Vocabulaireverzameling Vergelijken in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Vergelijken' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) lijken op, gelijken op
Voorbeeld:
(verb) simuleren, nabootsen, veinzen
Voorbeeld:
(phrasal verb) vergelijken met
Voorbeeld:
(verb) variëren, verschillen, aanpassen
Voorbeeld:
(verb) onderscheiden, differentiëren, ontwikkelen
Voorbeeld:
(verb) onderscheiden, herkennen, waarnemen
Voorbeeld:
(noun) contrast, tegenstelling;
(verb) contrasteren, tegenover elkaar stellen
Voorbeeld:
(noun) tegenhanger, equivalent
Voorbeeld:
(noun) antithese, tegenstelling, tegenovergestelde
Voorbeeld:
(noun) polariteit, tegenstelling
Voorbeeld:
(adjective) parallel, vergelijkbaar;
(noun) parallel, tegenhanger;
(verb) parallelliseren, overeenkomen met
Voorbeeld:
(noun) kloof, afgrond, ravijn
Voorbeeld:
(noun) incongruentie, ongerijmdheid
Voorbeeld:
(noun) diversiteit, verscheidenheid
Voorbeeld:
(noun) onderscheid, verschil, onderscheiding
Voorbeeld:
(noun) ongelijkheid, verschil, dispariteit
Voorbeeld:
(noun) divergentie, afwijking, uiteenlopendheid
Voorbeeld:
(noun) discrepantie, verschil, afwijking
Voorbeeld:
(noun) inconsistentie, tegenstrijdigheid
Voorbeeld:
(adjective) identiek, hetzelfde
Voorbeeld:
(adjective) analoog, gelijkaardig
Voorbeeld:
(adjective) homogeen, gelijksoortig
Voorbeeld:
(adjective) onevenredig, disproportioneel
Voorbeeld:
(adjective) schokkend, storend, schrijnend
Voorbeeld:
(adjective) tegenovergesteld, strijdig;
(noun) integendeel, het tegenovergestelde
Voorbeeld:
(adjective) onderscheiden, apart, duidelijk
Voorbeeld:
(adjective) uiteenlopend, verschillend, ongelijksoortig
Voorbeeld:
(adjective) relatief, vergelijkend, gerelateerd;
(noun) familielid, verwant
Voorbeeld:
(adjective) tegenstrijdig, strijdig
Voorbeeld:
(adjective) onverenigbaar, incompatibel, strijdig
Voorbeeld:
(adjective) tegenstrijdig, inconsistent
Voorbeeld:
(adjective) inconsistent, strijdig
Voorbeeld:
(adjective) verwant, gelijksoortig
Voorbeeld: