Avatar of Vocabulary Set A2 - Communicatie

Vocabulaireverzameling A2 - Communicatie in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Communicatie' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

communication

/kəˌmjuː.nəˈkeɪ.ʃən/

(noun) communicatie, uitwisseling, mededeling

Voorbeeld:

Effective communication is key to a successful team.
Effectieve communicatie is de sleutel tot een succesvol team.

conservation

/ˌkɑːn.sɚˈveɪ.ʃən/

(noun) behoud, natuurbehoud, milieubescherming

Voorbeeld:

Wildlife conservation efforts are crucial for endangered species.
Inspanningen voor natuurbehoud zijn cruciaal voor bedreigde diersoorten.

opinion

/əˈpɪn.jən/

(noun) mening, standpunt, publieke opinie

Voorbeeld:

What's your opinion on the new policy?
Wat is jouw mening over het nieuwe beleid?

talk

/tɑːk/

(verb) praten, spreken, lezing geven;

(noun) gesprek, praatje, lezing

Voorbeeld:

Can we talk for a moment?
Kunnen we even praten?

call

/kɑːl/

(verb) roepen, schreeuwen, bellen;

(noun) bezoek, oproep, telefoontje

Voorbeeld:

She had to call his name twice before he heard her.
Ze moest zijn naam twee keer roepen voordat hij haar hoorde.

cell phone

/ˈsel foʊn/

(noun) mobiele telefoon, gsm

Voorbeeld:

I left my cell phone at home.
Ik heb mijn mobiele telefoon thuis laten liggen.

argument

/ˈɑːrɡ.jə.mənt/

(noun) ruzie, discussie, geschil

Voorbeeld:

They had a fierce argument about politics.
Ze hadden een heftige ruzie over politiek.

discussion

/dɪˈskʌʃ.ən/

(noun) discussie, gesprek, overleg

Voorbeeld:

We had a long discussion about the new project.
We hadden een lange discussie over het nieuwe project.

fight

/faɪt/

(noun) gevecht, ruzie, wedstrijd;

(verb) vechten, strijden

Voorbeeld:

The two boxers were ready for a big fight.
De twee boksers waren klaar voor een groot gevecht.

letter

/ˈlet̬.ɚ/

(noun) letter, brief;

(verb) letteren, beschrijven

Voorbeeld:

The word 'cat' has three letters.
Het woord 'kat' heeft drie letters.

mail

/meɪl/

(noun) post, e-mail;

(verb) posten, mailen

Voorbeeld:

Did you check the mail today?
Heb je de post vandaag gecontroleerd?

envelope

/ˈɑːn.və.loʊp/

(noun) envelop, omhulsel, omhulling

Voorbeeld:

She sealed the letter in an envelope.
Ze sloot de brief in een envelop.

say

/seɪ/

(verb) zeggen, uitspreken, betekenen;

(noun) zegje, inspraak

Voorbeeld:

He didn't say anything.
Hij zei niets.

tell

/tel/

(verb) vertellen, zeggen, onderscheiden;

(noun) teken, aanwijzing

Voorbeeld:

Can you tell me your name?
Kun je me je naam vertellen?

discuss

/dɪˈskʌs/

(verb) bespreken, discussiëren

Voorbeeld:

Let's discuss the new project during the meeting.
Laten we het nieuwe project bespreken tijdens de vergadering.

visit

/ˈvɪz.ɪt/

(verb) bezoeken;

(noun) bezoek, huisbezoek

Voorbeeld:

I'm going to visit my grandparents next weekend.
Ik ga volgend weekend mijn grootouders bezoeken.

reply

/rɪˈplaɪ/

(noun) antwoord, repliek;

(verb) antwoorden, beantwoorden

Voorbeeld:

I sent him an email, but I haven't received a reply yet.
Ik stuurde hem een e-mail, maar ik heb nog geen antwoord ontvangen.

argue

/ˈɑːrɡ.juː/

(verb) betogen, pleiten, ruziën

Voorbeeld:

The lawyer tried to argue that his client was innocent.
De advocaat probeerde te betogen dat zijn cliënt onschuldig was.

together

/təˈɡeð.ɚ/

(adverb) samen, bij elkaar, tot een geheel;

(adjective) op orde, evenwichtig

Voorbeeld:

They walked together down the street.
Ze liepen samen de straat af.

calmly

/ˈkɑːm.li/

(adverb) rustig, kalm

Voorbeeld:

She spoke calmly, despite the chaos around her.
Ze sprak rustig, ondanks de chaos om haar heen.

alone

/əˈloʊn/

(adjective) alleen, eenzaam, zelfstandig;

(adverb) alleen, met rust

Voorbeeld:

She likes to be alone sometimes.
Ze is graag soms alleen.

social

/ˈsoʊ.ʃəl/

(adjective) sociaal, gezellig;

(noun) sociale bijeenkomst, borrel

Voorbeeld:

Humans are social beings.
Mensen zijn sociale wezens.

send

/send/

(verb) sturen, verzenden, doen gaan

Voorbeeld:

I will send you an email with the details.
Ik zal je een e-mail sturen met de details.

receive

/rɪˈsiːv/

(verb) ontvangen, krijgen, oplopen

Voorbeeld:

She received a letter from her friend.
Ze ontving een brief van haar vriendin.

understand

/ˌʌn.dɚˈstænd/

(verb) begrijpen, verstaan, interpreteren

Voorbeeld:

I don't understand what you mean.
Ik begrijp niet wat je bedoelt.

misunderstand

/ˌmɪs.ʌn.dɚˈstænd/

(verb) misverstaan, verkeerd begrijpen

Voorbeeld:

I think you misunderstood my instructions.
Ik denk dat je mijn instructies verkeerd begrepen hebt.

agree

/əˈɡriː/

(verb) instemmen, het eens zijn, overeenkomen

Voorbeeld:

I agree with your assessment.
Ik ben het eens met uw beoordeling.

disagree

/ˌdɪs.əˈɡriː/

(verb) het oneens zijn, verschillen van mening

Voorbeeld:

My brother and I often disagree on politics.
Mijn broer en ik verschillen vaak van mening over politiek.

accept

/əkˈsept/

(verb) accepteren, aannemen, instemmen met

Voorbeeld:

She accepted the gift with a smile.
Ze accepteerde het cadeau met een glimlach.

reject

/rɪˈdʒekt/

(verb) afwijzen, verwerpen, verstoten;

(noun) afgekeurd product, afgewezen persoon, uitschot

Voorbeeld:

The committee decided to reject the proposal.
De commissie besloot het voorstel te verwerpen.

all right

/ɔːl ˈraɪt/

(adjective) in orde, wel aardig, acceptabel;

(adverb) goed, redelijk

Voorbeeld:

The movie was all right, but not great.
De film was wel aardig, maar niet geweldig.

statement

/ˈsteɪt.mənt/

(noun) verklaring, uitspraak, afschrift

Voorbeeld:

The witness gave a detailed statement to the police.
De getuige gaf een gedetailleerde verklaring aan de politie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland