Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 13 - De klant is koning: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 13 - De klant is koning' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) kaal, bloot, minimaal;
(verb) ontbloten, blootleggen
Voorbeeld:
(phrasal verb) dichtknopen, je mond houden, zwijgen
Voorbeeld:
(noun) slachtoffer, gewonde, dode
Voorbeeld:
(noun) plaatsvervanger, adjunct
Voorbeeld:
(verb) repareren, herstellen, genezen;
(noun) reparatie, herstel
Voorbeeld:
(noun) getuigenis, aanbeveling, referentie
Voorbeeld:
(noun) aanpassingsvermogen, flexibiliteit
Voorbeeld:
(noun) agressie, aanval
Voorbeeld:
(noun) afkeuring, berisping, kritiek;
(verb) berispen, afkeuren, bekritiseren
Voorbeeld:
(noun) afdeling schadeclaims, schadeafdeling
Voorbeeld:
(adjective) overtuigend, boeiend, dwingend
Voorbeeld:
(adjective) besluitvaardig, doortastend, beslissend
Voorbeeld:
(noun) nood, angst, verdriet;
(verb) verontrusten, kwellen, bedroeven
Voorbeeld:
(verb) vergemakkelijken, bevorderen
Voorbeeld:
(adverb) feitelijk, volgens de feiten
Voorbeeld:
(adverb) vluchtig, kortstondig
Voorbeeld:
(adverb) eerlijk gezegd, openhartig, ronduit
Voorbeeld:
(verb) voeden, voedsel geven, koesteren
Voorbeeld:
(noun) versterking, bekrachtiging, versterkingen
Voorbeeld:
(adverb) dun, karig, schaars
Voorbeeld:
(adjective) onwankelbaar, standvastig, vastberaden
Voorbeeld:
(adjective) levendig, bruisend, helder
Voorbeeld:
(noun) verwondering, wonder, fenomeen;
(verb) zich afvragen, verwonderen, verbazen
Voorbeeld:
(noun) smet, vlek, gebrek;
(verb) bederven, ontsieren, bevlekken
Voorbeeld:
(adjective) echt, authentiek, oprecht
Voorbeeld:
(noun) gevaar, risico;
(verb) riskeren, wagen
Voorbeeld:
(verb) onderscheppen, afvangen, afluisteren;
(noun) onderschepping, afvang
Voorbeeld:
(noun) korting, terugbetaling;
(verb) terugbetalen, korting geven
Voorbeeld:
(adjective) retrospectief, terugblikkend;
(noun) retrospectief, overzichtstentoonstelling
Voorbeeld:
(idiom) iemand ontschieten, vergeten
Voorbeeld:
(phrasal verb) opzuigen, absorberen, opnemen
Voorbeeld:
(adverb) snel, vlug, soepel
Voorbeeld: