Vocabulaireverzameling Trots en vooroordeel in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Trots en vooroordeel' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) bewondering, achting
Voorbeeld:
(verb) bewonderen, genieten van het kijken naar
Voorbeeld:
(adjective) bevooroordeeld, partijdig
Voorbeeld:
(noun) walging, afkeer;
(verb) walgen, afstoten
Voorbeeld:
(noun) smaak, voorkeur;
(verb) proeven, smaken
Voorbeeld:
(noun) voorkeur, favoriet
Voorbeeld:
(verb) verachten, minachten
Voorbeeld:
(verb) veraafschuwen, haten
Voorbeeld:
(noun) gunst, plezier, voorkeur;
(verb) voorkeur geven aan, bevoordelen, gunnen
Voorbeeld:
(verb) vinden, ontdekken, ervaren;
(noun) vondst, ontdekking
Voorbeeld:
(verb) een beroep doen op, oproep, aanspreken;
(noun) oproep, verzoek, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(verb) aanbidden, vereren, dol zijn op
Voorbeeld:
(interjection) alsjeblieft, alstublieft;
(verb) behagen, plezieren
Voorbeeld:
(noun) wedstrijd, competitie;
(verb) aanvechten, betwisten, strijden om
Voorbeeld:
(plural noun) criteria, maatstaven
Voorbeeld:
(verb) plegen, begaan, verbinden
Voorbeeld:
(adjective) onbuigzaam, star, stijf
Voorbeeld:
(noun) vrije wil
Voorbeeld:
(adjective) aanvaardbaar, acceptabel, toelaatbaar
Voorbeeld:
(noun) dilemma, netelige situatie
Voorbeeld:
(noun) compromis, schikking, aantasting;
(verb) compromitteren, concessies doen, aantasten
Voorbeeld:
(verb) regelen, oplossen, vestigen;
(noun) nederzetting, kolonie, schikking
Voorbeeld:
(noun) overtuiging, overreding, geloof
Voorbeeld:
(noun) afkeer, walging, afstoting
Voorbeeld:
(noun) wrok, rancune;
(verb) misgunnen, kwalijk nemen
Voorbeeld:
(noun) vijand, tegenstander
Voorbeeld:
(adjective) kieskeurig, moeilijk
Voorbeeld:
(noun) oordeelsvermogen, beoordelingsvermogen, oordeel
Voorbeeld:
(noun) wrok, haat, verontwaardiging
Voorbeeld: