Avatar of Vocabulary Set Top 451 - 475 Adjectives

Vocabulaireverzameling Top 451 - 475 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 451 - 475 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

annual

/ˈæn.ju.əl/

(adjective) jaarlijks, eenjarig;

(noun) eenjarige plant, jaarboek, jaarlijkse publicatie

Voorbeeld:

The company holds an annual meeting in December.
Het bedrijf houdt in december een jaarlijkse vergadering.

stuck

/stʌk/

(adjective) vast, geblokkeerd, vastzittend

Voorbeeld:

The car got stuck in the mud.
De auto kwam vast te zitten in de modder.

conscious

/ˈkɑːn.ʃəs/

(adjective) bewust, bij bewustzijn, opzettelijk

Voorbeeld:

The patient was fully conscious after the surgery.
De patiënt was volledig bij bewustzijn na de operatie.

unknown

/ʌnˈnoʊn/

(adjective) onbekend;

(noun) onbekende, onbekend iets

Voorbeeld:

The cause of the accident is still unknown.
De oorzaak van het ongeluk is nog steeds onbekend.

passionate

/ˈpæʃ.ən.ət/

(adjective) gepassioneerd, hartstochtelijk

Voorbeeld:

She is very passionate about environmental protection.
Ze is erg gepassioneerd over milieubescherming.

presidential

/ˌprez.ɪˈden.ʃəl/

(adjective) presidentieel

Voorbeeld:

The presidential election is held every four years.
De presidentiële verkiezingen worden elke vier jaar gehouden.

audio

/ˈɑː.di.oʊ/

(noun) audio, geluid;

(adjective) audio, geluids-

Voorbeeld:

The audio quality of the recording was excellent.
De audiokwaliteit van de opname was uitstekend.

exclusive

/ɪkˈskluː.sɪv/

(adjective) exclusief, beperkt, uitsluitend;

(noun) exclusief, primeur

Voorbeeld:

The club has an exclusive membership.
De club heeft een exclusief lidmaatschap.

silly

/ˈsɪl.i/

(adjective) gek, dom, onnozel

Voorbeeld:

Don't be silly, of course I love you.
Doe niet gek, natuurlijk hou ik van je.

liquid

/ˈlɪk.wɪd/

(noun) vloeistof;

(adjective) vloeibaar, liquide, contant

Voorbeeld:

Water is a clear liquid.
Water is een heldere vloeistof.

neutral

/ˈnuː.trəl/

(adjective) neutraal, onpartijdig, onopvallend;

(noun) vrij, neutraal

Voorbeeld:

Switzerland remained neutral during both World Wars.
Zwitserland bleef neutraal tijdens beide Wereldoorlogen.

invisible

/ɪnˈvɪz.ə.bəl/

(adjective) onzichtbaar, onmerkbaar, verborgen

Voorbeeld:

The tiny particles were almost invisible to the naked eye.
De kleine deeltjes waren bijna onzichtbaar voor het blote oog.

clever

/ˈklev.ɚ/

(adjective) slim, knap, handig

Voorbeeld:

She's a very clever student and always gets good grades.
Ze is een heel slimme student en haalt altijd goede cijfers.

Spanish

/ˈspæn.ɪʃ/

(noun) Spaans, Spaanse taal;

(adjective) Spaans

Voorbeeld:

She is learning to speak Spanish.
Ze leert Spaans spreken.

universal

/ˌjuː.nəˈvɝː.səl/

(adjective) universeel, algemeen, algemeen geldig

Voorbeeld:

The internet has become a universal tool for communication.
Het internet is een universeel communicatiemiddel geworden.

executive

/ɪɡˈzek.jə.t̬ɪv/

(noun) leidinggevende, directeur;

(adjective) uitvoerend

Voorbeeld:

The company's chief executive announced a new strategy.
De chief executive van het bedrijf kondigde een nieuwe strategie aan.

dominant

/ˈdɑː.mə.nənt/

(adjective) dominant, overheersend

Voorbeeld:

The company has a dominant position in the market.
Het bedrijf heeft een dominante positie in de markt.

prepared

/prɪˈperd/

(adjective) voorbereid, gereed, klaar;

(past participle) voorbereiden, bereiden;

(verb) zich voorbereiden

Voorbeeld:

The meal was carefully prepared.
De maaltijd was zorgvuldig bereid.

subtle

/ˈsʌt̬.əl/

(adjective) subtiel, fijn, delicaat

Voorbeeld:

The painting had a subtle blend of colors.
Het schilderij had een subtiele kleurmenging.

permanent

/ˈpɝː.mə.nənt/

(adjective) permanent, blijvend, vast;

(noun) permanent, duurkrul

Voorbeeld:

She is looking for a permanent job.
Ze zoekt een vaste baan.

electrical

/iˈlek.trɪ.kəl/

(adjective) elektrisch, op elektriciteit werkend

Voorbeeld:

The house needs new electrical wiring.
Het huis heeft nieuwe elektrische bedrading nodig.

awkward

/ˈɑː.kwɚd/

(adjective) ongemakkelijk, lastig, moeilijk

Voorbeeld:

It was an awkward moment when they realized they had both worn the same dress.
Het was een ongemakkelijk moment toen ze zich realiseerden dat ze allebei dezelfde jurk droegen.

outside

/ˌaʊtˈsaɪd/

(noun) buitenkant, buiten;

(adjective) buiten-, extern;

(adverb) buiten;

(preposition) buiten

Voorbeeld:

The outside of the house needs painting.
De buitenkant van het huis moet geschilderd worden.

chronic

/ˈkrɑː.nɪk/

(adjective) chronisch, langdurig, gewoontegetrouw

Voorbeeld:

She suffers from chronic back pain.
Ze lijdt aan chronische rugpijn.

broken

/ˈbroʊ.kən/

(adjective) gebroken, kapot, geschonden;

(past participle) gebroken, verbroken

Voorbeeld:

The vase fell and was completely broken.
De vaas viel en was volledig gebroken.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland