Vocabulaireverzameling Gevoelens en emoties in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Gevoelens en emoties' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) ijveren, agiteren, onrustig maken
Voorbeeld:
(verb) verstenen, verlammen van angst, versteend maken
Voorbeeld:
(noun) schande, oneer;
(verb) te schande maken, ontluisteren
Voorbeeld:
(verb) verbijsteren, verbazen
Voorbeeld:
(verb) verbijsteren, verstomd doen staan
Voorbeeld:
(verb) verafschuwen, hater
Voorbeeld:
(adjective) amoureus, verliefd, minziek
Voorbeeld:
(noun) antagonisme, vijandigheid
Voorbeeld:
(noun) balk, straal;
(verb) stralen, glimlachen, uitzenden
Voorbeeld:
(adjective) confronterend, strijdlustig
Voorbeeld:
(noun) ontsteltenis, consternatie, verslagenheid;
(verb) ontzetten, verontrusten, verslagen maken
Voorbeeld:
(adjective) minachtend, geringschattend
Voorbeeld:
(adjective) verlaten, desolaat, troosteloos;
(verb) verwoesten, ontvolken, troosteloos maken
Voorbeeld:
(adjective) onzeker, verlegen
Voorbeeld:
(noun) graf;
(adjective) ernstig, plechtig, zwaar;
(verb) graveren, snijden
Voorbeeld:
(noun) walging, afkeer;
(verb) walgen, afstoten
Voorbeeld:
(adjective) afschuwelijk, verfoeilijk, walgelijk
Voorbeeld:
(adjective) slaperig, suffig
Voorbeeld:
(adjective) nerveus, rusteloos
Voorbeeld:
(adjective) extatisch, uitgelaten, dolblij
Voorbeeld:
(adjective) nerveus, gespannen, prikkelbaar
Voorbeeld:
(adjective) geërgerd, gefrustreerd, geïrriteerd
Voorbeeld:
(verb) betoveren, bekoren, bezweren
Voorbeeld:
(adjective) wanhopig, hectisch, razend
Voorbeeld:
(adjective) ijlend, delirant, buiten zinnen
Voorbeeld:
(verb) frustreren, dwarsbomen, irriteren
Voorbeeld:
(verb) rouwen, treuren, bedroeven
Voorbeeld:
(adjective) verliefd, verrukt, gecharmeerd
Voorbeeld:
(verb) razend maken, woedend maken
Voorbeeld:
(adjective) somber, saai, triest
Voorbeeld:
(verb) verkwikken, opvrolijken, opwinden
Voorbeeld:
(adjective) vreugdevol, blij, gelukkig
Voorbeeld:
(adjective) eenzaam, verlaten, afgelegen;
(phrase) in je eentje
Voorbeeld:
(adjective) gedesillusioneerd, ontgoocheld
Voorbeeld:
(noun) wanhoop, moedeloosheid, neerslachtigheid
Voorbeeld:
(noun) apathie, onverschilligheid
Voorbeeld:
(noun) melancholie, somberheid, zwaarmoedigheid;
(adjective) melancholisch, somber, zwaarmoedig
Voorbeeld:
(noun) verontwaardiging, woede, schandaal;
(verb) verontwaardigen, woedend maken, schokken
Voorbeeld:
(noun) hysterie, paniek, hysterie (verouderde medische diagnose)
Voorbeeld:
(noun) zelfhaat, zelfafkeer;
(adjective) zelfhatend
Voorbeeld: