Vocabulaireverzameling Natuurlijke kapsels in Uiterlijk: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Natuurlijke kapsels' in 'Uiterlijk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) kaal, met een bles, met witte aftekeningen op het hoofd
Voorbeeld:
(adjective) kaal wordend, kalend;
(noun) kaal worden, kaalheid
Voorbeeld:
(adjective) ruig, onverzorgd
Voorbeeld:
(adjective) schouderlang
Voorbeeld:
(adjective) glad, glanzend, elegant;
(verb) gladstrijken, polijsten
Voorbeeld:
(adjective) stekelig, puntig, prikkelbaar
Voorbeeld:
(adjective) borstelig, stekelig, prikkelbaar
Voorbeeld:
(adjective) bossig, dicht, struikachtig
Voorbeeld:
(adjective) verward, ongekamd, slordig
Voorbeeld:
(adjective) wilde, vliegende, wegvliegend
Voorbeeld:
(verb) kroezen, pluizen;
(noun) kroes, pluis
Voorbeeld:
(adjective) kroezig, pluizig
Voorbeeld:
(adjective) donzig, harig, wazig
Voorbeeld:
(adjective) haarloos, kaal
Voorbeeld:
(adjective) slap, futloos, slank
Voorbeeld:
(adjective) weelderig, overvloedig, uitbundig
Voorbeeld:
(adjective) vervilt, klitterig
Voorbeeld:
(noun) luier;
(adjective) kroes, kroezig
Voorbeeld:
(adjective) mager, rafelig, onregelmatig
Voorbeeld:
(adjective) recht, steil, eerlijk;
(adverb) recht, rechtdoor, direct;
(noun) recht stuk, rechte lijn
Voorbeeld:
(adjective) dik, dicht, compact;
(adverb) dicht, dik
Voorbeeld:
(adjective) netjes, opgeruimd;
(verb) opruimen, netjes maken
Voorbeeld:
(adjective) warrig, verward;
(verb) verwarren, woelen
Voorbeeld:
(adjective) ongekamd, verwaarloosd, slordig
Voorbeeld:
(adjective) golvend, gegolfd
Voorbeeld:
(adjective) gerimpeld, gekreukeld
Voorbeeld:
(adjective) krullend
Voorbeeld:
(adjective) draadachtig, stug, gespierd
Voorbeeld:
(noun) skinhead
Voorbeeld:
(adjective) donzig, donsachtig, licht
Voorbeeld:
(adjective) ongekamd
Voorbeeld:
(adjective) vezelig, sliertig, mager
Voorbeeld:
(noun) dons, pluis, politie;
(verb) vervagen, verstoren
Voorbeeld:
(adjective) glanzend, glimmend, gelikt
Voorbeeld:
(adjective) vettig, olieachtig, glibberig
Voorbeeld:
(adjective) zijdezacht, zijdeachtig, fluweelzacht
Voorbeeld:
(adjective) glanzend, blinkend
Voorbeeld:
(adjective) dun, mager, slank;
(verb) verdunnen, uitdunnen;
(adverb) dun
Voorbeeld: