Avatar of Vocabulary Set Religie en geloofssystemen

Vocabulaireverzameling Religie en geloofssystemen in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Religie en geloofssystemen' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

Scripture

/ˈskrɪp.tʃɚ/

(noun) Schrift, Heilige Schrift, geschriften

Voorbeeld:

He often quotes from Scripture during his sermons.
Hij citeert vaak uit de Schrift tijdens zijn preken.

deity

/ˈdiː.ə.t̬i/

(noun) godheid, god, godin

Voorbeeld:

Ancient Egyptians worshipped many deities.
Oude Egyptenaren aanbaden vele godheden.

altar

/ˈɑːl.tɚ/

(noun) altaar

Voorbeeld:

The priest placed the offerings on the altar.
De priester plaatste de offergaven op het altaar.

providence

/ˈprɑː.və.dəns/

(noun) voorzienigheid, goddelijke voorziening, voorzorg

Voorbeeld:

They believed in divine providence guiding their lives.
Zij geloofden in goddelijke voorzienigheid die hun leven leidde.

rite

/raɪt/

(noun) ritueel, ceremonie

Voorbeeld:

The ancient tribe performed a sacred rite to honor their ancestors.
De oude stam voerde een heilig ritueel uit om hun voorouders te eren.

mosque

/mɑːsk/

(noun) moskee

Voorbeeld:

The call to prayer echoed from the nearby mosque.
De oproep tot gebed galmde vanuit de nabijgelegen moskee.

clergy

/ˈklɝː.dʒi/

(noun) geestelijkheid, clerus

Voorbeeld:

The clergy gathered for the annual conference.
De geestelijkheid kwam bijeen voor de jaarlijkse conferentie.

disciple

/dɪˈsaɪ.pəl/

(noun) discipel, leerling

Voorbeeld:

He was a devoted disciple of the famous philosopher.
Hij was een toegewijde discipel van de beroemde filosoof.

monk

/mʌŋk/

(noun) monnik

Voorbeeld:

The monk devoted his life to prayer and meditation.
De monnik wijdde zijn leven aan gebed en meditatie.

denomination

/dɪˌnɑː.məˈneɪ.ʃən/

(noun) denominatie, kerkgenootschap, coupure

Voorbeeld:

People of all denominations are welcome here.
Mensen van alle denominaties zijn hier welkom.

hymn

/hɪm/

(noun) hymne, lofzang;

(verb) bezongen, verheerlijken

Voorbeeld:

The choir sang a beautiful hymn during the service.
Het koor zong een prachtige hymne tijdens de dienst.

gospel

/ˈɡɑː.spəl/

(noun) evangelie, leer, geloofsleer

Voorbeeld:

He dedicated his life to spreading the gospel.
Hij wijdde zijn leven aan het verspreiden van het evangelie.

pilgrimage

/ˈpɪl.ɡrə.mɪdʒ/

(noun) bedevaart, pelgrimstocht

Voorbeeld:

Every year, thousands of people make a pilgrimage to Mecca.
Elk jaar maken duizenden mensen een bedevaart naar Mekka.

benediction

/ˌben.əˈdɪk.ʃən/

(noun) zegen, zegenbede

Voorbeeld:

The priest offered a benediction to the congregation before they left.
De priester sprak een zegen uit over de gemeente voordat ze vertrokken.

secular

/ˈsek.jə.lɚ/

(adjective) seculier, wereldlijk, wereldgeestelijk

Voorbeeld:

The school provides a secular education, not religious instruction.
De school biedt seculier onderwijs, geen religieuze instructie.

sacred

/ˈseɪ.krɪd/

(adjective) heilig, gewijd, onaantastbaar

Voorbeeld:

The temple is a sacred place for worship.
De tempel is een heilige plaats van aanbidding.

pagan

/ˈpeɪ.ɡən/

(noun) heiden;

(adjective) heiden, heidens

Voorbeeld:

Ancient Romans were often considered pagans by early Christians.
Oude Romeinen werden door vroege christenen vaak als heidenen beschouwd.

minister

/-stɚ/

(noun) minister, dominee, predikant;

(verb) verzorgen, dienen

Voorbeeld:

The Prime Minister announced new policies.
De premier kondigde nieuw beleid aan.

baptize

/bæpˈtaɪz/

(verb) dopen, benoemen

Voorbeeld:

The priest will baptize the baby next Sunday.
De priester zal de baby volgende zondag dopen.

consecrate

/ˈkɑːn.sə.kreɪt/

(verb) inwijden, wijden, toewijden

Voorbeeld:

The new cathedral was consecrated in 1850.
De nieuwe kathedraal werd in 1850 ingewijd.

dogma

/ˈdɑːɡ.mə/

(noun) dogma, leerstelling, geloofsartikel

Voorbeeld:

The church's dogma states that salvation is achieved through faith.
Het dogma van de kerk stelt dat redding door geloof wordt bereikt.

motto

/ˈmɑː.t̬oʊ/

(noun) motto, leus

Voorbeeld:

Their family motto is 'Strength in Unity'.
Hun familiemotto is 'Kracht in Eenheid'.

credo

/ˈkriː.doʊ/

(noun) credo, geloofsbelijdenis, grondbeginsel

Voorbeeld:

His personal credo is to always act with integrity.
Zijn persoonlijke credo is om altijd met integriteit te handelen.

spiritualism

/ˈspɪr.ə.tʃu.əl.ɪ.zəm/

(noun) spiritualisme, spiritisme, geestelijkheid

Voorbeeld:

She turned to spiritualism after the death of her husband, hoping to contact him.
Ze wendde zich tot het spiritualisme na de dood van haar man, in de hoop contact met hem op te nemen.

rationalism

/ˈræʃ.ən.əl.ɪ.zəm/

(noun) rationalisme

Voorbeeld:

Scientific rationalism has shaped the modern world's approach to medicine.
Wetenschappelijk rationalisme heeft de benadering van de moderne wereld ten opzichte van de geneeskunde gevormd.

idealism

/aɪˈdiː.ə.lɪ.zəm/

(noun) idealisme

Voorbeeld:

His youthful idealism led him to believe he could change the world.
Zijn jeugdige idealisme deed hem geloven dat hij de wereld kon veranderen.

determinism

/dɪˈtɝː.mə.nɪ.zəm/

(noun) determinisme

Voorbeeld:

The debate between free will and determinism has lasted for centuries.
Het debat tussen vrije wil en determinisme duurt al eeuwen.

fundamentalism

/ˌfʌn.dəˈmen.t̬əl.ɪ.zəm/

(noun) fundamentalisme

Voorbeeld:

Religious fundamentalism often leads to strict social rules.
Religieus fundamentalisme leidt vaak tot strikte sociale regels.

empiricism

/emˈpɪr.ə.sɪ.zəm/

(noun) empirisme

Voorbeeld:

John Locke was a key figure in the development of empiricism.
John Locke was een sleutelfiguur in de ontwikkeling van het empirisme.

individualism

/ˌɪn.dəˈvɪdʒ.u.ə.lɪ.zəm/

(noun) individualisme, zelfstandigheid

Voorbeeld:

Her strong sense of individualism made her stand out in the crowd.
Haar sterke gevoel van individualisme deed haar opvallen in de menigte.

consumerism

/kənˈsuː.mɚ.ɪ.zəm/

(noun) consumentisme, consumentenbescherming, koopzucht

Voorbeeld:

The rise of consumerism led to stronger product safety laws.
De opkomst van consumentisme leidde tot strengere productveiligheidswetten.

materialism

/məˈtɪr.i.ə.lɪ.zəm/

(noun) materialisme

Voorbeeld:

His excessive materialism led him to prioritize wealth over relationships.
Zijn buitensporige materialisme leidde ertoe dat hij rijkdom boven relaties stelde.

dualism

/ˈduː.əl.ɪ.zəm/

(noun) dualisme, tweedeling, geest-lichaam dualisme

Voorbeeld:

The novel explores the dualism of good and evil.
De roman verkent het dualisme van goed en kwaad.

egalitarianism

/ɪˌɡæl.ɪˈter.i.ən.ɪ.zəm/

(noun) egalitarisme, gelijkheidsbeginsel

Voorbeeld:

The country's constitution is founded on the principles of egalitarianism.
De grondwet van het land is gebaseerd op de principes van egalitarisme.

utilitarianism

/juːˌtɪl.əˈter.i.ə.nɪ.zəm/

(noun) utilitarisme

Voorbeeld:

The philosopher discussed the principles of utilitarianism in his lecture.
De filosoof besprak de principes van het utilitarisme in zijn lezing.

pacifist

/ˈpæs.ə.fɪst/

(noun) pacifist;

(adjective) pacifistisch

Voorbeeld:

As a pacifist, he refused to join the army.
Als pacifist weigerde hij in dienst te gaan.

zealot

/ˈzel.ət/

(noun) ijveraar, fanaat

Voorbeeld:

The religious zealot refused to listen to any other viewpoints.
De religieuze ijveraar weigerde naar andere standpunten te luisteren.

radical

/ˈræd.ɪ.kəl/

(adjective) radicaal, fundamenteel, grondig;

(noun) radicaal, extremist, revolutionair

Voorbeeld:

The company underwent a radical transformation.
Het bedrijf onderging een radicale transformatie.

abolitionist

/ˌæb.əˈlɪʃ.ən.ɪst/

(noun) abolitionist

Voorbeeld:

Frederick Douglass was a famous abolitionist who fought against slavery.
Frederick Douglass was een beroemde abolitionist die tegen de slavernij vocht.

extremist

/ɪkˈstriː.mɪst/

(noun) extremist, radicaal;

(adjective) extremistisch, radicaal

Voorbeeld:

The government is trying to combat extremist groups.
De regering probeert extremistische groeperingen te bestrijden.

martyr

/ˈmɑːr.t̬ɚ/

(noun) martelaar;

(verb) tot martelaar maken

Voorbeeld:

He was revered as a martyr for the cause of freedom.
Hij werd vereerd als een martelaar voor de zaak van de vrijheid.

espouse

/esˈpaʊz/

(verb) aanhangen, ondersteunen, omhelzen

Voorbeeld:

She continues to espouse the virtues of a vegetarian diet.
Ze blijft de deugden van een vegetarisch dieet aanhangen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland