Avatar of Vocabulary Set A2 - Muziek en Literatuur

Vocabulaireverzameling A2 - Muziek en Literatuur in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Muziek en Literatuur' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

culture

/ˈkʌl.tʃɚ/

(noun) cultuur, kweek;

(verb) kweken, cultiveren

Voorbeeld:

Japanese culture is rich in tradition.
De Japanse cultuur is rijk aan traditie.

art

/ɑːrt/

(noun) kunst, vaardigheid

Voorbeeld:

She studied fine art at university.
Ze studeerde beeldende kunst aan de universiteit.

painting

/ˈpeɪn.t̬ɪŋ/

(noun) schilderen, verven, schilderij

Voorbeeld:

She enjoys painting landscapes.
Ze geniet van het schilderen van landschappen.

picture

/ˈpɪk.tʃɚ/

(noun) foto, schilderij, afbeelding;

(verb) afbeelden, fotograferen, schilderen

Voorbeeld:

She hung a beautiful picture on the wall.
Ze hing een mooie foto aan de muur.

hit

/hɪt/

(verb) slaan, raken, treffen;

(noun) slag, treffer, hit

Voorbeeld:

He accidentally hit his thumb with a hammer.
Hij sloeg per ongeluk zijn duim met een hamer.

instrument

/ˈɪn.strə.mənt/

(noun) instrument, gereedschap, muziekinstrument;

(verb) instrumenteren, uitrusten met instrumenten

Voorbeeld:

The surgeon used a specialized instrument to perform the delicate operation.
De chirurg gebruikte een gespecialiseerd instrument om de delicate operatie uit te voeren.

guitarist

/ɡɪˈtɑːr.ɪst/

(noun) gitarist

Voorbeeld:

Jimi Hendrix was a legendary guitarist.
Jimi Hendrix was een legendarische gitarist.

musician

/mjuːˈzɪʃ.ən/

(noun) muzikant

Voorbeeld:

She is a talented musician who plays the violin beautifully.
Zij is een getalenteerde muzikant die prachtig viool speelt.

jazz

/dʒæz/

(noun) jazz;

(verb) jazzen, opvrolijken

Voorbeeld:

I love listening to smooth jazz on a Sunday morning.
Ik luister graag naar zachte jazz op een zondagochtend.

pop

/pɑːp/

(noun) plof, knal, frisdrank;

(verb) ploffen, knallen, wippen;

(adjective) pop, populair;

(adverb) ploffend, knallend

Voorbeeld:

The balloon burst with a loud pop.
De ballon barstte met een luide plof.

rock

/rɑːk/

(noun) rots, steen, rock;

(verb) wiegen, schommelen, schokken

Voorbeeld:

The mountain was made of solid rock.
De berg was gemaakt van massief rots.

record

/rɪˈkɔːrd/

(noun) plaat, grammofoonplaat, record;

(verb) opnemen, vastleggen, registreren

Voorbeeld:

She put on an old jazz record.
Ze zette een oude jazzplaat op.

tour

/tʊr/

(noun) rondreis, tournee, rondleiding;

(verb) toeren, rondreizen

Voorbeeld:

They went on a grand tour of Europe.
Ze gingen op een grote rondreis door Europa.

voice

/vɔɪs/

(noun) stem, inspraak;

(verb) uiten, uitspreken

Voorbeeld:

Her voice was clear and strong.
Haar stem was helder en krachtig.

work

/wɝːk/

(noun) werk, arbeid, taak;

(verb) werken, arbeiden, functioneren

Voorbeeld:

I have a lot of work to do today.
Ik heb vandaag veel werk te doen.

concert

/ˈkɑːn.sɚt/

(noun) concert, overeenstemming, harmonie;

(verb) afstemmen, coördineren

Voorbeeld:

We went to a rock concert last night.
We zijn gisteravond naar een rockconcert geweest.

dancer

/ˈdæn.sɚ/

(noun) danser, danseres

Voorbeeld:

She is a talented ballet dancer.
Zij is een getalenteerde balletdanseres.

drum

/drʌm/

(noun) trommel, vat, cilinder;

(verb) trommelen, kloppen

Voorbeeld:

He played the drum with great enthusiasm.
Hij speelde met veel enthousiasme op de trommel.

poet

/ˈpoʊ.ət/

(noun) dichter, dichteres

Voorbeeld:

William Shakespeare is considered one of the greatest poets in the English language.
William Shakespeare wordt beschouwd als een van de grootste dichters in de Engelse taal.

story

/ˈstɔːr.i/

(noun) verhaal, sprookje, verslag

Voorbeeld:

She told us a fascinating story about her travels.
Ze vertelde ons een fascinerend verhaal over haar reizen.

novel

/ˈnɑː.vəl/

(noun) roman, boek;

(adjective) nieuw, origineel, ongebruikelijk

Voorbeeld:

She spent her evenings reading a historical novel.
Ze bracht haar avonden door met het lezen van een historische roman.

song

/sɑːŋ/

(noun) lied, nummer, gezang

Voorbeeld:

She sang a beautiful song.
Ze zong een prachtig lied.

player

/ˈpleɪ.ɚ/

(noun) speler, afspeelapparaat, muzikant

Voorbeeld:

He is a key player on the basketball team.
Hij is een belangrijke speler in het basketbalteam.

painter

/ˈpeɪn.t̬ɚ/

(noun) schilder, kunstschilder, verver

Voorbeeld:

Vincent van Gogh was a famous Dutch painter.
Vincent van Gogh was een beroemde Nederlandse schilder.

classical

/ˈklæs.ɪ.kəl/

(adjective) klassiek, typisch

Voorbeeld:

She studied classical literature at university.
Ze studeerde klassieke literatuur aan de universiteit.

musical

/ˈmjuː.zɪ.kəl/

(adjective) muzikaal, muziekliefhebbend;

(noun) musical

Voorbeeld:

She has a great musical talent.
Ze heeft een groot muzikaal talent.

opera

/ˈɑː.pɚ.ə/

(noun) opera, operagebouw, operatheater

Voorbeeld:

They went to see a famous opera at the Royal Opera House.
Ze gingen naar een beroemde opera kijken in het Royal Opera House.

loud

/laʊd/

(adjective) luid, hard, opzichtig;

(adverb) luid, hard

Voorbeeld:

The music was too loud.
De muziek was te hard.

loudly

/ˈlaʊd.li/

(adverb) luid, hard, opzichtig

Voorbeeld:

He shouted loudly to get her attention.
Hij schreeuwde luid om haar aandacht te trekken.

sing

/sɪŋ/

(verb) zingen, kwinkeleren, fluiten

Voorbeeld:

She loves to sing in the shower.
Ze houdt ervan om onder de douche te zingen.

play

/pleɪ/

(verb) spelen, uitvoeren, afspelen;

(noun) toneelstuk, spel, recreatie

Voorbeeld:

The children are playing in the park.
De kinderen zijn aan het spelen in het park.

dance

/dæns/

(verb) dansen, fladderen;

(noun) dans, dansfeest

Voorbeeld:

They love to dance all night long.
Ze houden ervan om de hele nacht te dansen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland