Vocabulaireverzameling Thuisstad in Veelvoorkomende woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Thuisstad' in 'Veelvoorkomende woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) dorp
Voorbeeld:
(noun) platteland
Voorbeeld:
(adjective) geïsoleerd, afgelegen, afgezonderd
Voorbeeld:
(noun) huisje, cottage
Voorbeeld:
(adjective) kronkelend, bochtig;
(noun) opwinding, wikkeling
Voorbeeld:
(adverb) goed, ruim;
(adjective) goed, gezond;
(interjection) nou, wel;
(noun) put, bron;
(verb) opwellen, stromen
Voorbeeld:
(noun) buffel;
(verb) intimideren, verwarren
Voorbeeld:
(noun) veld, akker, gebied;
(verb) beantwoorden, afhandelen
Voorbeeld:
(noun) kanaal, vaarweg
Voorbeeld:
(noun) vijver;
(verb) overwegen, nadenken
Voorbeeld:
(noun) volksmuziek
Voorbeeld:
(noun) boerderij, hoeve;
(verb) verbouwen, boeren
Voorbeeld:
(noun) ploeg;
(verb) ploegen, omploegen, zich een weg banen
Voorbeeld:
(noun) landbouw, agrarische sector
Voorbeeld:
(noun) boot, vaartuig;
(verb) varen, bootje varen
Voorbeeld:
(adjective) vredig, rustig, vredelievend
Voorbeeld:
(noun) baai, nis, ruimte;
(verb) blaffen, huilen
Voorbeeld:
(noun) heuvel, helling, stijging;
(verb) ophopen, heuvelen
Voorbeeld:
(noun) bos, woud;
(verb) bebossen, aanplanten
Voorbeeld:
(noun) berg, hoop
Voorbeeld:
(noun) haven, port, portwijn;
(verb) dragen, vervoeren, naar bakboord draaien
Voorbeeld:
(noun) zee, meer, grote hoeveelheid
Voorbeeld:
(noun) zand;
(verb) schuren, gladschuren
Voorbeeld:
(noun) vallei, dal
Voorbeeld:
(noun) waterval
Voorbeeld:
(noun) schuur, stal
Voorbeeld:
(noun) oogst, opbrengst;
(verb) oogsten, binnenhalen, plukken
Voorbeeld:
(noun) vee, runderen
Voorbeeld:
(adjective) landelijk, ruraal
Voorbeeld:
(noun) klif, rotswand
Voorbeeld:
(noun) landschap, landschapsschilderij, landschapsfoto;
(verb) landschappen, aanleggen
Voorbeeld:
(noun) rijtjeshuis
Voorbeeld:
(noun) uitzicht, zicht, mening;
(verb) bekijken, zien, beschouwen
Voorbeeld: