Avatar of Vocabulary Set Linguïstiek en Taalkenmerken 1

Vocabulaireverzameling Linguïstiek en Taalkenmerken 1 in Taal: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Linguïstiek en Taalkenmerken 1' in 'Taal' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

analogy

/əˈnæl.ə.dʒi/

(noun) analogie, vergelijking, overeenkomst

Voorbeeld:

The teacher drew an analogy between the human heart and a pump.
De leraar trok een analogie tussen het menselijk hart en een pomp.

anaphora

/ə.'næf.ə.rə/

(noun) anafoor

Voorbeeld:

Martin Luther King Jr.'s 'I Have a Dream' speech is famous for its use of anaphora.
Martin Luther King Jr.'s 'I Have a Dream'-toespraak is beroemd om het gebruik van anafoor.

anglicism

/ˈæŋ.ɡlɪ.sɪ.zəm/

(noun) anglicisme

Voorbeeld:

The use of 'weekend' in French is an example of an Anglicism.
Het gebruik van 'weekend' in het Frans is een voorbeeld van een anglicisme.

anthropomorphic

/ˌæn.θrə.pəˈmɔːr.fɪk/

(adjective) antropomorf, mensvormig

Voorbeeld:

Many children's cartoons feature anthropomorphic animals that talk and wear clothes.
Veel tekenfilms voor kinderen bevatten antropomorfe dieren die praten en kleren dragen.

apposition

/ˌæp.əˈzɪʃ.ən/

(noun) appositie, naast elkaar plaatsen, bijstelling

Voorbeeld:

The artist used apposition of bright and dark colors to create contrast.
De kunstenaar gebruikte appositie van heldere en donkere kleuren om contrast te creëren.

argument

/ˈɑːrɡ.jə.mənt/

(noun) ruzie, discussie, geschil

Voorbeeld:

They had a fierce argument about politics.
Ze hadden een heftige ruzie over politiek.

calque

/kælk/

(noun) leenvertaling, calque;

(verb) leenvertalen, calqueren

Voorbeeld:

The term 'skyscraper' is a calque from Dutch 'wolkenkrabber'.
De term 'wolkenkrabber' is een leenvertaling van het Engelse 'skyscraper'.

circumlocution

/ˌsɝː.kəm.ləˈkjuː.ʃən/

(noun) omslachtigheid, omhaal van woorden, omweg

Voorbeeld:

His speech was full of circumlocution, avoiding the main issue.
Zijn toespraak zat vol omslachtigheid, waarbij hij de hoofdkwestie vermeed.

coinage

/ˈkɔɪ.nɪdʒ/

(noun) munten, muntproductie, muntstelsel

Voorbeeld:

The coinage of new currency was a complex process.
Het munten van nieuwe valuta was een complex proces.

code word

/ˈkoʊd wɜːrd/

(noun) codewoord, wachtwoord

Voorbeeld:

The spies used a specific code word to identify each other.
De spionnen gebruikten een specifiek codewoord om elkaar te identificeren.

collocation

/ˌkɑː.ləˈkeɪ.ʃən/

(noun) collocatie

Voorbeeld:

Strong coffee is a common collocation.
Sterke koffie is een veelvoorkomende collocatie.

colloquialism

/kəˈloʊ.kwi.ə.lɪ.zəm/

(noun) spreektaal, colloquialisme

Voorbeeld:

Using 'gonna' instead of 'going to' is a common colloquialism.
Het gebruik van 'gonna' in plaats van 'going to' is een veelvoorkomende spreektaal.

descriptor

/dɪˈskrɪp.tɚ/

(noun) beschrijving, descriptor

Voorbeeld:

The term 'digital native' is a common descriptor for younger generations.
De term 'digitale native' is een veelvoorkomende beschrijving voor jongere generaties.

dialect

/ˈdaɪ.ə.lekt/

(noun) dialect, streektaal

Voorbeeld:

The local dialect is quite different from the standard language.
Het lokale dialect is heel anders dan de standaardtaal.

ellipsis

/iˈlɪp.sɪs/

(noun) ellips, weglating, drie puntjes

Voorbeeld:

The sentence ended with an ellipsis, indicating omitted words.
De zin eindigde met een ellips, wat weggelaten woorden aanduidde.

elliptical

/iˈlɪp.tɪ.kəl/

(adjective) elliptisch, ovaal, beknopt

Voorbeeld:

The planet orbits the sun in an elliptical path.
De planeet draait in een elliptische baan om de zon.

epithet

/ˈep.ə.θet/

(noun) epitheton, bijnaam, scheldwoord

Voorbeeld:

The king was often referred to by the epithet 'the Great'.
De koning werd vaak aangeduid met het epitheton 'de Grote'.

expression

/ɪkˈspreʃ.ən/

(noun) uitdrukking, expressie, zegswijze

Voorbeeld:

Art is a form of self-expression.
Kunst is een vorm van zelfexpressie.

free form

/ˈfriː fɔːrm/

(adjective) vrije vorm, ongebonden

Voorbeeld:

The artist used a free-form style in her painting.
De kunstenaar gebruikte een vrije vorm in haar schilderij.

homograph

/ˈhɑː.mə.ɡræf/

(noun) homograaf

Voorbeeld:

The word 'lead' is a homograph, as it can refer to a metal or the act of guiding.
Het woord 'lead' is een homograaf, aangezien het kan verwijzen naar een metaal of de handeling van leiden.

homonym

/ˈhɑː.mə.nɪm/

(noun) homoniem

Voorbeeld:

The words 'bear' (the animal) and 'bear' (to carry) are homonyms.
De woorden 'bear' (het dier) en 'bear' (dragen) zijn homoniemen.

homophone

/ˈhɑː.mə.foʊn/

(noun) homofoon

Voorbeeld:

The words 'to,' 'too,' and 'two' are perfect examples of homophones.
De woorden 'to', 'too' en 'two' zijn perfecte voorbeelden van homofonen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland