Vocabulaireverzameling A1 - Transport in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Transport' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) auto, wagon, rijtuig
Voorbeeld:
(noun) motorfiets, motor;
(verb) motorrijden
Voorbeeld:
(noun) bus;
(verb) met de bus vervoeren
Voorbeeld:
(noun) vrachtwagen, truck, kar;
(verb) vervoeren met vrachtwagen, trucken
Voorbeeld:
(noun) trein, sleep;
(verb) trainen, opleiden, oefenen
Voorbeeld:
(noun) taxi;
(verb) taxien, rijden met een taxi
Voorbeeld:
(noun) ambulance
Voorbeeld:
(noun) brandweerwagen, brandweerauto
Voorbeeld:
(noun) metro, ondergrondse, voetgangerstunnel
Voorbeeld:
(noun) vliegtuig
Voorbeeld:
(noun) helikopter;
(verb) helikopteren, met de helikopter vliegen
Voorbeeld:
(noun) veerboot, pont;
(verb) overzetten, vervoeren
Voorbeeld:
(noun) schip, vaartuig;
(verb) verzenden, vervoeren
Voorbeeld:
(noun) boot, vaartuig;
(verb) varen, bootje varen
Voorbeeld:
(noun) kaartje, ticket, boete;
(verb) bekeuren, een boete geven
Voorbeeld:
(noun) stop, einde, halte;
(verb) stoppen, beëindigen, ophouden
Voorbeeld:
(noun) bushalte
Voorbeeld:
(noun) station, halte, post;
(verb) stationeren, plaatsen
Voorbeeld:
(noun) metrostation, ondergronds station
Voorbeeld:
(noun) luchthaven, vliegveld
Voorbeeld:
(noun) treinstation, station
Voorbeeld:
(noun) taxistandplaats, taxistand
Voorbeeld:
(noun) rijbewijs
Voorbeeld:
(noun) gas, benzine, brandstof;
(verb) gas geven, tanken
Voorbeeld:
(noun) ongeluk, ongeval, toeval
Voorbeeld: