Vocabulaireverzameling B2 - Mode kan alles! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Mode kan alles!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) schort, platform, vliegtuigopstelplaats
Voorbeeld:
(noun) badge, insigne;
(verb) voorzien van een badge, markeren met een badge
Voorbeeld:
(noun) badjas
Voorbeeld:
(noun) bikini
Voorbeeld:
(noun) vest, cardigan
Voorbeeld:
(noun) helm
Voorbeeld:
(noun) masker, gezichtsmasker;
(verb) maskeren, verbergen
Voorbeeld:
(noun) maskerade, maskerbal, schijnvertoning;
(verb) maskeren, zich voordoen als, vermomming
Voorbeeld:
(noun) minirok
Voorbeeld:
(noun) trui, shirt, jersey
Voorbeeld:
(noun) sandaal
Voorbeeld:
(noun) vest, gilet, onderhemd;
(verb) toekennen, overgaan op
Voorbeeld:
(noun) stof, textiel, structuur
Voorbeeld:
(noun) denim, spijkerstof
Voorbeeld:
(noun) kant, veter, koord;
(verb) veteren, rijgen, aanlengen
Voorbeeld:
(noun) voering, bekleding, vlies
Voorbeeld:
(noun) zijde;
(adjective) zijden
Voorbeeld:
(noun) capuchon, motorkap, buurt
Voorbeeld:
(noun) rits;
(verb) ritsen, dichtritsen, openritsen
Voorbeeld:
(noun) verzameling, collectie, inzameling
Voorbeeld:
(noun) kostuum, vermomming, klederdracht;
(verb) verkleden, kostumeren
Voorbeeld:
(noun) ontwerper;
(adjective) designer, merk
Voorbeeld:
(noun) modellenwerk, modelbouw, modellering;
(verb) modelleren, vormgeven
Voorbeeld:
(noun) outfit, kleding, organisatie;
(verb) uitrusten, voorzien van
Voorbeeld:
(noun) kledingkast, garderobekast, garderobe
Voorbeeld:
(phrasal verb) verkleden, opdoffen, opknappen
Voorbeeld:
(noun) wedstrijd, match, lucifer;
(verb) overeenkomen, passen bij, matchen
Voorbeeld:
(adjective) nonchalant, achteloos, informeel
Voorbeeld:
(adjective) glamoureus, betoverend, aantrekkelijk
Voorbeeld:
(adjective) bijpassend, overeenkomend;
(noun) matching, overeenkomst
Voorbeeld:
(adjective) eenvoudig, gewoon, duidelijk;
(noun) vlakte, vlaktes;
(adverb) duidelijk, eenvoudig
Voorbeeld:
(adjective) sportief, stijlvol en snel uitziend
Voorbeeld:
(adjective) gestreept
Voorbeeld:
(adjective) stijlvol, modieus
Voorbeeld:
(adjective) uitgekleed, naakt;
(verb) uitgekleed, ontkleed
Voorbeeld:
(adjective) wollig, harig, vaag
Voorbeeld: