbelangrijk;

(noun) minderjarige

Voorbeeld:

It's only a minor problem.
Het is maar een klein probleem.

minority

/maɪˈnɔːr.ə.t̬i/

(noun) minderheid, minderheidsgroep

Voorbeeld:

Only a small minority of students failed the exam.
Slechts een kleine minderheid van de studenten zakte voor het examen.

mission

/ˈmɪʃ.ən/

(noun) missie, opdracht, doel;

(verb) opdracht geven, uitzenden

Voorbeeld:

The diplomatic mission aimed to restore peace in the region.
De diplomatieke missie was gericht op het herstellen van vrede in de regio.

mistake

/mɪˈsteɪk/

(noun) fout, vergissing;

(verb) verwarren, misverstaan

Voorbeeld:

I made a mistake on the exam.
Ik heb een fout gemaakt op het examen.

mixed

/mɪkst/

(adjective) gemengd, divers;

(past participle) gemengd

Voorbeeld:

The audience was a mixed group of young and old.
Het publiek was een gemengde groep van jong en oud.

model

/ˈmɑː.dəl/

(noun) model, maquette, mannequin;

(verb) modelleren, poseren, vormen

Voorbeeld:

He built a model airplane.
Hij bouwde een modelvliegtuig.

modify

/ˈmɑː.də.faɪ/

(verb) aanpassen, wijzigen, beschrijven

Voorbeeld:

The design was modified to include a new safety feature.
Het ontwerp werd aangepast om een nieuwe veiligheidsfunctie op te nemen.

monitor

/ˈmɑː.nə.t̬ɚ/

(noun) monitor, beeldscherm, varaan;

(verb) monitoren, bewaken

Voorbeeld:

The nurse checked the patient's vital signs on the monitor.
De verpleegster controleerde de vitale functies van de patiënt op de monitor.

moral

/ˈmɔːr.əl/

(adjective) moreel, ethisch, deugdzaam;

(noun) moraal, les

Voorbeeld:

It is important to teach children moral values.
Het is belangrijk om kinderen morele waarden bij te brengen.

motor

/ˈmoʊ.t̬ɚ/

(noun) motor;

(verb) rijden, met de auto gaan

Voorbeeld:

The car's motor seized up on the highway.
De motor van de auto sloeg vast op de snelweg.

mount

/maʊnt/

(noun) berg, heuvel;

(verb) beklimmen, bestijgen, bevestigen

Voorbeeld:

We hiked to the top of the mount.
We wandelden naar de top van de berg.

multiple

/ˈmʌl.tə.pəl/

(adjective) meervoudig, meerdere;

(noun) veelvoud

Voorbeeld:

The problem has multiple solutions.
Het probleem heeft meerdere oplossingen.

multiply

/ˈmʌl.tə.plaɪ/

(verb) vermenigvuldigen, toenemen

Voorbeeld:

The bacteria will multiply rapidly in warm conditions.
De bacteriën zullen zich snel vermenigvuldigen in warme omstandigheden.

mysterious

/mɪˈstɪr.i.əs/

(adjective) mysterieus, raadselachtig, geheimzinnig

Voorbeeld:

The disappearance of the ancient artifact remains a mysterious case.
De verdwijning van het oude artefact blijft een mysterieuze zaak.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland