Avatar of Vocabulary Set Wonen en recreatie

Vocabulaireverzameling Wonen en recreatie in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Wonen en recreatie' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

amenity

/əˈmen.ə.t̬i/

(noun) voorziening, faciliteit, comfort

Voorbeeld:

The hotel offers a wide range of amenities, including a swimming pool and a gym.
Het hotel biedt een breed scala aan voorzieningen, waaronder een zwembad en een fitnessruimte.

accommodation

/əˌkɑː.məˈdeɪ.ʃən/

(noun) accommodatie, onderdak, verblijf

Voorbeeld:

The hotel offers comfortable accommodation for guests.
Het hotel biedt comfortabele accommodatie voor gasten.

mansion

/ˈmæn.ʃən/

(noun) landhuis, herenhuis

Voorbeeld:

The old mansion stood on a hill overlooking the town.
Het oude landhuis stond op een heuvel met uitzicht op de stad.

manor

/ˈmæn.ɚ/

(noun) landhuis, herenhuis, landgoed

Voorbeeld:

The old manor house stood majestically on the hill.
Het oude landhuis stond majestueus op de heuvel.

quarters

/ˈkwɔr·t̬ərz/

(plural noun) kwartieren, verblijven, kwartje

Voorbeeld:

The soldiers returned to their quarters after the drill.
De soldaten keerden na de oefening terug naar hun kwartieren.

bungalow

/ˈbʌŋ.ɡəl.oʊ/

(noun) bungalow

Voorbeeld:

They decided to buy a charming bungalow by the sea.
Ze besloten een charmante bungalow aan zee te kopen.

longhouse

/ˈlɑːŋ.haʊs/

(noun) langhuis

Voorbeeld:

The Iroquois lived in a longhouse that could accommodate several families.
De Irokezen woonden in een langhuis dat plaats bood aan meerdere gezinnen.

settlement

/ˈset̬.əl.mənt/

(noun) schikking, regeling, nederzetting

Voorbeeld:

The two parties reached a peaceful settlement after long negotiations.
De twee partijen bereikten een vreedzame schikking na lange onderhandelingen.

refuge

/ˈref.juːdʒ/

(noun) toevlucht, schuilplaats

Voorbeeld:

The old church provided refuge for the homeless during the storm.
De oude kerk bood toevlucht aan de daklozen tijdens de storm.

reservation

/ˌrez.ɚˈveɪ.ʃən/

(noun) reservering, boeking, bedenking

Voorbeeld:

I made a dinner reservation for two at 7 PM.
Ik heb een dinerreservering gemaakt voor twee om 19.00 uur.

oasis

/oʊˈeɪ.sɪs/

(noun) oase, toevluchtsoord

Voorbeeld:

The travelers rejoiced when they finally reached the oasis.
De reizigers verheugden zich toen ze eindelijk de oase bereikten.

residency

/ˈrez.ə.dən.si/

(noun) verblijf, woonplaats, specialisatie

Voorbeeld:

He established residency in Canada last year.
Hij vestigde vorig jaar zijn verblijfplaats in Canada.

abbey

/ˈæb.i/

(noun) abdij

Voorbeeld:

Westminster Abbey is a famous church in London.
Westminster Abbey is een beroemde kerk in Londen.

facility

/fəˈsɪl.ə.t̬i/

(noun) faciliteit, voorziening, aanleg

Voorbeeld:

The hotel has excellent leisure facilities, including a swimming pool and gym.
Het hotel heeft uitstekende recreatieve faciliteiten, waaronder een zwembad en een fitnessruimte.

dweller

/ˈdwel.ɚ/

(noun) bewoner, inwoner

Voorbeeld:

City dwellers often face higher living costs.
Stadsbewoners worden vaak geconfronteerd met hogere levenskosten.

inhabitant

/ɪnˈhæb.ɪ.tənt/

(noun) inwoner, bewoner

Voorbeeld:

The island's original inhabitants lived in harmony with nature.
De oorspronkelijke bewoners van het eiland leefden in harmonie met de natuur.

rotunda

/roʊˈtʌn.də/

(noun) rotonde, rond gebouw

Voorbeeld:

The museum features a grand rotunda at its entrance.
Het museum heeft een grote rotonde bij de ingang.

hideaway

/ˈhaɪd.əˌweɪ/

(noun) schuilplaats, toevluchtsoord, verstopplaats

Voorbeeld:

They found a perfect little hideaway in the mountains.
Ze vonden een perfecte kleine schuilplaats in de bergen.

sanctum

/ˈsæŋk.təm/

(noun) heiligdom, privévertrek, sanctuarium

Voorbeeld:

He retreated to his private sanctum to finish the novel.
Hij trok zich terug in zijn privé-heiligdom om de roman te voltooien.

renovation

/ˌren.əˈveɪ.ʃən/

(noun) renovatie, verbouwing

Voorbeeld:

The old building is undergoing a major renovation.
Het oude gebouw ondergaat een grote renovatie.

latrine

/ləˈtriːn/

(noun) latrine, privaat

Voorbeeld:

The soldiers were assigned to clean the latrines.
De soldaten kregen de opdracht om de latrines schoon te maken.

dispossession

/ˌdɪs.pəˈzeʃ.ən/

(noun) onteigening, ontneming

Voorbeeld:

The dispossession of indigenous people from their ancestral lands remains a critical issue.
De onteigening van inheemse volkeren van hun voorouderlijk land blijft een kritieke kwestie.

refurbish

/ˌriːˈfɝː.bɪʃ/

(verb) renoveren, opknappen

Voorbeeld:

We plan to refurbish the old house next summer.
We zijn van plan het oude huis volgende zomer te renoveren.

evacuate

/ɪˈvæk.ju.eɪt/

(verb) evacueren, ontruimen, legen

Voorbeeld:

The police decided to evacuate the building due to a bomb threat.
De politie besloot het gebouw te evacueren vanwege een bommelding.

vacate

/vəˈkeɪt/

(verb) verlaten, ontruimen, vernietigen

Voorbeeld:

Tenants must vacate the premises by noon on the last day of their lease.
Huurders moeten het pand verlaten tegen het middaguur op de laatste dag van hun huurcontract.

homestead

/ˈhoʊm.sted/

(noun) boerderij, hoeve, kolonistenhoeve;

(verb) zich vestigen, gaan boeren

Voorbeeld:

The old homestead stood on a hill overlooking the valley.
De oude boerderij stond op een heuvel met uitzicht op de vallei.

impoverished

/ɪmˈpɑː.vɚ.ɪʃt/

(adjective) verarmd, arm, uitgeput

Voorbeeld:

The war left many families impoverished and struggling to survive.
De oorlog liet veel gezinnen verarmd en worstelend om te overleven achter.

nomadic

/noʊˈmæd.ɪk/

(adjective) nomadisch, rondtrekkend

Voorbeeld:

Many ancient tribes led a nomadic existence, moving with the seasons.
Veel oude stammen leidden een nomadisch bestaan, trekkend met de seizoenen.

inaccessible

/ˌɪn.əkˈses.ə.bəl/

(adjective) ontoegankelijk, onbereikbaar, onbegrijpelijk

Voorbeeld:

The remote village was inaccessible during the winter due to heavy snow.
Het afgelegen dorp was ontoegankelijk in de winter door zware sneeuwval.

voluptuous

/vəˈlʌp.tʃu.əs/

(adjective) wulps, volslank, weelderig

Voorbeeld:

She had a voluptuous figure that turned heads.
Ze had een wulps figuur dat de aandacht trok.

attraction

/əˈtræk.ʃən/

(noun) aantrekkingskracht, attractie, aantrekkingspunt

Voorbeeld:

The new exhibit is a major attraction for tourists.
De nieuwe tentoonstelling is een belangrijke attractie voor toeristen.

pastime

/ˈpæs.taɪm/

(noun) tijdverdrijf, hobby

Voorbeeld:

Reading is her favorite pastime.
Lezen is haar favoriete tijdverdrijf.

excursion

/ɪkˈskɝː.ʃən/

(noun) excursie, uitstapje, tochtje

Voorbeeld:

We went on an excursion to the mountains.
We gingen op een excursie naar de bergen.

voyage

/ˈvɔɪ.ɪdʒ/

(noun) zeereis, ruimtereis, reis;

(verb) reizen, varen, een reis maken

Voorbeeld:

The ship embarked on a long voyage across the Atlantic.
Het schip begon aan een lange zeereis over de Atlantische Oceaan.

recreation

/ˌrek.riˈeɪ.ʃən/

(noun) recreatie, ontspanning

Voorbeeld:

His favorite recreation is hiking in the mountains.
Zijn favoriete recreatie is wandelen in de bergen.

sightseeing

/ˈsaɪtˌsiː.ɪŋ/

(noun) sightseeing, bezienswaardigheden bekijken

Voorbeeld:

We spent the whole day sightseeing in Rome.
We hebben de hele dag bezienswaardigheden bekeken in Rome.

itinerary

/aɪˈtɪn.ə.rer.i/

(noun) reisschema, reisplan

Voorbeeld:

Our travel agent prepared a detailed itinerary for our trip to Italy.
Onze reisagent stelde een gedetailleerd reisschema op voor onze reis naar Italië.

layover

/ˈleɪˌoʊ.vɚ/

(noun) tussenstop, overstap

Voorbeeld:

We had a three-hour layover in Chicago.
We hadden een drie uur durende tussenstop in Chicago.

expedition

/ˌek.spəˈdɪʃ.ən/

(noun) expeditie, onderzoekstocht, spoed

Voorbeeld:

The scientific expedition to Antarctica lasted six months.
De wetenschappelijke expeditie naar Antarctica duurde zes maanden.

disembark

/ˌdɪs.ɪmˈbɑːrk/

(verb) ontschepen, uitstappen

Voorbeeld:

Passengers are requested to disembark promptly upon arrival.
Passagiers worden verzocht onmiddellijk na aankomst te ontschepen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland