Vocabulaireverzameling Zakenwereld in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Zakenwereld' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) menselijk kapitaal
Voorbeeld:
(noun) marktplaats, markt, handelsarena
Voorbeeld:
(noun) handel, commercie
Voorbeeld:
(noun) bureau, agentschap, instantie
Voorbeeld:
(adjective) commercieel, handels-, winstgevend;
(noun) reclamespot, commercial
Voorbeeld:
(noun) industrie, nijverheid, vlijt
Voorbeeld:
(noun) onderneming, project, bedrijf
Voorbeeld:
(noun) onderneming, corporatie, bedrijf
Voorbeeld:
(noun) personeelszaken, human resources, menselijke hulpbronnen
Voorbeeld:
(adjective) bedrijfs-, zakelijk, vennootschaps-
Voorbeeld:
(noun) start-up, beginnend bedrijf
Voorbeeld:
(noun) hoofdkantoor, hoofdkwartier
Voorbeeld:
(noun) franchise, licentie, stemrecht;
(verb) franchisen, licentiëren, stemrecht verlenen
Voorbeeld:
(noun) onderneming, avontuur, risicovolle onderneming;
(verb) wagen, zich wagen aan, ondernemen
Voorbeeld:
(noun) strategie, plan, militaire strategie
Voorbeeld:
(verb) produceren, vervaardigen, verzinnen;
(noun) productie, fabricage
Voorbeeld:
(noun) machines, machinerie, mechanisme
Voorbeeld:
(noun) werkplaats, atelier, workshop;
(verb) uitwerken in een workshop, bespreken in een workshop
Voorbeeld:
(noun) winstmarge
Voorbeeld:
(plural noun) inkomsten, verdiensten, winst
Voorbeeld:
(noun) aandeelhouder
Voorbeeld:
(noun) vertegenwoordiger, afgevaardigde;
(adjective) representatief, kenmerkend
Voorbeeld:
(noun) sponsor, geldschieter, indiener;
(verb) sponsoren, financieren, ondersteunen
Voorbeeld:
(noun) fusie, samenvoeging
Voorbeeld:
(noun) vereniging, bond, genootschap
Voorbeeld:
(noun) administratie, beheer, bestuur
Voorbeeld:
(adjective) administratief, bestuurlijk
Voorbeeld:
(noun) leidinggevende, directeur;
(adjective) uitvoerend
Voorbeeld:
(noun) marketing
Voorbeeld:
(noun) branding, merkstrategie, brandmerk
Voorbeeld:
(noun) promotie, reclame, bevordering
Voorbeeld:
(verb) publiceren, bekendmaken, reclame maken voor
Voorbeeld:
(verb) lanceren, starten, afschieten;
(noun) lancering, start
Voorbeeld:
(noun) distributie, verdeling, spreiding
Voorbeeld:
(noun) stoel, voorzitter, leider;
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(noun) technisch directeur, CTO;
(abbreviation) CTO
Voorbeeld:
(noun) ondernemer
Voorbeeld:
(noun) koopman, handelaar
Voorbeeld:
(noun) chief financial officer, financieel directeur
Voorbeeld:
(noun) chief executive officer, algemeen directeur
Voorbeeld: