Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 20 - Geld besparen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 20 - Geld besparen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) overvloedig, rijk, ruim
Voorbeeld:
(noun) wedstrijd, competitie;
(verb) aanvechten, betwisten, strijden om
Voorbeeld:
(noun) glazen kast, vitrinekast
Voorbeeld:
(noun) foto, schilderij, afbeelding;
(verb) afbeelden, fotograferen, schilderen
Voorbeeld:
(adjective) krachtig, machtig, sterk
Voorbeeld:
(noun) oever, kust;
(verb) stutten, ondersteunen
Voorbeeld:
(noun) das, stropdas, gelijkspel;
(verb) binden, vastmaken, gelijkspelen
Voorbeeld:
(noun) toevoeging, aanvulling, optellen
Voorbeeld:
(noun) aanval, kritiek;
(verb) aanvallen, bekritiseren
Voorbeeld:
(adjective) dubbel, tweevoudig, twee keer zoveel;
(verb) verdubbelen;
(adverb) dubbel, twee keer zoveel;
(noun) dubbele, tweehonkslag
Voorbeeld:
(adjective) expressief, uitdrukkingsvol
Voorbeeld:
(noun) fonds, kapitaal, voorraad;
(verb) financieren, bekostigen
Voorbeeld:
(noun) financiering, geldmiddelen
Voorbeeld:
(verb) genereren, produceren, creëren
Voorbeeld:
(phrase) in het komende jaar, volgend jaar
Voorbeeld:
(phrase) in de richting van
Voorbeeld:
(noun) modelnummer
Voorbeeld:
(verb) overwinnen, overkomen, overmand worden door;
(adjective) overmand, uitgeput
Voorbeeld:
(adjective) echt, juist, gepast;
(adverb) helemaal, echt
Voorbeeld:
(noun) vraag, vraagstuk, kwestie;
(verb) ondervragen, bevragen, betwijfelen
Voorbeeld:
(adjective) zeldzaam, ongewoon, rood
Voorbeeld:
(noun) score, puntentotaal, twintigtal;
(verb) scoren, punten maken, inkerven
Voorbeeld:
(noun) senior, oudere, laatstejaars;
(adjective) senior, ouder, hoger in rang
Voorbeeld:
(noun) uitgaven, besteding;
(verb) uitgeven, doorbrengen
Voorbeeld:
(adjective) tijdelijk, voorlopig
Voorbeeld:
(noun) thema, onderwerp, melodie;
(verb) thematiseren, een thema geven
Voorbeeld:
(adjective) traditioneel, gebruikelijk
Voorbeeld: