Avatar of Vocabulary Set Basis 2

Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 23 - Rollenspel: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 23 - Rollenspel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

application

/ˌæp.ləˈkeɪ.ʃən/

(noun) aanvraag, sollicitatie, toepassing

Voorbeeld:

I submitted my application for the new job.
Ik heb mijn aanvraag voor de nieuwe baan ingediend.

award ceremony

/əˈwɔːrd ˈser.ə.moʊ.ni/

(noun) prijsuitreiking, awardceremonie

Voorbeeld:

The actors arrived on the red carpet for the award ceremony.
De acteurs arriveerden op de rode loper voor de prijsuitreiking.

chat

/tʃæt/

(verb) praten, kletsen;

(noun) praatje, babbel

Voorbeeld:

We spent hours chatting about everything.
We hebben urenlang over alles gepraat.

clap

/klæp/

(verb) klappen, applaudisseren, slaan;

(noun) klap, donderslag, applaus

Voorbeeld:

The audience began to clap loudly after the performance.
Het publiek begon luid te klappen na de voorstelling.

fireplace

/ˈfaɪr.pleɪs/

(noun) open haard, schoorsteenmantel

Voorbeeld:

We gathered around the fireplace to keep warm.
We verzamelden ons rond de open haard om warm te blijven.

get paid

/ɡet peɪd/

(phrase) betaald worden, salaris ontvangen

Voorbeeld:

I usually get paid on the last Friday of the month.
Ik word meestal op de laatste vrijdag van de maand betaald.

grab

/ɡræb/

(verb) grijpen, pakken, snel pakken;

(noun) greep, pak

Voorbeeld:

She tried to grab the falling vase.
Ze probeerde de vallende vaas te grijpen.

group

/ɡruːp/

(noun) groep, verzameling, band;

(verb) groeperen, indelen

Voorbeeld:

A group of students gathered outside the library.
Een groep studenten verzamelde zich buiten de bibliotheek.

hook

/hʊk/

(noun) haak, vishaak, hoekstoot;

(verb) haken, vastmaken, boeien

Voorbeeld:

Hang your coat on the hook by the door.
Hang je jas aan de haak bij de deur.

introduction

/ˌɪn.trəˈdʌk.ʃən/

(noun) introductie, inleiding, voorwoord

Voorbeeld:

The introduction of new technology revolutionized the industry.
De introductie van nieuwe technologie bracht een revolutie teweeg in de industrie.

learning center

/ˈlɝː.nɪŋ ˌsen.t̬ɚ/

(noun) leercentrum, studiecentrum

Voorbeeld:

The university opened a new learning center to help students with their writing skills.
De universiteit opende een nieuw leercentrum om studenten te helpen met hun schrijfvaardigheid.

loudspeaker

/ˈlaʊdˌspiː.kɚ/

(noun) luidspreker, speaker

Voorbeeld:

The announcement was made over the loudspeaker.
De aankondiging werd gedaan via de luidspreker.

lounge

/laʊndʒ/

(noun) lounge, zitkamer, woonkamer;

(verb) luieren, rondhangen

Voorbeeld:

We waited for our flight in the airport lounge.
We wachtten op onze vlucht in de luchthavenlounge.

management seminar

/ˈmæn.ɪdʒ.mənt ˈsem.ə.nɑːr/

(noun) managementseminar

Voorbeeld:

The company is sending all department heads to a management seminar next week.
Het bedrijf stuurt volgende week alle afdelingshoofden naar een managementseminar.

smoking section

/ˈsmoʊ.kɪŋ ˌsek.ʃən/

(noun) rookgedeelte, rokersruimte

Voorbeeld:

Is there still a smoking section in this restaurant?
Is er nog steeds een rookgedeelte in dit restaurant?

take a vacation

/teɪk ə veɪˈkeɪ.ʃən/

(idiom) op vakantie gaan, vakantie nemen

Voorbeeld:

I really need to take a vacation after this project is finished.
Ik moet echt op vakantie gaan nadat dit project is afgerond.

bold

/boʊld/

(adjective) gedurfd, moedig, opvallend;

(verb) vetgedrukt maken, vetten

Voorbeeld:

She made a bold decision to quit her job and start her own business.
Ze nam een gedurfde beslissing om haar baan op te zeggen en haar eigen bedrijf te starten.

finely

/ˈfaɪn.li/

(adverb) fijn, dun, delicaat

Voorbeeld:

Chop the herbs finely.
Hak de kruiden fijn.

friendly

/ˈfrend.li/

(adjective) vriendelijk, aardig, onschadelijk

Voorbeeld:

She has a very friendly smile.
Ze heeft een heel vriendelijke glimlach.

gentle

/ˈdʒen.t̬əl/

(adjective) zachtaardig, vriendelijk, mild;

(verb) verzachten, kalmeren, temperen

Voorbeeld:

He has a very gentle nature.
Hij heeft een heel zachtaardig karakter.

in charge of

/ɪn ˈtʃɑːrdʒ ʌv/

(phrase) verantwoordelijk voor, belast met

Voorbeeld:

She is in charge of the marketing department.
Zij is verantwoordelijk voor de marketingafdeling.

lively

/ˈlaɪv.li/

(adjective) levendig, energiek, bruisend;

(adverb) levendig, energiek

Voorbeeld:

She has a very lively personality.
Ze heeft een erg levendige persoonlijkheid.

pharmacy

/ˈfɑːr.mə.si/

(noun) apotheek, farmacie, apothekerskunst

Voorbeeld:

I need to go to the pharmacy to pick up my prescription.
Ik moet naar de apotheek om mijn recept op te halen.

precise

/prəˈsaɪs/

(adjective) precies, nauwkeurig, exact

Voorbeeld:

We need precise measurements for this experiment.
We hebben precieze metingen nodig voor dit experiment.

prize

/praɪz/

(noun) prijs, beloning, aanwinst;

(verb) waarderen, koesteren

Voorbeeld:

She won the first prize in the art competition.
Ze won de eerste prijs in de kunstwedstrijd.

registration

/ˌredʒ.əˈstreɪ.ʃən/

(noun) registratie, inschrijving, registratiebewijs

Voorbeeld:

Online registration for the conference is now open.
Online registratie voor de conferentie is nu geopend.

vacation

/veɪˈkeɪ.ʃən/

(noun) vakantie;

(verb) vakantie vieren, op vakantie gaan

Voorbeeld:

We're planning a family vacation to the beach next month.
We plannen volgende maand een familievakantie naar het strand.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland