Vocabulaireverzameling Geometrie in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Geometrie' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) helling, glooiing;
(verb) hellen, afhellen
Voorbeeld:
(noun) boog, kromming, lichtboog;
(verb) buigen, een boog maken
Voorbeeld:
(noun) hoek, invalshoek, perspectief;
(verb) kantelen, richten
Voorbeeld:
(noun) straling, glans, uitstraling
Voorbeeld:
(noun) rechte hoek
Voorbeeld:
(noun) scherpe hoek
Voorbeeld:
(noun) veelhoek
Voorbeeld:
(noun) parallellogram
Voorbeeld:
(noun) vierhoek;
(adjective) vierzijdig, vierhoekig
Voorbeeld:
(noun) hyperbool
Voorbeeld:
(noun) parabool
Voorbeeld:
(noun) ruit, rombos
Voorbeeld:
(noun) vijfhoek, het Pentagon
Voorbeeld:
(noun) viervlak, tetraëder
Voorbeeld:
(noun) trapezium
Voorbeeld:
(noun) gelijkzijdige driehoek
Voorbeeld:
(noun) rechthoekige driehoek
Voorbeeld:
(noun) scherpe driehoek, scherphoekige driehoek
Voorbeeld:
(noun) gelijkbenige driehoek
Voorbeeld:
(noun) ongelijkzijdige driehoek
Voorbeeld:
(noun) hypotenusa
Voorbeeld:
(noun) basis, voetstuk, grondslag;
(verb) baseren, gronden;
(adjective) laag, gemeen
Voorbeeld:
(noun) diameter
Voorbeeld:
(noun) straal, bereik, omtrek
Voorbeeld:
(noun) omtrek, grens
Voorbeeld:
(noun) omtrek
Voorbeeld:
(noun) gebied, streek, oppervlakte
Voorbeeld:
(noun) oppervlakte
Voorbeeld:
(noun) volume, inhoud, geluidssterkte
Voorbeeld:
(noun) asymptoot
Voorbeeld:
(noun) zijspoor, uitweiding, raaklijn;
(adjective) rakend, tangentieel
Voorbeeld:
(noun) geodriehoek, hoekmeter
Voorbeeld:
(noun) meetkundige reeks
Voorbeeld:
(noun) kwadrant, hoekmeetinstrument
Voorbeeld:
(noun) binnenhoek
Voorbeeld:
(noun) ellips, ovaal
Voorbeeld:
(noun) akkoord, koorde
Voorbeeld:
(noun) diagonaal;
(adjective) diagonaal
Voorbeeld:
(adjective) congruent, overeenstemmend, harmonieus
Voorbeeld:
(adjective) parallel, vergelijkbaar;
(noun) parallel, tegenhanger;
(verb) parallelliseren, overeenkomen met
Voorbeeld:
(noun) transversaal, snijlijn;
(adjective) transversaal, dwars
Voorbeeld:
(adjective) loodrecht;
(noun) loodlijn
Voorbeeld:
(verb) doorsnijden, halveren
Voorbeeld:
(verb) vertalen, omzetten, overbrengen
Voorbeeld:
(noun) asymmetrie, ongelijkheid
Voorbeeld: