Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 24 - Eerste dag na promotie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 24 - Eerste dag na promotie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) een prijs in ontvangst nemen, een award accepteren
Voorbeeld:
(noun) jubileumviering, jubileumfeest
Voorbeeld:
(noun) vuur, brand, schieten;
(verb) vuren, afschieten, ontslaan
Voorbeeld:
(noun) flits, bliksem, opwelling;
(verb) flitsen, schijnen, tonen;
(adjective) flitsend, plotseling
Voorbeeld:
(phrase) naar beneden gaan
Voorbeeld:
(noun) kas
Voorbeeld:
(noun) gymzaal, sportschool
Voorbeeld:
(noun) functietitel, beroepstitel
Voorbeeld:
(noun) ladder, hiërarchie;
(verb) op de ladder gaan, rafelen, ladders veroorzaken
Voorbeeld:
(adjective) lang, langdurig
Voorbeeld:
(phrasal verb) rondreizen, zich verplaatsen, verplaatsen
Voorbeeld:
(noun) plan, ontwerp, plattegrond;
(verb) plannen, organiseren
Voorbeeld:
(phrasal verb) wijzen naar
Voorbeeld:
(noun) schaal, omvang, schub;
(verb) beklimmen, bestijgen, schubben
Voorbeeld:
(verb) verspreiden, strooien, uiteendrijven;
(noun) verspreiding, strooisel
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitsturen, verzenden, uitzenden
Voorbeeld:
(noun) gil, schreeuw;
(verb) schreeuwen, gillen
Voorbeeld:
(noun) afspraak, benoeming, aanstelling
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap;
(adjective) kenmerkend, typisch
Voorbeeld:
(noun) hulp, assistentie, portie;
(adjective) helpende, ondersteunend
Voorbeeld:
(adjective) hoopvol, optimistisch;
(noun) hoopvolle, kandidaat
Voorbeeld:
(noun) niveau, peil, vlak;
(adjective) vlak, waterpas;
(verb) egaliseren, vlak maken
Voorbeeld:
(verb) aftreden, ontslag nemen, berusten in
Voorbeeld:
(noun) rol, functie
Voorbeeld:
(noun) waarborg, bescherming, veiligheidsmaatregel;
(verb) beschermen, beveiligen, vrijwaren
Voorbeeld:
(phrase) de hele dag, gedurende de dag
Voorbeeld:
(noun) uitzicht, zicht, mening;
(verb) bekijken, zien, beschouwen
Voorbeeld: