Avatar of Vocabulary Set Geometrie

Vocabulaireverzameling Geometrie in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Geometrie' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

slope

/sloʊp/

(noun) helling, glooiing;

(verb) hellen, afhellen

Voorbeeld:

The house is built on a steep slope.
Het huis is gebouwd op een steile helling.

arc

/ɑːrk/

(noun) boog, kromming, lichtboog;

(verb) buigen, een boog maken

Voorbeeld:

The bridge has a beautiful arc.
De brug heeft een prachtige boog.

angle

/ˈæŋ.ɡəl/

(noun) hoek, invalshoek, perspectief;

(verb) kantelen, richten

Voorbeeld:

The two roads meet at a sharp angle.
De twee wegen komen samen onder een scherpe hoek.

radiance

/ˈreɪ.di.əns/

(noun) straling, glans, uitstraling

Voorbeeld:

The sun's radiance warmed the earth.
De straling van de zon verwarmde de aarde.

right angle

/ˌraɪt ˈæŋ.ɡəl/

(noun) rechte hoek

Voorbeeld:

The two walls meet at a perfect right angle.
De twee muren ontmoeten elkaar in een perfecte rechte hoek.

acute angle

/əˈkjuːt ˈæŋ.ɡəl/

(noun) scherpe hoek

Voorbeeld:

A triangle with three acute angles is called an acute triangle.
Een driehoek met drie scherpe hoeken wordt een scherpe driehoek genoemd.

polygon

/ˈpɑː.li.ɡɑːn/

(noun) veelhoek

Voorbeeld:

A square is a type of regular polygon with four equal sides and four right angles.
Een vierkant is een type regelmatige veelhoek met vier gelijke zijden en vier rechte hoeken.

parallelogram

/ˌper.əˈlel.ə.ɡræm/

(noun) parallellogram

Voorbeeld:

A square is a special type of parallelogram.
Een vierkant is een speciaal type parallellogram.

quadrilateral

/ˌkwɑː.drəˈlæt̬.ɚ.əl/

(noun) vierhoek;

(adjective) vierzijdig, vierhoekig

Voorbeeld:

A square is a type of quadrilateral with four equal sides.
Een vierkant is een type vierhoek met vier gelijke zijden.

hyperbola

/haɪˈpɝː.bəl.ə/

(noun) hyperbool

Voorbeeld:

The graph of the equation y = 1/x is a hyperbola.
De grafiek van de vergelijking y = 1/x is een hyperbool.

parabola

/pəˈræb.əl.ə/

(noun) parabool

Voorbeeld:

The path of a projectile under the influence of gravity follows a parabola.
De baan van een projectiel onder invloed van de zwaartekracht volgt een parabool.

rhombus

/ˈrɑːm.bəs/

(noun) ruit, rombos

Voorbeeld:

The artist used a rhombus shape in the abstract painting.
De kunstenaar gebruikte een ruitvorm in het abstracte schilderij.

pentagon

/-t̬ə.ɡɑːn/

(noun) vijfhoek, het Pentagon

Voorbeeld:

The architect designed a building in the shape of a pentagon.
De architect ontwierp een gebouw in de vorm van een vijfhoek.

tetrahedron

/ˌtet.rəˈhiː.drən/

(noun) viervlak, tetraëder

Voorbeeld:

A regular tetrahedron is a pyramid with a triangular base.
Een regelmatige viervlak is een piramide met een driehoekig grondvlak.

trapezoid

/ˈtræp.ɪ.zɔɪd/

(noun) trapezium

Voorbeeld:

The architect designed the building with a trapezoid base.
De architect ontwierp het gebouw met een trapeziumvormige basis.

equilateral triangle

/ˌiː.kwəˈlæt̬.ɚ.əl ˈtraɪ.æŋ.ɡəl/

(noun) gelijkzijdige driehoek

Voorbeeld:

In an equilateral triangle, every angle measures 60 degrees.
In een gelijkzijdige driehoek is elke hoek 60 graden.

right triangle

/ˈraɪt ˈtraɪˌæŋ.ɡəl/

(noun) rechthoekige driehoek

Voorbeeld:

The Pythagorean theorem applies to a right triangle.
De stelling van Pythagoras is van toepassing op een rechthoekige driehoek.

acute triangle

/əˈkjuːt ˈtraɪ.æŋ.ɡəl/

(noun) scherpe driehoek, scherphoekige driehoek

Voorbeeld:

In an acute triangle, every angle measures less than 90 degrees.
In een scherpe driehoek is elke hoek kleiner dan 90 graden.

isosceles triangle

/aɪˌsɑː.sə.liːz ˈtraɪ.æŋ.ɡəl/

(noun) gelijkbenige driehoek

Voorbeeld:

In an isosceles triangle, the angles opposite the equal sides are also equal.
In een gelijkbenige driehoek zijn de hoeken tegenover de gelijke zijden ook gelijk.

scalene triangle

/ˈskeɪ.liːn ˈtraɪ.æŋ.ɡəl/

(noun) ongelijkzijdige driehoek

Voorbeeld:

In a scalene triangle, all three internal angles are also different.
In een ongelijkzijdige driehoek zijn alle drie de binnenhoeken ook verschillend.

hypotenuse

/haɪˈpɑː.t̬ə.nuːz/

(noun) hypotenusa

Voorbeeld:

In a right triangle, the square of the hypotenuse is equal to the sum of the squares of the other two sides.
In een rechthoekige driehoek is het kwadraat van de hypotenusa gelijk aan de som van de kwadraten van de andere twee zijden.

base

/beɪs/

(noun) basis, voetstuk, grondslag;

(verb) baseren, gronden;

(adjective) laag, gemeen

Voorbeeld:

The statue stood on a marble base.
Het standbeeld stond op een marmeren voetstuk.

diameter

/daɪˈæm.ə.t̬ɚ/

(noun) diameter

Voorbeeld:

The diameter of the circle is 10 centimeters.
De diameter van de cirkel is 10 centimeter.

radius

/ˈreɪ.di.əs/

(noun) straal, bereik, omtrek

Voorbeeld:

The radius of the circle is 5 cm.
De straal van de cirkel is 5 cm.

vertex

/ˈvɝː.t̬eks/

perimeter

/pəˈrɪm.ə.t̬ɚ/

(noun) omtrek, grens

Voorbeeld:

The perimeter of the square is 20 cm.
De omtrek van het vierkant is 20 cm.

circumference

/sɚˈkʌm.fɚ.əns/

(noun) omtrek

Voorbeeld:

The circumference of the earth is about 24,901 miles.
De omtrek van de aarde is ongeveer 24.901 mijl.

area

/ˈer.i.ə/

(noun) gebied, streek, oppervlakte

Voorbeeld:

The city has a large industrial area.
De stad heeft een groot industrieel gebied.

surface area

/ˈsɝː.fəs ˌer.i.ə/

(noun) oppervlakte

Voorbeeld:

To calculate the surface area of a cube, you multiply the area of one face by six.
Om de oppervlakte van een kubus te berekenen, vermenigvuldig je de oppervlakte van één zijvlak met zes.

volume

/ˈvɑːl.juːm/

(noun) volume, inhoud, geluidssterkte

Voorbeeld:

The volume of the box is 10 cubic meters.
Het volume van de doos is 10 kubieke meter.

asymptote

/ˈæs.ɪm.toʊt/

(noun) asymptoot

Voorbeeld:

The graph of the function has a horizontal asymptote at y = 0.
De grafiek van de functie heeft een horizontale asymptoot bij y = 0.

tangent

/ˈtæn.dʒənt/

(noun) zijspoor, uitweiding, raaklijn;

(adjective) rakend, tangentieel

Voorbeeld:

The speaker went off on a tangent about his childhood.
De spreker ging over op een zijspoor over zijn jeugd.

protractor

/prəˈtræk.tɚ/

(noun) geodriehoek, hoekmeter

Voorbeeld:

She used a protractor to draw a perfect 60-degree angle.
Ze gebruikte een geodriehoek om een perfecte hoek van 60 graden te tekenen.

geometric series

/ˌdʒiː.əˈmet.rɪk ˈsɪr.iːz/

(noun) meetkundige reeks

Voorbeeld:

The sum of an infinite geometric series can be calculated if the common ratio is less than one.
De som van een oneindige meetkundige reeks kan worden berekend als de reden kleiner is dan één.

quadrant

/ˈkwɑː.drənt/

(noun) kwadrant, hoekmeetinstrument

Voorbeeld:

The graph is divided into four quadrants.
De grafiek is verdeeld in vier kwadranten.

interior angle

/ɪnˈtɪr.i.ɚ ˈæŋ.ɡəl/

(noun) binnenhoek

Voorbeeld:

The sum of the interior angles of a triangle is always 180 degrees.
De som van de binnenhoeken van een driehoek is altijd 180 graden.

ellipse

/iˈlɪps/

(noun) ellips, ovaal

Voorbeeld:

The planet orbits the sun in an ellipse.
De planeet draait in een ellips om de zon.

chord

/kɔːrd/

(noun) akkoord, koorde

Voorbeeld:

The song began with a simple piano chord.
Het lied begon met een eenvoudig pianoakkoord.

diagonal

/daɪˈæɡ.ən.əl/

(noun) diagonaal;

(adjective) diagonaal

Voorbeeld:

Draw a diagonal line from one corner to the other.
Trek een diagonale lijn van de ene hoek naar de andere.

congruent

/kəŋˈɡru.ənt/

(adjective) congruent, overeenstemmend, harmonieus

Voorbeeld:

His actions were not congruent with his words.
Zijn daden waren niet congruent met zijn woorden.

parallel

/ˈper.ə.lel/

(adjective) parallel, vergelijkbaar;

(noun) parallel, tegenhanger;

(verb) parallelliseren, overeenkomen met

Voorbeeld:

The two roads run parallel to each other.
De twee wegen lopen parallel aan elkaar.

transversal

/trænsˈvɝː.səl/

(noun) transversaal, snijlijn;

(adjective) transversaal, dwars

Voorbeeld:

In geometry, a transversal is a line that passes through two or more other lines.
In de meetkunde is een transversaal een lijn die twee of meer andere lijnen snijdt.

perpendicular

/ˌpɝː.pənˈdɪk.juː.lɚ/

(adjective) loodrecht;

(noun) loodlijn

Voorbeeld:

The wall is perpendicular to the floor.
De muur staat loodrecht op de vloer.

bisect

/baɪˈsekt/

(verb) doorsnijden, halveren

Voorbeeld:

The river bisects the town.
De rivier doorsnijdt de stad.

translate

/trænsˈleɪt/

(verb) vertalen, omzetten, overbrengen

Voorbeeld:

Can you translate this document from English to Spanish?
Kun je dit document van Engels naar Spaans vertalen?

asymmetry

/eɪˈsɪm.ə.tri/

(noun) asymmetrie, ongelijkheid

Voorbeeld:

The architect intentionally designed the building with a striking asymmetry.
De architect ontwierp het gebouw opzettelijk met een opvallende asymmetrie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland