Vocabulaireverzameling C1 - Het is een kleine wereld! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Het is een kleine wereld!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) hoogte
Voorbeeld:
(noun) breedtegraad, vrijheid, speelruimte
Voorbeeld:
(noun) lengtegraad
Voorbeeld:
(noun) baai, nis, ruimte;
(verb) blaffen, huilen
Voorbeeld:
(noun) tak, filiaal, vestiging;
(verb) vertakken, splitsen
Voorbeeld:
(noun) open plek, lichting, opruiming
Voorbeeld:
(noun) inham, baai
Voorbeeld:
(noun) krater;
(verb) krateren, een krater vormen
Voorbeeld:
(noun) storting, deposito, aanbetaling;
(verb) deponeren, neerleggen, afzetten
Voorbeeld:
(noun) dok, kade, pier;
(verb) aanmeren, dokken, korting
Voorbeeld:
(noun) riviermonding, estuarium
Voorbeeld:
(noun) stroom, vloei, flow;
(verb) stromen, vloeien
Voorbeeld:
(noun) golf, kloof, afgrond
Voorbeeld:
(noun) horizon, gezichtsveld
Voorbeeld:
(noun) ijsberg, topje van de ijsberg
Voorbeeld:
(noun) piek, hoogtepunt, top;
(verb) pieken, een hoogtepunt bereiken;
(adjective) piek, hoogtepunt
Voorbeeld:
(noun) schiereiland
Voorbeeld:
(adjective) eenvoudig, gewoon, duidelijk;
(noun) vlakte, vlaktes;
(adverb) duidelijk, eenvoudig
Voorbeeld:
(noun) plateau, hoogvlakte, stagnatie;
(verb) stabiliseren, stagneren
Voorbeeld:
(noun) paal, stok, hengel;
(verb) duwen met een stok, staken
Voorbeeld:
(noun) vijver;
(verb) overwegen, nadenken
Voorbeeld:
(noun) bereik, scala, gamma;
(verb) variëren, reiken, rangschikken
Voorbeeld:
(noun) ravijn, kloof
Voorbeeld:
(noun) reservoir, stuwmeer, bron
Voorbeeld:
(noun) top, bergtop, topconferentie;
(verb) de top bereiken, beklimmen
Voorbeeld:
(noun) moeras, veen;
(verb) overspoelen, overweldigen
Voorbeeld:
(noun) toendra
Voorbeeld:
(verb) eroderen, afslijten, ondermijnen
Voorbeeld:
(adjective) droog, dor, saai
Voorbeeld:
(adjective) onvruchtbaar, kaal, steriel
Voorbeeld:
(adjective) kust-, kustgebied
Voorbeeld:
(adjective) vruchtbaar, productief, fertil
Voorbeeld:
(adverb) landinwaarts;
(adjective) binnenlands, landinwaarts
Voorbeeld:
(adjective) offshore, op zee, buitenlands;
(adverb) uit de kust, op zee, naar het buitenland
Voorbeeld:
(adjective) marien, zee-, scheepvaart-;
(noun) marinier
Voorbeeld:
(adjective) naburig, aangrenzend
Voorbeeld:
(adverb) stroomopwaarts, eerder in het proces;
(adjective) stroomopwaarts, vroeger in de keten
Voorbeeld: