Avatar of Vocabulary Set Muziek

Vocabulaireverzameling Muziek in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Muziek' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

acoustic

/əˈkuː.stɪk/

(adjective) akoestisch;

(noun) akoestische gitaar, akoestisch instrument

Voorbeeld:

The concert hall has excellent acoustic properties.
De concertzaal heeft uitstekende akoestische eigenschappen.

instrumental

/ˌɪn.strəˈmen.t̬əl/

(adjective) instrumenteel, behulpzaam, belangrijk;

(noun) instrumentaal stuk, instrumentale muziek

Voorbeeld:

He was instrumental in bringing about the peace treaty.
Hij was instrumenteel in het tot stand brengen van het vredesverdrag.

vinyl

/ˈvaɪ.nəl/

(noun) vinyl, vinylplaten, lp's

Voorbeeld:

The floor was covered with patterned vinyl.
De vloer was bedekt met bedrukt vinyl.

tune

/tuːn/

(noun) melodie, deun, stemming;

(verb) stemmen, afstemmen, instellen

Voorbeeld:

That's a catchy tune!
Dat is een pakkende melodie!

soundtrack

/ˈsaʊnd.træk/

(noun) soundtrack, filmmuziek

Voorbeeld:

The movie's soundtrack won several awards.
De soundtrack van de film won verschillende prijzen.

orchestra

/ˈɔːr.kə.strə/

(noun) orkest, orkestbak, orkestruimte

Voorbeeld:

The orchestra performed a beautiful symphony.
Het orkest voerde een prachtige symfonie uit.

verse

/vɝːs/

(noun) vers, couplet;

(verb) verzen maken, dichten

Voorbeeld:

The poet wrote a beautiful verse about nature.
De dichter schreef een prachtig vers over de natuur.

chorus

/ˈkɔːr.əs/

(noun) refrein, koor, zangkoor;

(verb) in koor roepen, samen zingen

Voorbeeld:

Everyone sang along to the catchy chorus.
Iedereen zong mee met het pakkende refrein.

amplifier

/ˈæm.plə.faɪ.ɚ/

(noun) versterker

Voorbeeld:

He connected his guitar to the amplifier to make it louder.
Hij sloot zijn gitaar aan op de versterker om het luider te maken.

beat

/biːt/

(verb) slaan, afranselen, verslaan;

(noun) beat, ritme, slag;

(adjective) uitgeput, moe

Voorbeeld:

He was severely beaten by the attackers.
Hij werd zwaar geslagen door de aanvallers.

choir

/ˈkwaɪ.ɚ/

(noun) koor

Voorbeeld:

The church choir sang beautifully during the service.
Het kerkkoor zong prachtig tijdens de dienst.

compose

/kəmˈpoʊz/

(verb) componeren, schrijven, bestaan uit

Voorbeeld:

He spent years composing his first symphony.
Hij bracht jaren door met het componeren van zijn eerste symfonie.

conduct

/kənˈdʌkt/

(noun) gedrag, verloop, beheer;

(verb) uitvoeren, leiden, dirigeren

Voorbeeld:

The conduct of the meeting was very professional.
Het verloop van de vergadering was zeer professioneel.

conductor

/kənˈdʌk.tɚ/

(noun) dirigent, geleider, conducteur

Voorbeeld:

The conductor raised his baton, and the orchestra began to play.
De dirigent hief zijn baton, en het orkest begon te spelen.

duo

/ˈduː.oʊ/

(noun) duo, tweetal

Voorbeeld:

The musical duo performed a beautiful ballad.
Het muzikale duo voerde een prachtige ballade uit.

note

/noʊt/

(noun) aantekening, notitie, briefje;

(verb) opmerken, noteren, opschrijven

Voorbeeld:

I made a note of her address.
Ik maakte een aantekening van haar adres.

flat

/flæt/

(adjective) vlak, plat, dun;

(noun) appartement, flat;

(adverb) plat, horizontaal

Voorbeeld:

The road was long and flat.
De weg was lang en vlak.

sharp

/ʃɑːrp/

(adjective) scherp, intens, intelligent;

(adverb) stipt, scherp;

(noun) kruis

Voorbeeld:

Be careful, that knife is very sharp.
Wees voorzichtig, dat mes is erg scherp.

harmony

/ˈhɑːr.mə.ni/

(noun) harmonie, overeenstemming

Voorbeeld:

The choir sang in perfect harmony.
Het koor zong in perfecte harmonie.

major

/ˈmeɪ.dʒɚ/

(adjective) belangrijk, groot, ernstig;

(noun) majoor, hoofdvak, studierichting;

(verb) specialiseren in, hoofdvak hebben in

Voorbeeld:

This is a major problem that needs immediate attention.
Dit is een groot probleem dat onmiddellijke aandacht vereist.

minor

/ˈmaɪ.nɚ/

(adjective) klein, gering, onbelangrijk;

(noun) minderjarige

Voorbeeld:

It's only a minor problem.
Het is maar een klein probleem.

pitch

/pɪtʃ/

(noun) toonhoogte, worp, gooi;

(verb) gooien, werpen, opzetten

Voorbeeld:

Her voice rose to a high pitch.
Haar stem steeg naar een hoge toonhoogte.

rhythm

/ˈrɪð.əm/

(noun) ritme, regelmaat

Voorbeeld:

The dancer moved with a graceful rhythm.
De danser bewoog met een sierlijk ritme.

tempo

/ˈtem.poʊ/

(noun) tempo, snelheid, gang

Voorbeeld:

The conductor set a brisk tempo for the orchestra.
De dirigent zette een levendig tempo in voor het orkest.

meter

/ˈmiː.t̬ɚ/

(noun) meter, teller, metrum;

(verb) meten, tellen

Voorbeeld:

The swimming pool is 25 meters long.
Het zwembad is 25 meter lang.

string

/strɪŋ/

(noun) touw, draad, snaar;

(verb) rijgen, ophangen, spannen

Voorbeeld:

Tie the package with a piece of string.
Bind het pakket vast met een stuk touw.

recital

/rɪˈsaɪ.t̬əl/

(noun) recital, uitvoering, opsomming

Voorbeeld:

The pianist gave a brilliant recital at the concert hall.
De pianist gaf een schitterend recital in de concertzaal.

pluck

/plʌk/

(verb) plukken, uittrekken, redden;

(noun) moed, lef

Voorbeeld:

She plucked a flower from the garden.
Ze plukte een bloem uit de tuin.

scale

/skeɪl/

(noun) schaal, omvang, schub;

(verb) beklimmen, bestijgen, schubben

Voorbeeld:

The Richter scale measures the magnitude of earthquakes.
De schaal van Richter meet de omvang van aardbevingen.

solo

/ˈsoʊ.loʊ/

(noun) solo, alleen;

(adverb) alleen, solo;

(verb) solo spelen, alleen uitvoeren;

(adjective) solo, alleen

Voorbeeld:

She performed a beautiful piano solo.
Ze speelde een prachtige pianosolo.

single

/ˈsɪŋ.ɡəl/

(adjective) enkel, enig, alleenstaand;

(noun) enkel, eenpersoons;

(verb) een honkslag slaan

Voorbeeld:

Every single person in the room agreed.
Elke enkele persoon in de kamer stemde in.

composer

/kəmˈpoʊ.zɚ/

(noun) componist

Voorbeeld:

Ludwig van Beethoven was a renowned German composer.
Ludwig van Beethoven was een beroemde Duitse componist.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland