Vocabulaireverzameling A2 - Muziek en Literatuur in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Muziek en Literatuur' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) cultuur, kweek;
(verb) kweken, cultiveren
Voorbeeld:
(noun) kunst, vaardigheid
Voorbeeld:
(noun) schilderen, verven, schilderij
Voorbeeld:
(noun) foto, schilderij, afbeelding;
(verb) afbeelden, fotograferen, schilderen
Voorbeeld:
(verb) slaan, raken, treffen;
(noun) slag, treffer, hit
Voorbeeld:
(noun) instrument, gereedschap, muziekinstrument;
(verb) instrumenteren, uitrusten met instrumenten
Voorbeeld:
(noun) gitarist
Voorbeeld:
(noun) muzikant
Voorbeeld:
(noun) jazz;
(verb) jazzen, opvrolijken
Voorbeeld:
(noun) plof, knal, frisdrank;
(verb) ploffen, knallen, wippen;
(adjective) pop, populair;
(adverb) ploffend, knallend
Voorbeeld:
(noun) rots, steen, rock;
(verb) wiegen, schommelen, schokken
Voorbeeld:
(noun) plaat, grammofoonplaat, record;
(verb) opnemen, vastleggen, registreren
Voorbeeld:
(noun) rondreis, tournee, rondleiding;
(verb) toeren, rondreizen
Voorbeeld:
(noun) stem, inspraak;
(verb) uiten, uitspreken
Voorbeeld:
(noun) werk, arbeid, taak;
(verb) werken, arbeiden, functioneren
Voorbeeld:
(noun) concert, overeenstemming, harmonie;
(verb) afstemmen, coördineren
Voorbeeld:
(noun) danser, danseres
Voorbeeld:
(noun) trommel, vat, cilinder;
(verb) trommelen, kloppen
Voorbeeld:
(noun) dichter, dichteres
Voorbeeld:
(noun) verhaal, sprookje, verslag
Voorbeeld:
(noun) roman, boek;
(adjective) nieuw, origineel, ongebruikelijk
Voorbeeld:
(noun) lied, nummer, gezang
Voorbeeld:
(noun) speler, afspeelapparaat, muzikant
Voorbeeld:
(noun) schilder, kunstschilder, verver
Voorbeeld:
(adjective) klassiek, typisch
Voorbeeld:
(adjective) muzikaal, muziekliefhebbend;
(noun) musical
Voorbeeld:
(noun) opera, operagebouw, operatheater
Voorbeeld:
(adjective) luid, hard, opzichtig;
(adverb) luid, hard
Voorbeeld:
(adverb) luid, hard, opzichtig
Voorbeeld:
(verb) zingen, kwinkeleren, fluiten
Voorbeeld:
(verb) spelen, uitvoeren, afspelen;
(noun) toneelstuk, spel, recreatie
Voorbeeld:
(verb) dansen, fladderen;
(noun) dans, dansfeest
Voorbeeld: