Vocabulaireverzameling Dierenrijk in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Dierenrijk' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) amfibisch
Voorbeeld:
(adjective) honden-, canine;
(noun) hondachtige, hond, hoektand
Voorbeeld:
(adjective) katachtig, van katten, gracieus;
(noun) kat, katachtige
Voorbeeld:
(noun) snorhaar, bakkebaard, baardhaar
Voorbeeld:
(noun) slagtand;
(verb) doorboren met slagtand, verwonden met slagtand
Voorbeeld:
(noun) snuit, neus, snoet
Voorbeeld:
(noun) hoektand, slagtand
Voorbeeld:
(noun) fauna, dierenwereld
Voorbeeld:
(noun) hol, leger, toevluchtsoord
Voorbeeld:
(noun) ongedierte, uitschot, gespuis
Voorbeeld:
(noun) spel, sport, wild;
(verb) manipuleren, bedriegen;
(adjective) bereid, enthousiast
Voorbeeld:
(verb) grazen, schampen, raken;
(noun) schaafwond, schram
Voorbeeld:
(verb) winterslaap houden, overwinteren, inactief zijn
Voorbeeld:
(noun) afval, zwerfvuil, nest;
(verb) vervuilen, rommelen
Voorbeeld:
(noun) prooi, slachtoffer;
(verb) jagen op, prooien op, uitbuiten
Voorbeeld:
(noun) roofvogel
Voorbeeld:
(noun) getjilp, tjilp;
(verb) tjilpen
Voorbeeld:
(noun) kam, kuif, golfkam;
(verb) de top bereiken, oversteken
Voorbeeld:
(noun) gevogelte, pluimvee;
(verb) jagen op gevogelte, vogels vangen
Voorbeeld:
(verb) uitbroeden, broeden, incubeert
Voorbeeld:
(noun) nestjong, kuiken
Voorbeeld:
(noun) verenkleed, plumage
Voorbeeld:
(noun) klauw, teen
Voorbeeld:
(noun) spons, profiteur, parasiet;
(verb) opzuigen, absorberen, profiteren
Voorbeeld:
(noun) school, schooltijd, les;
(verb) onderwijzen, scholen
Voorbeeld:
(noun) schelpdier, mossel;
(verb) strak sluiten, dichtklappen
Voorbeeld:
(noun) schaaldier
Voorbeeld:
(noun) spinachtige
Voorbeeld:
(noun) lintworm
Voorbeeld:
(noun) zilvervisje
Voorbeeld:
(noun) geleedpotige
Voorbeeld:
(noun) duizendpoot
Voorbeeld:
(noun) chrysalis, pop, cocon
Voorbeeld:
(noun) cocon, beschermende omhulling;
(verb) omhullen, beschermen
Voorbeeld:
(noun) larve
Voorbeeld:
(noun) exoskelet, uitwendig raamwerk
Voorbeeld:
(noun) luis, rotzak, smeerlap
Voorbeeld:
(noun) weekdier
Voorbeeld:
(noun) bloedzuiger, profiteur, uitbuiter;
(verb) profiteren, uitbuiten
Voorbeeld: