Avatar of Vocabulary Set Politiek

Vocabulaireverzameling Politiek in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Politiek' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

regime

/reɪˈʒiːm/

(noun) regime, bewind, systeem

Voorbeeld:

The military regime suppressed all dissent.
Het militaire regime onderdrukte alle afwijkende meningen.

ambassador

/æmˈbæs.ə.dɚ/

(noun) ambassadeur, vertegenwoordiger

Voorbeeld:

The ambassador presented his credentials to the President.
De ambassadeur overhandigde zijn geloofsbrieven aan de president.

embassy

/ˈem.bə.si/

(noun) ambassade, diplomatieke missie, ambassadepersoneel

Voorbeeld:

The new ambassador arrived at the embassy this morning.
De nieuwe ambassadeur arriveerde vanochtend bij de ambassade.

summit

/ˈsʌm.ɪt/

(noun) top, bergtop, topconferentie;

(verb) de top bereiken, beklimmen

Voorbeeld:

They reached the summit of Mount Everest.
Ze bereikten de top van de Mount Everest.

wing

/wɪŋ/

(noun) vleugel, gedeelte, factie;

(verb) voorzien van vleugels, in de vleugel raken, improviseren

Voorbeeld:

The bird flapped its wings and soared into the sky.
De vogel klapperde met zijn vleugels en zweefde de lucht in.

spokesperson

/ˈspoʊksˌpɝː.sən/

(noun) woordvoerder

Voorbeeld:

The company's spokesperson announced the new policy.
De woordvoerder van het bedrijf kondigde het nieuwe beleid aan.

bureaucracy

/bjʊˈrɑː.krə.si/

(noun) bureaucratie, bestuursapparaat, ambtenarenapparaat

Voorbeeld:

The project was delayed due to excessive bureaucracy.
Het project werd vertraagd door buitensporige bureaucratie.

democracy

/dɪˈmɑː.krə.si/

(noun) democratie, democratische staat

Voorbeeld:

The country transitioned to a democracy after decades of authoritarian rule.
Het land maakte de overgang naar een democratie na decennia van autoritair bewind.

democratic

/ˌdem.əˈkræt̬.ɪk/

(adjective) democratisch, egalitair

Voorbeeld:

The country held its first democratic elections.
Het land hield zijn eerste democratische verkiezingen.

democrat

/ˈdem.ə.kræt/

(noun) democraat, Democraat

Voorbeeld:

He is a strong democrat who believes in the power of the people.
Hij is een sterke democraat die gelooft in de kracht van het volk.

congress

/ˈkɑːŋ.ɡres/

(noun) congres, vergadering, Congres

Voorbeeld:

The medical congress will be held in Paris next month.
Het medische congres wordt volgende maand in Parijs gehouden.

senate

/ˈsen.ət/

(noun) Senaat, senaat (universiteit)

Voorbeeld:

The bill passed through the Senate with a narrow majority.
Het wetsvoorstel werd met een nipte meerderheid door de Senaat aangenomen.

senator

/ˈsen.ə.t̬ɚ/

(noun) senator

Voorbeeld:

The senator delivered a powerful speech on the floor.
De senator hield een krachtige toespraak in de zaal.

cabinet

/ˈkæb.ən.ət/

(noun) kast, kabinet

Voorbeeld:

She keeps her dishes in the kitchen cabinet.
Ze bewaart haar servies in de keukenkast.

slogan

/ˈsloʊ.ɡən/

(noun) slogan, leus

Voorbeeld:

The company's new slogan is 'Innovate, Create, Elevate'.
De nieuwe slogan van het bedrijf is 'Innoveren, Creëren, Verheffen'.

campaign

/kæmˈpeɪn/

(noun) campagne, militaire operatie, actie;

(verb) campagne voeren, actie voeren

Voorbeeld:

The general launched a new campaign against the enemy.
De generaal lanceerde een nieuwe campagne tegen de vijand.

conservative

/kənˈsɝː.və.t̬ɪv/

(noun) conservatief;

(adjective) conservatief

Voorbeeld:

My grandfather is a staunch conservative.
Mijn grootvader is een overtuigde conservatief.

dictatorship

/dɪkˈteɪ.t̬ɚ.ʃɪp/

(noun) dictatuur, alleenheerschappij

Voorbeeld:

The country transitioned from a democracy to a dictatorship.
Het land ging over van een democratie naar een dictatuur.

dictator

/ˈdɪk.teɪ.t̬ɚ/

(noun) dictator

Voorbeeld:

The country was ruled by a ruthless dictator for decades.
Het land werd decennialang geregeerd door een meedogenloze dictator.

council

/ˈkaʊn.səl/

(noun) raad, bestuur, vergadering

Voorbeeld:

The city council approved the new zoning laws.
De stadsraad keurde de nieuwe bestemmingsplannen goed.

poll

/poʊl/

(noun) peiling, enquête, stemming;

(verb) peilen, enquêteren, stemmen krijgen

Voorbeeld:

A recent poll shows that public support for the new policy is declining.
Een recente peiling toont aan dat de publieke steun voor het nieuwe beleid afneemt.

diplomacy

/dɪˈploʊ.mə.si/

(noun) diplomatie, tact, beleid

Voorbeeld:

The crisis was resolved through careful diplomacy.
De crisis werd opgelost door zorgvuldige diplomatie.

diplomat

/ˈdɪp.lə.mæt/

(noun) diplomaat, tactvol persoon

Voorbeeld:

The diplomat presented his credentials to the foreign minister.
De diplomaat overhandigde zijn geloofsbrieven aan de minister van Buitenlandse Zaken.

federal

/ˈfed.ɚ.əl/

(adjective) federaal, centraal

Voorbeeld:

The United States has a federal system of government.
De Verenigde Staten hebben een federaal regeringssysteem.

republic

/rəˈpʌb.lɪk/

(noun) republiek

Voorbeeld:

The country transitioned from a monarchy to a republic.
Het land ging over van een monarchie naar een republiek.

republican

/rəˈpʌb.lɪ.kən/

(noun) republikein, Republikein (partij);

(adjective) republikeins, Republikeins (partij)

Voorbeeld:

Many republicans believe in limited government intervention.
Veel republikeinen geloven in beperkte overheidsinterventie.

extremism

/ɪkˈstriː.mɪ.zəm/

(noun) extremisme

Voorbeeld:

The government is committed to combating all forms of extremism.
De regering zet zich in voor de bestrijding van alle vormen van extremisme.

radical

/ˈræd.ɪ.kəl/

(adjective) radicaal, fundamenteel, grondig;

(noun) radicaal, extremist, revolutionair

Voorbeeld:

The company underwent a radical transformation.
Het bedrijf onderging een radicale transformatie.

free trade

/ˌfriː ˈtreɪd/

(noun) vrijhandel

Voorbeeld:

The two countries signed a free trade agreement.
De twee landen ondertekenden een vrijhandelsakkoord.

governor

/ˈɡʌv.ɚ.nɚ/

(noun) gouverneur, bestuurder, regelaar

Voorbeeld:

The governor signed the new bill into law.
De gouverneur ondertekende het nieuwe wetsvoorstel.

liberal

/ˈlɪb.ər.əl/

(adjective) liberaal, open-minded, gul;

(noun) liberaal

Voorbeeld:

She has very liberal views on education.
Ze heeft zeer liberale opvattingen over onderwijs.

independence

/ˌɪn.dɪˈpen.dəns/

(noun) onafhankelijkheid, zelfstandigheid

Voorbeeld:

The country gained its independence in 1960.
Het land verwierf zijn onafhankelijkheid in 1960.

monarchy

/ˈmɑː.nɚ.ki/

(noun) monarchie, koninkrijk

Voorbeeld:

The country transitioned from a republic to a monarchy.
Het land ging over van een republiek naar een monarchie.

propaganda

/ˌprɑː.pəˈɡæn.də/

(noun) propaganda

Voorbeeld:

The government used state-controlled media to spread its propaganda.
De regering gebruikte staatsgecontroleerde media om haar propaganda te verspreiden.

anarchy

/ˈæn.ɚ.ki/

(noun) anarchie, wanorde, wetteloosheid

Voorbeeld:

The collapse of the government led to widespread anarchy in the streets.
De ineenstorting van de regering leidde tot wijdverspreide anarchie op straat.

opposition

/ˌɑː.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) oppositie, weerstand, oppositiepartij

Voorbeeld:

There was strong opposition to the new policy.
Er was sterke oppositie tegen het nieuwe beleid.

revolution

/ˌrev.əˈluː.ʃən/

(noun) revolutie, ingrijpende verandering, omwenteling

Voorbeeld:

The French Revolution changed the course of history.
De Franse Revolutie veranderde de loop van de geschiedenis.

reform

/rɪˈfɔːrm/

(noun) hervorming, verbetering;

(verb) hervormen, verbeteren

Voorbeeld:

The government promised significant reform in the education system.
De regering beloofde aanzienlijke hervormingen in het onderwijssysteem.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland