Avatar of Vocabulary Set A2 - Letter N

Vocabulaireverzameling A2 - Letter N in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter N' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

narrow

/ˈner.oʊ/

(adjective) smal, beperkt, eng;

(verb) versmallen, beperken

Voorbeeld:

The road became very narrow as we approached the village.
De weg werd erg smal toen we het dorp naderden.

national

/ˈnæʃ.ən.əl/

(adjective) nationaal, landelijk;

(noun) onderdaan, staatsburger

Voorbeeld:

The team won the national championship.
Het team won het nationale kampioenschap.

nature

/ˈneɪ.tʃɚ/

(noun) natuur, aard, karakter

Voorbeeld:

Let's go for a walk in nature.
Laten we een wandeling maken in de natuur.

nearly

/ˈnɪr.li/

(adverb) bijna, nagenoeg, op een haar na

Voorbeeld:

It's nearly midnight.
Het is bijna middernacht.

necessary

/ˈnes.ə.ser.i/

(adjective) noodzakelijk, essentieel, vereist;

(noun) het noodzakelijke, het nodige

Voorbeeld:

It is necessary to obtain a visa before traveling to that country.
Het is noodzakelijk om een visum te verkrijgen voordat u naar dat land reist.

neck

/nek/

(noun) nek, hals, kraag;

(verb) zoenen, tongzoenen

Voorbeeld:

She wore a beautiful necklace around her neck.
Ze droeg een prachtige ketting om haar nek.

need

/niːd/

(verb) nodig hebben, moeten;

(noun) behoefte, noodzaak

Voorbeeld:

I need to go to the bank.
Ik moet naar de bank.

neither

/ˈnaɪ.ðɚ/

(determiner) geen van beide, noch... noch;

(pronoun) geen van beide;

(adverb) ook niet;

(conjunction) noch... noch

Voorbeeld:

Neither of them is coming to the party.
Geen van beide komt naar het feest.

nervous

/ˈnɝː.vəs/

(adjective) nerveus, gespannen, angstig

Voorbeeld:

She felt nervous before her job interview.
Ze voelde zich nerveus voor haar sollicitatiegesprek.

network

/ˈnet.wɝːk/

(noun) netwerk, web, groep;

(verb) netwerken, verbinden

Voorbeeld:

The city has a complex network of roads.
De stad heeft een complex netwerk van wegen.

noise

/nɔɪz/

(noun) geluid, lawaai;

(verb) lawaai maken, geluid maken

Voorbeeld:

The sudden noise startled the cat.
Het plotselinge geluid deed de kat schrikken.

noisy

/ˈnɔɪ.zi/

(adjective) lawaaierig, rumoerig

Voorbeeld:

The children were very noisy during the party.
De kinderen waren erg lawaaierig tijdens het feest.

none

/nʌn/

(pronoun) geen, niemand;

(adverb) geenszins, helemaal niet

Voorbeeld:

None of the students passed the exam.
Geen van de studenten is geslaagd voor het examen.

normal

/ˈnɔːr.məl/

(adjective) normaal, gebruikelijk;

(noun) normaal, standaard

Voorbeeld:

It's normal to feel nervous before a big presentation.
Het is normaal om nerveus te zijn voor een grote presentatie.

normally

/ˈnɔːr.mə.li/

(adverb) normaal, gewoonlijk, normaal gesproken

Voorbeeld:

She normally arrives at work by 9 AM.
Ze arriveert normaal gesproken om 9 uur op haar werk.

notice

/ˈnoʊ.t̬ɪs/

(noun) aandacht, opmerking, kennisgeving;

(verb) opmerken, waarnemen

Voorbeeld:

He didn't take any notice of my warnings.
Hij schonk geen aandacht aan mijn waarschuwingen.

novel

/ˈnɑː.vəl/

(noun) roman, boek;

(adjective) nieuw, origineel, ongebruikelijk

Voorbeeld:

She spent her evenings reading a historical novel.
Ze bracht haar avonden door met het lezen van een historische roman.

nowhere

/ˈnoʊ.wer/

(adverb) nergens, nergens toe, zinloos;

(noun) nergens, onbeduidende plaats

Voorbeeld:

The missing keys were nowhere to be found.
De vermiste sleutels waren nergens te vinden.

number

/ˈnʌm.bɚ/

(noun) getal, nummer, aantal;

(verb) bedragen, tellen, nummeren

Voorbeeld:

Write down your phone number.
Schrijf je telefoonnummer op.

nut

/nʌt/

(noun) noot, moer, gek;

(verb) inbeuken, koppen

Voorbeeld:

Squirrels bury nuts for the winter.
Eekhoorns begraven noten voor de winter.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland